10 manieren om goed te leven als autistische man … autisme en mannelijkheid

De doorsnee autistische man volgens Gemini van Google, (c) 2026, Sam Peeters

Leven als autistische man betekent voor mij niet alleen dat mijn brein anders werkt, maar ook dat ik constant bots op ideeën over “echte mannen”. Stoer, flexibel, sociaal handig, niet te emotioneel, veel kunnen werken, sterk zijn en vooral niet “te moeilijk doen” over gevoelens of vermoeidheid. Toen ik in 2008 begon te bloggen op Tistje.com, merkte ik hoe hard die zogenaamde ‘man-codes‘ botsen met mijn autistische realiteit: ik ben snel overprikkeld, praat liever via tekst dan in groep, en ik voel dingen vaak juist heel intens.

In de loop der jaren merkte ik ook hoe weinig mannen afkwamen op mijn blog. Nog steeds is het overgrote deel van mijn lezers, meer dan 90%, vrouwen. Dat is prima, natuurlijk, maar het doet me wel nadenken. Ook de mythe die de ronde doet dat ik een Nederlandse autistische vrouw zou zijn, zegt iets over het beeld dat sommige mensen van autistische mannen of hun schrijfstijl hebben.

Goed leven als autistische man betekent voor mij daarom niet alleen dat ik mijn autisme leer kennen, maar ook dat ik kritisch durf kijken naar wat van mij verwacht wordt als man: hoe ik hoor te werken, te schrijven, te lezen, lief te hebben, te praten, te presteren. Autisme zet al die verwachtingen in een ander licht, en dat kan pijnlijk zijn — maar ook bevrijdend.


1. Een diagnose die schuurt met het beeld van de “sterke man”

Als man leer je al vroeg dat je je moet beheersen, niet moet zeuren, moet volhouden. Een autismediagnose in de volwassenheid kan dan voelen alsof iemand officieel komt bevestigen wat je altijd gevreesd hebt: “Je voldoet niet aan het plaatje.” Tegelijk gaf die diagnose mij taal om uit te leggen waarom ik anders reageer dan andere mannen in dezelfde kamer.

Ik moest leren mijn diagnose niet te zien als bewijs dat ik “geen echte man” ben, maar als uitleg voor een andere manier van man zijn. Waar veel mannen hun identiteit bouwen rond prestaties, status of fysieke kracht, leerde ik mijn man-zijn meer te koppelen aan betrouwbaarheid, zorg, eerlijkheid en analytisch denken. Mijn kompas verschoof: minder “ik moet bewijzen dat ik het kan”, meer “ik mag leven naar hoe mijn brein en lijf echt werken.”


2. Burn‑out en de mythe van de onuitputtelijke man

In het klassieke mannelijkheidsplaatje draait waardering vaak om hard werken, lange uren, weinig klagen. Voor een autistische man is dat een recept voor burn‑out. Ik heb lang geprobeerd mee te doen: fulltime werken, sociaal “normaal” zijn, sportief zijn, overal ja op zeggen. Van buitenaf leek ik een “functionerende” man; van binnen was ik op.

Autistische burn‑out dwong mij om die mannelijke mythe van de onuitputtelijke werker los te laten. Goed leven betekent nu dat ik openlijker erken dat mijn energie en belastbaarheid anders zijn. Dat ik mag rusten, ook als andere mannen nog doorgaan. Dat ik mijn waarde niet bewijs door uitputting, maar door duurzame aanwezigheid: beter betrouwbaar en beschikbaar blijven dan heldhaftig instorten.


3. Maskeren als overlevingsstrategie in mannenomgevingen

Veel omgevingen waar mannen samenkomen — werkvloeren, sportclubs, cafés — hangen vol onzichtbare sociale regels: grapjes, competitie, stoer doen, elkaar testen. In die werelden heb ik jarenlang extra hard gemaskeerd: ik lachte om grappen die ik niet snapte, deed mee met smalltalk die mij uitputte, verstopte mijn overprikkeling omdat “je daar als man niet over zeurt”.

Meer goed leven betekende voor mij dat ik andere mannelijke rollen moest zoeken: minder haantjesgedrag, meer inhoud; minder meedoen om erbij te horen, meer kleine, veilige contacten op mijn manier. Ik voel me veel meer man in een rustige wandeling met één vriend dan in een luid café waar ik moet doen alsof alles leuk is. Mannelijkheid is voor mij dus minder een masker geworden, en meer een vorm van aanwezig zijn waar mijn autistische binnenwereld in mee mag.


