Als je worstelt met je kleding … autisme en gevoeligheden

Een jeukend etiket, een schurende naad, de strakke omklemming van een jeansbroek. Voor de meeste mensen zijn dit kleine ongemakken. Voor veel autistische volwassenen is de dagelijkse handeling van het aankleden echter een bron van constante irritatie, stress en soms zelfs fysieke pijn.

Zintuiglijke overgevoeligheid, specifiek tactiele gevoeligheid voor kleding, is een van de meest gerapporteerde en tegelijk minst begrepen uitdagingen binnen de autistische ervaring. Het is een strijd die vaak onzichtbaar blijft, maar die een diepgaande impact heeft op het zelfbeeld, sociaal functioneren en de algehele levenskwaliteit.

Een recente Britse studie van Ferrer Knight en Birtles (2025) duikt dieper in deze kwestie en bevestigt wat velen in de autismegemeenschap al jaren aan den lijve ondervinden. Het onderzoek legt de pijnlijke verbanden bloot tussen de stof op je huid en je psychologisch welzijn. Jammer genoeg toont het tegelijk ook de pijnlijke waarheid dat veel gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek nog steeds niet voldoet aan de verwachtingen van wat zinvol en bruikbaar onderzoek zou mogen zijn.

Gevangen tussen comfort en identiteit

“Ik heb niet het gevoel dat mijn kleren uitdrukken wie ik echt ben, maar ik voel me gevangen in mijn ‘veilige kledij’ en zou me nu dwaas voelen om iets anders te proberen.”

Dit citaat van een deelnemer aan de studie vat de kern van het conflict perfect samen: een dagelijkse, uitputtende onderhandeling tussen comfort en identiteit.

Voor wie vertrouwd is met autisme, is de centrale bevinding van de studie nauwelijks verrassend: tactiele gevoeligheid voor kleding is wijdverspreid en heeft een negatieve impact. Het onderzoek toont een duidelijke statistische link: hoe gevoeliger iemand is, hoe groter de kans op ontevredenheid over het uiterlijk, wat kan leiden tot een lager zelfbeeld.

Dit is voor velen de wetenschappelijke bevestiging van een dagelijkse realiteit: de tirannie van een prikkend label, een schurende naad of een verstikkende stof. De waarde van de studie ligt dan ook niet in een baanbrekende onthulling, maar in het systematisch documenteren van de impact, waardoor het de academische aandacht krijgt die het verdient.

De geleefde ervaring: Pijn, stress en barrières

De studie vond drie hoofdthema’s die de realiteit van kledinggevoeligheid krachtig beschrijven.

1. De zware tol van oncomfortabele kleding

Deelnemers beschreven hoe het dragen van de ‘verkeerde’ kleding een directe bron is van intense fysieke en emotionele last en soms lijden. Het gaat om constante jeuk, oververhitting en een onophoudelijk gevoel van beklemming.

(c) Sam Peeters, 2025

(Tijdens het winkelen)… kleren passen is het ergste (omdat het voelt alsof er beestjes over mijn huid kruipen en ik het zo snel mogelijk uit wil doen). – mannelijke deelnemer

Ik heb moeite om topjes te vinden die niet op mijn nek drukken, waardoor ik het gevoel heb dat ik stik. – vrouwelijke deelnemer

Dit voortdurend fysieke ongemak leidt tot een emotionele last: prikkelbaarheid, overbelasting, stress en angst. Het onvermogen om kleding te dragen die men mooi of stijlvol vindt, zorgt bovendien voor diepe ontevredenheid. Een deelnemer klaagde: “Er is niets modieus dat aan mijn behoeften voldoet. Ik heb het gevoel dat ik me kleed als een oude man.”

Dit is dus veel meer dan ongemak dat door het ‘weg te denken’ zou verholpen kunnen worden. Het is veeleer een stevige drempel tot inclusief functioneren in het dagelijks leven. Oncomfortabele kleding kan de concentratie ondermijnen en een reden zijn om sociale evenementen te vermijden. Een formele dresscode of een verplicht uniform kan een onoverkomelijk obstakel vormen.

Zintuiglijke problemen hebben mijn leven zeker beïnvloed. Ze zijn vreselijk afleidend. Tijdens vorige banen heb ik op kantoor in jas en das moeten werken. Dat heeft mijn prestaties zeker beïnvloed.

Als het ging om culturele/religieuze evenementen waar ik bepaalde kledingstukken moest dragen… voelde ik veel ongemak en had ik vervolgens moeite om te socializen en te genieten. Destijds dacht ik dat ik gewoon dramatisch en onredelijk was, wat mijn zelfvertrouwen aantastte.

2. Overlevingsstrategieën: De kunst van het compromis

Om dit mijnenveld te navigeren, ontwikkelen de autistische volwassenen die in het onderzoek betrokken waren, ingenieuze strategieën: veelvouden kopen van een comfortabel item, kleding grondig inspecteren online en/of in de winkel en systematisch alle labels verwijderen. Voor zover de informatie daarop de werkelijke stof weergeeft, wat in de praktijk niet steeds het geval blijkt.

