‘Waar zie je jezelf over 10 jaar?’ … autisme en toekomst

De vraag ‘Waar zie je jezelf over 10 jaar?’ heb ik al ontelbare keren voorgeschoteld gekregen, zowel in sollicitatiegesprekken als op dates, tijdens gastlessen of lezingen of tijdens informele praatjes. Het is een vraag waar ik vaak niet op wil antwoorden, maar ook niet goed weet wat op te antwoorden, of wel een antwoord heb op een bepaald ogenblik dat meestal niet past bij wat de vraagsteller wou horen.
De vraag waar ik mezelf zie over tien jaar, vind ik om tal van redenen moeilijk. Het heeft volgens mij onder andere te maken met mijn afkeer van langetermijnplanning en hypothethische scenario’s, met mijn onzekerheid en angst voor de toekomst, met het volop bezig zijn met het moment, met vaak afwijkende prioriteiten, ervaringen met teleurstelling en ook de vrees me vast te pinnen op een bepaald scenario.
Bovendien heb ik te vaak negatieve reacties gekregen nadat ik eerlijk antwoordde, zoals ‘dat is veel te hoog gegrepen’, of ‘dat is volstrekt onrealistisch’. Terwijl ik het op zich al onrealistisch vind te veronderstellen dat er binnen tien jaar überhaupt nog iets van leven bestaat zoals wij het nu kennen.
Ik ben dan ook geen voorstander dan deze vragen. Ze tarten volgens mij zelfs een beetje het lot. Zelfs vragen wat er volgende week gebeurt, doet mijn maag al ineenkrimpen. Er is misschien wel van alles gepland op mijn agenda, maar of dat zal gebeuren is nog maar zeer de vraag.
Hoe de toekomst er concreet zal uit zien, antwoordt ik meestal, kan ik niet zeggen, omdat ik niet te ver vooruit wil en kan kijken. Ik heb immers geen glazen bol, ik weet niet wat er in de kaarten staat te lezen, kan geen koffiedik kijken en bezit niet de gave van de vooruitblik of het visioen. Bovendien is de toekomst voor iedereen onzeker, onvoorspelbaar, onduidelijk en soms zelfs fataal. Ik ben duidelijk geen fan van de toekomst, maar evenmin van het verleden. Overigens ook niet van het heden, tenzij op bepaalde ogenblikken.
Toch, voeg ik er dan meestal aan toe, is het aan het zekere grenzend waarschijnlijk dat ik gegroeid zal zijn (figuurlijk, niet letterlijk, tenzij in de breedte), nog steeds veel plannen en ambities zal hebben, nieuwe kansen gegrepen zal hebben en andere wegen zal ingeslagen zijn die nu nog onbekend terrein zijn voor mij. Ik zal nog altijd geen haar veranderd zijn en er veel jonger uitzien dan ik ben, volgens de mensen die ik zal ontmoeten op straat. En aan de telefoon zal ik nog steeds als mijn moeder klinken.
Het is ook waarschijnlijk dat ik nog steeds de edele kunst van het fouten maken zal beoefenen, net zoals ik nog steeds zal morsen, mijn kleren achterstevoren of binnenstebuiten aandoen, mij verspreken, te vervelende taken uitstellen en moeite hebben om sociaal initiatief te nemen. Net zoals ik vermoedelijk ook nog steeds het geduld van sommige mensen zal vermoorden en hen zal blijven irriteren.
Verder bestaat de kans dat ik binnen 10 jaar nog meer dan nu bezig zal zijn met mijn fysieke en psychische gezondheid, om mijn huishoudbudget rond te krijgen en geëngageerd te zijn in het al dan niet belangeloos helpen van andere mensen.
Aangezien mijn houdbaarheidsdatum beperkter is dan die van anderen, zou het ook kunnen dat ik binnen tien jaar vanuit een andere bestaansdimensie leef en dus niet langer deze tekst zal kunnen lezen. Hoewel dat ook het geval zou kunnen zijn voor alle andere mensen, en zelfs alles wat op aarde of in dit heelal leeft.