4. overprikkeling en de druk om “stoer” te zijn

Een koptelefoon dragen, vroeg naar huis gaan omdat het te luid is, niet meegaan naar drukke events: dat wordt al snel gezien als “aanstellerij” of “niet stoer doen” als je man bent. Ik heb lang geprobeerd die reflex te onderdrukken: ik bleef langer op feestjes, dwong mezelf naar concerten, negeerde licht en geluid terwijl mijn lijf ondertussen op tilt sloeg.

Goed leven als autistische man begon voor mij toen ik merkte dat échte stoerheid soms betekent dat je wél zegt: “Dit is te veel voor mij.” Ik kies nu expliciet voor sensorische bescherming: ik neem een koptelefoon mee, spreek af op rustige plekken, en vertrek zonder schuldgevoel als mijn systeem vol zit. In plaats van te doen alsof niets mij raakt, laat ik zien dat zorgen voor je zenuwstelsel óók een manier is om sterk te zijn.


5. Mannelijkheid, empathie en hoe je “hoort” te voelen

Het stereotype van de autistische man is dubbel: aan de ene kant “weinig empathie”, aan de andere kant de klassieke man-norm dat je sowieso niet te gevoelig mag zijn. Mijn realiteit zit daar precies tussenin: ik voel heel veel, vaak té veel, maar ik raak het niet altijd kwijt in woorden of sociale scripts die andere mannen herkennen.

Goed leven betekent voor mij dat ik mijn gevoeligheid niet langer zie als een “vrouwelijke” afwijking van man-zijn, maar als een kernonderdeel van mijn autistische mannelijkheid. Ik toon zorg op mijn manier: door grondig te luisteren, door informatie te verzamelen, door er te zijn wanneer het echt telt. Ik hoef geen stoïcijnse rots te spelen als dat me kapotmaakt, maar ik hoef ook geen kopie te worden van hoe vrouwen met emoties omgaan. Mijn manier van voelen en tonen is geldig, ook al past die niet in de standaard manhandleiding.


6. de druk om als man te presteren

Mannelijkheid wordt vaak gekoppeld aan prestaties: diploma’s, carrières, inkomsten, status. Mijn autistische sterktes — hyperfocus, detail, doorzettingsvermogen — maken dat ik ver kan gaan in werk en projecten, en van buitenaf oogt dat soms als “succesvolle man”. Binnenin kleeft daar echter snel de angst aan vast dat ik alles moet blijven overpresteren om maar niet door de mand te vallen.

Ik probeer mijn autistische sterktes nu losser te koppelen van het klassieke mannelijkheidsverhaal. Hyperfocus mag ook naar dingen die commercieel “niets opleveren”, zoals nicheonderzoek, kunst, of schrijfontwikkeling. Nauwkeurigheid mag ook zitten in zorg, vrijwilligerswerk, of hoe ik mijn huishouden organiseer. Goed leven als autistische man is voor mij: mijn sterktes inzetten op een manier die míj voedt, niet alleen mijn CV.


7. Werk, inkomen en het ideaal van “de kostwinner”

De verwachting dat een man minstens voltijds verdient en liefst nog carrière maakt, hangt hardnekkig in de lucht. Voor mij botste die rol frontaal met autistische realiteit: fulltime in prikkelrijke omgevingen werken, flexibel moeten zijn, constant moeten schakelen tussen taken en mensen — mijn lijf en brein trokken dat niet op lange termijn.

Ik moest leren dat mijn waarde als man niet samenvalt met een voltijds loonstrookje. Soms betekent goed leven dat ik bewust kies voor minder uren, andere vormen van werk, of een combinatie van betaald en onbetaald engagement. Dat vraagt vaak ook eerlijk overleg met partner, familie of hulpverlening, omdat geld en mannelijkheid in onze cultuur zo verstrengeld zijn. Maar het alternatief — blijven proberen een “klassiek kostwinnerpad” te volgen tot ik instort — bleek voor mij geen houdbare optie.


8. Dokters, hulpverleners en het waanbeeld van de redelijke, rationele man

In de gezondheidszorg wordt vaak verwacht dat mannen rationeel, kort en “to the point” zijn. Terwijl ik bij klachten vaak overspoeld raak door prikkels, angst en pijn, en juist meer tijd nodig heb om uit te leggen wat er is. Als ik dan “te veel” vragen stel of emotioneel reageer, voelt dat soms alsof ik onbewust een mannencode doorbreek.