(c) Sam Peeters, 2025

Als ik iets comfortabels vind, koop ik meteen de hele voorraad op, in verschillende kleuren/patronen.

Ik knip de labels uit bijna al mijn topjes en hou ze nauwkeurig bij.

Hoewel effectief, zijn deze strategieën tijdrovend en kostbaar, maar het zorgt ook voor een moeilijk intern dilemma:

Ik houd ook niet van naden, dus soms moet ik meer betalen voor naadloze kleding zoals sokken,. Het dwingt mij tot een voortdurend compromis tussen comfort en stijl, wat een moeilijk intern dilemma creëert: Als ik een slechte dag heb, maakt het dragen van iets dat me overprikkelt het erger, maar als ik iets aantrek dat meer rekening houdt met mijn zintuiglijke problemen, voel ik me slecht over hoe mijn lichamelijke uitstraling naar anderen is.

3. Meer dan stof: Kleding als zelfexpressie

Kleding is een cruciale vorm van zelfexpressie. Het is een manier om interesses, persoonlijkheid en genderidentiteit te tonen. De frustratie is immens wanneer dit wordt beperkt door zintuiglijke gevoeligheden.

Als non-binair persoon zou ik graag meer met mode experimenteren om mijn uiterlijk te laten aansluiten bij hoe ik me voel in mijn gender, maar dat kan niet omdat de kleren die ik wil dragen me een meltdown bezorgen. Het is zo oneerlijk.

Omgekeerd heeft het vinden van dat zeldzame kledingstuk dat zowel comfortabel als authentiek is, een opmerkelijk positieve impact.

Ik heb 4 jurken met katten erop, omdat ik me daardoor gelukkig en veilig voel. Ik denk dat de heldere, gedurfde dingen die ik draag een rare maar vriendelijke en enthousiaste uitstraling geven, wat heel erg bij mij past.

Een kritische blik op het onderzoek

Het artikel las ik met een gevoel van herkenning. De onderzoekers schetsen een geloofwaardig beeld van de dagelijkse ervaringen die ik als autistische persoon heb met kleding, een probleem dat wel eens wordt weggelachen. Ze bevestigen niet alleen de fysieke ongemakken, maar leggen ook de cruciale link met de emotionele tol, zoals angst en stress.

De inhoudelijke analyse toont treffend hoe elke autistische persoon eigen overlevingsstrategieën ontwikkelt, zoals het inspecteren van kledij in winkels of het kopen van veelvouden van ‘veilige’ items. Het meest pijnlijk is de paradox die de titel zo goed samenvat: de kleren die ons beschermen tegen sensorische overlast, belemmeren vaak onze zelfexpressie en identiteit , wat direct leidt tot ontevredenheid over ons uiterlijk en een lager zelfbeeld.

Ondanks de waardevolle inzichten, heb ik toch enkele kritische kanttekeningen. Het onderzoek werd uitgevoerd door niet-autistische onderzoekers, wat het principe “niets over ons zonder ons” onderbelicht laat. De steekproef was bovendien te klein en niet representatief voor de volledige diversiteit binnen de autistische gemeenschap, met een ondervertegenwoordiging van mensen van kleur en de uitsluiting van bepaalde autistische personen.

Toch is deze studie een belangrijke oproep tot actie. De modewereld moet investeren in zintuiglijk-vriendelijke kleding, werkgevers moeten flexibele kledingvoorschriften overwegen als een redelijke aanpassing, en hulpverleners moeten de impact van sensorische gevoeligheden op de mentale gezondheid erkennen. Het is een stap in de goede richting, maar de volgende moet gezet worden mét autistische mensen aan het roer.

Conclusie: Van geleefde ervaring naar hard bewijs

Waarom is dit onvolmaakte onderzoek dan toch zo waardevol? Omdat het fungeert als een katalysator. Het transformeert alledaagse, anekdotische kennis in empirisch bewijs dat cruciaal is om verandering te eisen.

Het biedt werkgevers een basis voor flexibele kledingvoorschriften, toont de mode-industrie de noodzaak van zintuigvriendelijke kleding, en geeft hulpverleners een concrete reden om zintuiglijke factoren te overwegen bij de behandeling van een laag zelfbeeld en angst.

Deze studie is geen eindpunt, maar een noodzakelijk begin. Het legitimeert een lang genegeerd probleem. Voor autistische volwassenen is de boodschap duidelijk: je strijd met kleding is reëel, en je roep om erkenning en aanpassing is meer dan gerechtvaardigd.

Ferrer Knight, A., & Birtles, D. (2025). ‘I feel trapped in my safe clothes’: The impact of tactile hyper-sensitivity on autistic adults. Autism, 29(11), 2727-2740. https://doi.org/10.1177/13623613251366882 (Original work published 2025)

1 Comment »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *