Hoe bibliotheken toegankelijker maken voor autistische gebruikers … autisme en onderzoek

Foto van Josh Felise on Unsplash

Een recent onderzoek, uitgevoerd door de internationale federatie van bibliotheken en musea (IFLA), heeft enkele belangrijke punten benadrukt om bibliotheken toegankelijker en inclusiever te maken voor autistische mensen. IFLA ondersteunt, bevordert, en vertegenwoordigt bibliotheken en informatiediensten wereldwijd en streeft naar bevordering van informatie, educatie, cultuur en kennisverspreiding, onder andere binnen openbare, wetenschappelijke en speciale bibliotheken.

Dit onderzoek werd uitgevoerd door middel van een openbare enquête die voor iedereen beschikbaar was. De onderzoeksvraag die is gebruikt om het onderzoek te kaderen, luidde: Hoe kunnen bibliotheken en musea hun fysieke ruimtes inclusiever en toegankelijker maken voor de autistische bevolking?

Het doel van het onderzoek was om de belangrijkste uitdagingen te identificeren waarmee mensen met autisme worden geconfronteerd wanneer ze bibliotheken bezoeken. Deelnemers konden kiezen uit een lijst van mogelijke obstakels die op hen van toepassing waren. Deze lijst was gebaseerd op eerdere studies en observaties tijdens bezoeken aan bibliotheken vóór het onderzoek. Daarnaast werd gevraagd of de behoeften van de deelnemers ooit werden vervuld in een bibliotheek. Hoewel er ook niet-autistische respondenten waren, werden alleen de ervaringen van gediagnosticeerde en zelf-gediagnosticeerde autistische deelnemers geanalyseerd.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de respondenten problemen ondervindt met zintuiglijke overbelasting, sociale interactie en angst wanneer ze bibliotheken, zowel openbare als academische, bezoeken. Ze ervaren ook vaak een gebrek aan zitgelegenheid en een tekort aan rustige en afgesloten ruimtes. Verder blijkt uit het onderzoek dat het gebruik van persoonsgerichte taal, het vermijden van functioneringstermen (hoog – en laagfunctionerend, mild of ernstig autisme, …), universeel ontwerp en het verminderen van stereotypering van groot belang zijn in bibliotheken voor mensen met autisme.

Wanneer je een individu als hoogfunctionerend (of met een ander functielabel) bestempelt, kan dit op een manier worden gebruikt om hun worstelingen te minimaliseren of te suggereren dat we het niet zo moeilijk hebben als typisch als ‘laagfunctionerende’ autisten worden beschouwd. Dat is echter een groot misverstand. Ieders mogelijkheden en beperkingen veranderen afhankelijk van de situatie, hun stemming, de hoeveelheid slaap die ze hebben gehad, enzovoort … Bovendien negeert het label ‘laagfunctionerend’ waar deze autistische mensen goed in zijn. Het neemt ook een deel van hun menselijkheid weg en kan mensen minder bereid maken om hen te helpen meer te bereiken omdat ze automatisch denken dat ze niet de capaciteit zouden hebben.

Overigens, ieders functioneren, autistisch of niet, fluctueert en schommelt elke dag, elke week, maand of jaar, afhankelijk van de ontelbare parameters en contextuele elementen van onze levens. We zijn geen geïsoleerd gegeven volledig bepaald door ons autisme, maar we zijn de som van onze delen, een geheel bestaande uit ontelbare invloeden die de volledige menselijke ervaring omvatten. Als autistische mensen wil ik het liefst als volledige personen behandeld worden, niet bepaald door wat voorgeschreven staat als de beste manier mij te behandelen vanuit een of enkele van mijn diagnostische classificaties of vanuit bepaalde maatschappelijke verwachtingen.

Wat betreft het verminderen van stereotypering wordt in het onderzoek gemerkt dat er een angst bestaat bij bepaalde bibliotheekbezoekers dat hun negatief stereotype versterkt wordt, wat bibliotheekangst stimuleert, en het informatiegedrag kan beïnvloeden. In contacten met autistische mensen zie ik dat relatief vaak terugkeren. Behoorlijk wat neurodivergente personen, zoals autistische mensen, zouden een versterkt gevoel van bibliotheekangst en stereotype dreiging hebben.

In het onderzoek worden de principes van universeel ontwerp beschreven als de erkennen dat dat toegankelijkheid vele vormen aanneemt, en dat een inclusieve ruimte niet alleen fysiek, maar ook intellectueel en conceptueel toegankelijk moet zijn, ongeacht iemands leeftijd, grootte, vaardigheden of handicaps.