Goed leven als autistische man betekent voor mij dat ik dat beeld bewust laat loslaten. Ik ben een man die lijstjes meeneemt naar de dokter, die vraagt om dingen te herhalen of op te schrijven, die toegeeft dat hij bang is of overprikkeld raakt. Ik ben niet minder man omdat ik mijn kwetsbaarheid benoem in de consultatieruimte; ik word er juist serieuzer genomen door de artsen die bij mij passen. De kunst is: niet de stoere patiënt spelen, maar de duidelijke.


9. Routines, hobby’s en het cliché van de “echte vent”

Veel typische “mannelijke” vrijetijdsbestedingen zijn sociaal en prikkelrijk: ploegsport, kroegavonden, festivals, luidruchtige hobbyclubs. Mijn lijf trekt dat meestal niet. Vroeger schaamde ik me daarvoor: ik voelde me minder man omdat ik liever thuis las, schreef, research deed, of in mijn eentje wandelde dan mee te drinken in een café.

Nu zie ik mijn autistische routines en interesses als een andere invulling van mannelijkheid. Ik mag de man zijn die zijn kennis obsessief verdiept, die liever een avond besteedt aan een blogartikel dan aan pintjes, die zijn lijf beschermt in plaats van uitput. Het stereotype beeld van de “stoere vent” past niet bij mij — maar dat wil niet zeggen dat ik geen man ben. Ik ben een man met andere prioriteiten en een ander zenuwstelsel.


10. verouderen als autistische man: afscheid van het rolmodel dat nooit bestond

Naarmate ik ouder word, merk ik hoe hard het beeld van “de geslaagde man” — carrière, gezin, sociaal netwerk, fit lichaam — op mij heeft gedrukt. Tegelijk zie ik hoe weinig dat beeld rekening houdt met mannen met een ander lijf of brein, zoals autistische mannen of mannen met een chronische aandoening.

Ouder worden als autistische man betekent voor mij dat ik stukje bij beetje afscheid neem van een rolmodel dat eigenlijk nooit voor mij ontworpen was. Ik leg mijn lat anders: minder gericht op indruk maken, meer op innerlijke rust en houdbare keuzes. Mijn mannelijkheid zit nu minder in wat ik bewijs, en meer in hoe ik zorg: voor mezelf, voor de mensen rondom mij, voor de woorden die ik de wereld instuur via mijn blog. Goed leven voelt dan niet langer als falen in “klassiek man-zijn”, maar als slagen in mijn eigen, autistische variant daarvan.


Slot: mannelijkheid hertekenen, niet afschaffen

Autisme en mannelijkheid worden vaak allebei in termen van tekorten beschreven: “te weinig empathie”, “te weinig praten”, “te veel rationeel”, “te weinig flexibel”. In mijn leven heb ik geleerd dat beide verhalen te simpel zijn. Autistisch zijn maakt mij niet minder man, en man zijn maakt mij niet minder autistisch — maar de combinatie vraagt wel dat ik de standaard mancodes kritisch bekijk en herschrijf.

Goed leven als autistische man betekent voor mij dus niet dat ik mannelijkheid moet inleveren, maar dat ik ze anders invul: minder stoerdoenerij, meer eerlijkheid; minder presteren om erbij te horen, meer leven op een tempo dat mijn zenuwstelsel aankan. En hoe meer ruimte onze samenleving maakt voor die varianten van man-zijn, hoe groter de kans dat autistische mannen niet alleen hun hoofd boven water houden, maar echt kunnen floreren.

4 Comments »

  1. Dank je wel sam

    Heel herkenbaar weer.

    Ik bedacht mij hoe het mij bij de dokter verging.

    Jarenlang was ik niet meer bij de huisarts geweest omdat er maar één klacht benoemd mag worden en ik beredeneerde dat ik die ene klacht dan ook wel over kon slaan.

    Mijn begeleidster drong erop aan om toch weer eens op consult te gaan voor als het een keer echt nodig zou zijn, we gingen samen dus enkel om weer een keer over de drempel te komen. Stijf van de stres de kamer van de arts in, dat gesprek verliep slecht en ik liep (56 jaar oud) huilend weer naar buiten.

    Met weer een ervaring rijker waarmee ik niet aan het mannelijke plaatje voldoet.

    Grtjs arie

    Geliked door 1 persoon

  2. t1 van de weinige mannen die regelmatig je blog lezen. En zoals deze zoveel herkenning.
    Ik heb een late diagnose, toen ik eind 40 begin 50 was. 3 burnouts en veel vertwijfeling tijdens mijn werk. Nu achteraf korte samenvatting: ik werd gedoogd doordat ik mijn werk kennelijk erg goed deed. Verder hoorde ik er niet bij, was die vreemde gast die je niet uitnodigt voor iets wat collega’s na het werk deden. Geen idee wat je met die kerel aan moet.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *