Het verhaal van Adelgonde … autisme en vrouwen

Ik ben Adelgonde, een autistische vrouw, geboren in een klein dorpje in Nederland op het einde van het interbellum. Vanaf mijn kindertijd had ik al moeite met communiceren en me aanpassen aan de sociale normen van mijn omgeving. Ik vond het moeilijk om goede vrienden te maken en begreep vaak niet wat andere mensen precies ervoeren of voelden.
Mijn ouders kregen al vrij vroeg te horen dat ik hoogstwaarschijnlijk autistisch was, dat was in een tijd dat dit eerder een vloek dan een zegen voor hen was. Zeker voor mijn moeder was het in het bijzonder erg omdat ze erdoor geïsoleerd raakte, en gemeden werd door haar omgeving. Het was alsof niet ik maar zij een diagnose had gekregen, dat van gefaald ouderschap. Mijn moeder hield er een jarenlange depressie aan over, en moest uiteindelijk in een psychiatrisch verzorgingstehuis worden opgenomen. Ze is er uiteindelijk gestorven.
Zelf werd ik vooral gepest op school door medeleerlingen en de zusters die vonden dat ik me niet gedroeg zoals dat van een behoorlijk meisje werd verwacht, en dat ik niet over sociale gratie beschikte. Dat leidde ertoe dat ik me steeds meer terugtrok. Ik richtte mijn aandacht op wat ik graag deed, natuurwetenschappen en tekenen van insecten tot in de fijnste details. Ondanks felle tegenkanting van de Grootjuffrouw van de school, kreeg ik van de schoolraad een beurs om aan de universiteit te studeren. Mijn ouders hadden mij liever als kleuterlerares gezien maar ze waren toch heel trots toen ik als een van de eerste vrouwen in mijn generatie mijn universitaire graad biologie haalde en meteen mocht beginnen als onderzoeker in de natuurwetenschappen. Dat heb ik jarenlang met veel voldoening gedaan. Het gaf betekenis aan mijn leven en ik kon me tegelijk volop concentreren op mijn passie.
Vrij laat voor die tijd trouwde ik op mijn dertigste met Jan, die ik ontmoette tijdens mijn studies, maar die eerst trouwde met Sylvie, die vroegtijdig verongelukte op de autoweg. Jan was heel begripvol en accepteerde me zoals ik was, maar toch voelde ik me ergens toch een tweede keuze.
Samen met Jan kreeg ik twee kinderen, en zorgde ik mee voor de jongen uit zijn eerste huwelijk. Dat was een uitdaging voor mij maar als ik over hun jeugd spreek met mijn kinderen, zeggen ze me dat ik hen gesteund heb en waar ik kon heb geholpen bij hun ontwikkeling. Door mijn werk aan de universiteit kon ik hen ook financieel alle kansen geven om goed onderwijs te genieten. Alle drie hebben ze hun weg gevonden. John, de oudste, uit het vorige huwelijk, had merkwaardig genoeg autisme , terwijl Natasha en Juul heel sociaal bleken. Alle drie hebben ze een eigen bedrijf opgericht: John een softwarebedrijf, Natasha een escorteservice en Juul een accountantskantoor. Ze migreerden uiteindelijk alle drie, John naar Japan, Juul naar Duitsland en Natasha naar de VS. Ik ben ze meerdere keren gaan opzoeken. Ondanks de lange reizen, en de stress die ermee gepaard ging, heb ik er veel van genoten.
Toen ik ouder werd, merkte ik dat mijn leven steeds moeilijker viel. Met Jan en de kinderen lukte alles prima, net zoals op mijn werk, waar ik ook genoeg aanzien had verworven om mee te kunnen. Het werd met de jaren echter veel moeilijker om sociaal om te gaan met mensen buiten mijn directe familie. Mijn sociale kring werd steeds kleiner en hoewel dat bij iedereen misschien zo is, voelde ik me daar niet goed bij. Toen mijn man op mijn zestigste overleed, werd het me pas echt goed duidelijk hoe geïsoleerd ik was. Ik ging toen door een heel moeilijke tijd. Ik kon niet geloven dat Jan me dit had aangedaan, hoewel ik tegelijk besefte dat hij er natuurlijk niet voor gekozen had om met zijn elektrische step in de Maas te belanden en te verdrinken.
Tien jaar later besloot ik dat ik iets moest doen om mijn isolement te doorbreken. Al die jaren had ik mijn best gedaan om mensen te mijden of om mijn autistische trekken te camoufleren. Dat was steeds moeilijker geworden en toen Jan er niet meer besefte ik dat het niet meer ging beteren. Daarom klopte ik aan bij de landelijke autismeorgansatie en ontmoette er, na het nodige aftasten, andere autistische mensen die mij tot mijn verbazing als geen ander begrepen. Ik werd lid van een plaatselijke autisme-club en nam deel van bijeenkomsten en activiteiten. Stilaan kreeg ik echte vrienden, wat ik vroeger nauwelijks voor mogelijk had gehouden, en ik begon me minder geïsoleerd te voelen.
Na tien mooie jaren, ben ik nu stilaan aan het einde van mijn leven. Ik heb de overstap naar het verzorgingstehuis nog niet helemaal verteerd, maar ik denk dat ik goed zit. Ik kan moe maar tevreden terugblikken. Ik had veel tegenslag maar toch ook heel wat mooie momenten. Ik heb drie kinderen, tien kleinkinderen , een achterkleinkind en heel wat autistische vrienden. Hoewel mijn leven niet altijd over rozen is gegaan door mijn autisme en mijn aparte levensstijl, heb ik uiteindelijk acceptatie en vriendschap gevonden. Met deze getuigenis wil ik laten zien dat het nooit te laat is om te zoeken naar begrip en acceptatie, en dat er altijd hoop is op een betere toekomst.