Grond, een blijvende bron van rijkdom …

grond

Ik heb iets met de grond. Al van vroeg in mijn leven. Een intense relatie, zeg maar. Aanvankelijk vooral letterlijk, in de zin dat ik als kind veel viel. Plat op mijn smoel. Eerst zonder en na enkele jaren met geluid. Het duurde even vooraleer ik doorhad dat mijn handen bedoeld zijn om mijn val te breken. Niet om potten, glazen of vazen te breken.

Dat heb ik van in de peutertijd tot het einde van de lagere school geleerd in een revalidatiecentrum. Zodra ik doorheb wat mensen willen of snap hoe iets in elkaar zit, leer ik het, en vergeet het niet gauw, maar het kan wel enige tijd duren. Weken, maanden, jaren. Tenzij het onlogisch is natuurlijk. Dan leer ik het nooit. Of maak ik er mijn eigen, verbeterde versie van.

Eens ik kon vallen, en met tussenpozen symptomen van vallende ziekte, kreeg ik respect voor de grond. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden. Zodanig dat ik af en toe ergens tegenop liep. Of het nu een lantaarnpaal, een verkeersbord, man of vrouw, politieagent in uniform of deur was … ik liep zowat tegen alles wat ik niet meteen zag. Af en toe viel ik ook over mijn voeten. Of over oneffenheden van wat anderen op de grond hadden gelegd als versiering.

Beetje bij beetje leerde ik vervolgens rechter lopen. Mijn moeder maakte er mij voortdurend attent op. Je rug recht en je kin omhoog, echode ze de kinesist na die mij toen begeleidde. Duizend keer per dag. Ik werd er op den duur horendol van. Maar mijn liefde voor de grond bleek nog groter en mijn houding veranderde niet zoveel. Te meer omdat ik een scoliose heb en dat rechtop lopen niet vergemakkelijkt. Ik begon wel vaker blootsvoets te lopen, het werkt bij mij prima om geaard te blijven. Vooral in periodes dat ik de grond onder mijn voeten dreig te verliezen.

Bovendien vreesde ik als kind de lucht een beetje. Zeker als er op strand vliegers werden opgelaten. Ik was als de dood voor zo’n vlieger en vreesde ermee in de lucht te gaan, en uiteindelijk in de hemel terecht te komen. Hoewel ik dat nu wel kan rationaliseren, voel ik me nog altijd niet op mijn gemak onder uitgestrekte luchtvlakten, of in nabijheid van vliegers of luchtballonnen. Ook voor wat onder de grond zit ben ik niet zo enthousiast. Ook tuinieren ligt wat moeilijker, ik ben er te onhandig voor, denk ik.

Mijn liefde voor grond is met de jaren veranderd. Zo heb ik intussen een stukje grond in huis genomen, met plantjes in, en hou ik van wandelingen in de natuur. Ik val ook minder letterlijk maar eerder figuurlijk. De leukste val was voor mijn vriendin. Verder ben ik ook gevallen voor ideeën, voor gewoontes, voor geuren en kleuren, voor ervaringen en voor een eindeloze reeks beelden, teveel om in één twee drie op te noemen.

Een van mijn buitengewone liefdes is die voor gedachten en gedichten over grond.  Zo hou ik van het boekje ‘Ruimten Rondom’ van George Perec, waarin het niet alleen maar ook over grond gaat. Zo ben ik verslingerd op poëzie over grond. Een mooi voorbeeld daarvan is het gedicht ‘Grond. Niets meer of minder’ van de Spaanse dichter Pedro Salinas. Ik droeg het ooit met verve voor.

‘Grond. Niets meer. Grond. Niets minder. En dat moet genoeg voor je zijn. Want op de grond steunen je voeten, op je voeten het rechte bovenlijf, op je bovenlijf het vastberaden hoofd, en daar, onder de hoefde van het voorhoofd, de pure idee en op de pure idee, de dag van morgen, de sleutel – morgen – van het eeuwige. Grond. Niets meer of minder. En dat moet genoeg voor je zijn.” Het interpreteren van deze woorden gaat mij minder goed af, ik smul liever van klanken.

De laatste jaren heb ik me ook gewijd aan letterlijk afstand nemen van de grond. Ik ben rechter gaan lopen. Met professionele begeleiding van een kinesist, onder andere om rug en andere pijnen te verminderen. En om eindelijk weer eens andere gronden te kunnen bewandelen dan die in mijn buurt.

Het heeft volgens mij ook invloed gehad op mijn denken en gemoed. Ik ken intussen de theorieën over de invloed van de stand van je hoofd op je denken, maar die neem ik toch met een korreltje zout. Vooral het ritme van de stap en andere luchten opzoeken heeft volgens mij een invloed gehad op hoe ik mij voel en hoe ik denk. Intussen ben ik zelfs een stukje gegroeid, letterlijk (al is dat toch eerder kwestie van meting) en zeker figuurlijk (ik zie weer wat meer horizon).

Toch blijf ik zo nu en dan wel eens naar de grond kijken. Een zekere melancholie overvalt me dan, maar vaak ook een verbazing. Mijn gevoel voor detail merkt daar namelijk nu en dan wel eens wat op. Een verloren handschoen, een enveloppe met naaktfoto’s, een postkaart met groetjes uit Paramaribo, een tegoedbon voor een boekenwinkel, een sjaaltje van Hermès, een bluetooth box in perfecte staat, en nu en dan ook een eurobankbiljet 20 of 50 euro. Zo zie je maar, de grond is een blijvende bron van rijkdom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s