Het doel is om omgevingen te creëren die voor iedereen toegankelijk, bruikbaar, gemakkelijk en plezierig zijn, waarbij de principes van universeel ontwerp onder meer inhouden dat alle gebruikers dezelfde mogelijkheden worden geboden, dat er keuzemogelijkheden zijn voor verschillende gebruiksmethoden, dat de dienstverlening wordt afgestemd op het tempo van de gebruiker en dat bibliotheekpersoneel beschikt over een breed scala aan geletterdheids- en taalvaardigheden. Dit kan helpen om stressfactoren, veroorzaakt door angst, te verminderen en sociale interacties te vergemakkelijken.

De voorgestelde oplossingen in het onderzoek om de drempels voor bibliotheekbezoeken te verminderen, omvatten het creëren van stille ruimtes, betere bewegwijzering en aanpassingen om bibliotheken autisme- en zintuigvriendelijker te maken. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door bepaalde tijden te reserveren waarin licht, geluid en andere prikkels worden beperkt, toegankelijke studieruimtes te creëren, gedetailleerde toegankelijkheidsinformatie te verstrekken en zintuiglijke hulpmiddelen beschikbaar te stellen.

Een stille ruimte binnen een (openbare) bibliotheek is een specifieke ruimte die ontworpen is voor bezoekers die behoefte hebben om in stilte en rust te studeren, lezen, werken of zich te concentreren zonder storende geluiden of afleidingen. In een stille ruimte is er geen ontvangst voor mobiele telefoons of wifi, worden printers, scanners en andere apparaten geweerd, wordt er een stiltemeter geplaatst die met kleurencodes aangeeft of de stilte wordt gerespecteerd, zijn er comfortabele werkplekken (stoelen, tafels,zetels, …), en zijn eten en drinken, luider praten dan stil fluisteren, en groepsactiviteiten niet toegestaan.

Om inclusieve bibliotheekomgevingen te maken is het belangrijk dat ook het bibliotheekpersoneel ervoor open staat dat ook autistische gebruikers er toegang toe hebben en kunnen genieten van de schat aan bronnen en leermogelijkheden die ze bieden. Dit blijkt helaas vaak niet het geval te zijn, getuige de ervaringen van autistische gebruikers in dit en andere onderzoeken. Training in autismebewustzijn en communicatiestrategieën, zoals het gebruik van duidelijke en bondige taal, kan het personeel uitrusten om autistische bezoekers beter te ondersteunen. Verder kan het invoegen in de bibliotheekwerking van specifiek op autistische individuen afgestemde programma’s, zoals sensorische voorleestijden of aangepaste sociale groepen, inclusie bevorderen. Het opnemen van echte verhalen en getuigenissen kan een krachtig middel zijn om de positieve effecten van dergelijke initiatieven op mensen met autisme over te brengen. Deze verhalen kunnen inzicht geven in hun ervaringen en het verschil dat een inclusieve omgeving maakt in hun vermogen om gebruik te maken van bibliotheekdiensten.

Tot slot is het duidelijk gemaakt in dit onderzoek dat een bibliotheek voor velen een belangrijke plek is.  Het is duidelijk dat een bibliotheek ook voor autistische personen niet slechts een opslagplaats van boeken is, maar een levendige gemeenschap waarin iedereen, ongeacht neurologische make-up, moet kunnen openbloeien. Autistische gebruikers vinden er bijvoorbeeld ruimte om hun speciale interesses te verkennen, geconcentreerd, weg van de zintuiglijke en sociale afleidingen, te werken.

Veel van de barrières waarmee autistische mensen, blijkt uit het onderzoek, hebben duidelijk te maken met zintuiglijke verschillen en sociale moeilijkheden of angst, drempels die zonder grote investeringen maar met een menselijke houding van personeel en management aangepakt kunnen worden. Naast de voorgestelde oplossingen is het belangrijk om ons als autistische en andere neurodivergente personen ook te betrekken bij (de verschillende fasen van) het plannings – en uitvoeringsproces. Zo kunnen bibliotheken zich ervan verzekeren dat de veranderingen echt resoneren met onze ervaringen en ons helpen onze bilbiotheken te gebruiken zoals ze echt bedoeld zijn: als havens van kennis, concentratie en rust. Het is, afsluitend, ook belangrijk bewust te blijven dit onderzoek slechts een inspiratie geeft over wat voor autistische bibliotheekgebruikers belangrijk is.

Svaler, T. B. (2023). On making libraries and museums more accessible for autistic people. IFLA Journal, 16 oktober 2023. https://doi.org/10.1177/03400352231202516