Hoogsensitief of gewoon autistisch?: wat tussen de lijnen blijft … autisme en hoogsensitiviteit

Foto van Carolina Heza op Unsplash

Mensen die zich herkennen in kenmerken als snel overprikkeld raken, diep nadenken en moeite hebben met veranderingen, komen vaak bij dezelfde vraag terecht. Gaat het om een autistisch profiel, of om een hoogsensitieve aanleg? Wie op zoek is naar erkenning en de juiste ondersteuning, merkt al snel dat het antwoord niet vrijblijvend is. En toch wordt die vraag zelden zuiver gesteld, laat staan zuiver beantwoord.

In het werkveld lopen verschillende manieren van kijken door elkaar. Sommigen houden vol dat het onderscheid tussen hoogsensitiviteit en autisme wetenschappelijk nog niet scherp te trekken is. Anderen pleiten juist voor een duidelijke afbakening: er ís een verschil, als je naar de juiste kenmerken kijkt. En daarnaast bestaat er nog een heel scala aan tussenposities, van oprechte twijfel tot bijna dogmatische stelligheid.

Al die manieren van denken gaan over dezelfde mensen, dezelfde klachten en dezelfde verwarring. Alleen de conclusies verschillen. In deze tekst leg ik naast elkaar wat elk perspectief oplevert, en waar elk perspectief vastloopt.

Een spanning die verder reikt dan deze twee termen

Voor het onderscheid zelf aan bod komt, is het goed te beseffen dat dezelfde worsteling terugkeert bij veel meer kenmerken dan autisme en hoogsensitiviteit alleen. Ook bij ADHD, hoogbegaafdheid, een burn-out of langdurige stress herkennen mensen zich in overlappende beschrijvingen. De vraag blijft steeds hetzelfde: hoe zet je een naam op iets, als de grenzen tussen namen niet altijd scherp zijn?

Die bredere blik neemt de druk weg van het idee dat er één juiste term zou bestaan. Veel van wat mensen als last ervaren, komt niet uit één specifiek profiel voort, maar uit een stresssysteem dat te lang overbelast is geweest. Overprikkeling, piekeren, slecht slapen, een burn-out die dichterbij sluipt: dat zien we bij heel verschillende profielen terug. Het is wat er gebeurt zodra iemands draagkracht langdurig wordt overschreden, ongeacht de onderliggende reden. Daarom herkennen mensen met heel uiteenlopende achtergronden zich zo makkelijk in elkaars verhalen. Dat is niet vreemd: het is vooral heel menselijk.

Wat maskeren over beide profielen zegt

Ook camoufleren, compenseren en maskeren zijn niet gebonden aan één diagnose. Autistische mensen die sociaal willen meedraaien terwijl dat niet vanzelf gaat, tasten situaties af, volgen vaste patronen en bedenken vooraf hoe ze zullen reageren.

Door oefening, door vallen en opstaan, door jarenlange ervaring lijkt dat van buitenaf soms moeiteloos, terwijl het van binnen enorm veel energie kost. Dat mechanisme speelt bij meerdere profielen, en het verklaart waarom heel verschillende ervaringen aan de oppervlakte soms sterk op elkaar lijken. Ook al hebben ze minder gemeen dan je zou denken.

De behoedzame blik: waarschuwen voor hokjes

Een eerste manier om de vraag in de titel te benaderen is behoedzaam. Ze stelt dat een strikte scheidslijn tussen de twee begrippen voorlopig niet hard te maken is, en waarschuwt terecht voor hokjesdenken en voor verouderde vooroordelen.

Een van die vooroordelen gaat over empathie, en over het verwarren van empathie met het al dan niet helpen van of meevoelen met anderen. Dat autistische mensen empathie anders ervaren en tonen dan niet-autistische mensen, staat buiten kijf. Maar of iemand empathisch overkómt, en hoe dat door anderen wordt beleefd, hangt sterk af van de context en van talloze andere factoren. Het beeld van autisme als ongevoelig heeft voor beide geslachten gevolgen gehad, maar vooral voor autistische mensen die van nature zachtaardiger waren en sociaal net genoeg konden meekomen om niet meteen op te vallen. Voor hen lag — en ligt — het etiket “te gevoelig” vaak dichterbij dan het etiket “autistisch”.

De afgebakende blik: een werkbaar kader

Een tweede benadering kiest voor een duidelijke afbakening, en de kracht ervan zit volgens mij vooral in wat ze iemand die op zoek is naar antwoorden, concreet aanreikt: een werkbaar kader.

Deze benadering benoemt concrete kenmerken waarop hoogsensitiviteit en autisme volgens haar tegenovergesteld scoren, zoals contextgevoeligheid, het spontaan aanvoelen wat er in een ander omgaat, en sociale intuïtie.

Bij een hoogsensitieve aanleg zouden die vaardigheden van nature aanwezig zijn en vanzelf verlopen. Bij autisme zouden ze, in het beste geval, aan te leren zijn, maar altijd via een bewuste omweg die nooit vanzelf gaat: er wordt meer over nagedacht, en er gaat meer energie in zitten.

Voor sommigen is dat een moeilijk te verteren gedachte, omdat spontaniteit in onze samenleving bijna gelijkgesteld wordt aan empathie. Toch is dit voor mij de bruikbaarste benadering. Het onderscheid tussen een aangeleerde vaardigheid en een van nature aanwezige intuïtie verklaart precies waarom maskeren zo uitputtend is: je moet voortdurend bewust nadenken over dingen die voor anderen ogenschijnlijk vanzelf gaan.

Waarom beide blikken elkaar nodig hebben

Wie hulp zoekt en wil weten of hij of zij autistisch is of hoogsensitief, heeft weinig aan een antwoord dat alle kanten openhoudt. Een toetsbaar kader kan wél dienen als vertrekpunt voor concrete ondersteuning.

De kritische blik die waakt voor stigma’s en oog houdt voor de vele manieren waarop mensen hun eigenheid beleven, blijft nodig — maar brengt op zichzelf weinig houvast. Het één sluit het ander trouwens niet uit: de kritische blik en de praktische helderheid hebben elkaar nodig. Waar de ene benadering tekortschiet, is de andere vaak sterk, en omgekeerd.

Een naam geven zonder alles vast te leggen

Wat voor hoogsensitiviteit en autisme geldt, geldt breder. Bij vrijwel elk kenmerk dat mensen op zichzelf plakken, botst dezelfde vraag: durf je een naam te geven zonder te doen alsof daarmee alles vaststaat? Een diagnose of een profielbeschrijving is geen eindpunt, maar een vertrekpunt voor eerlijk onderzoek naar wat er werkelijk achter het gedrag zit. Jezelf herkennen in een lijstje bewijst op zich niets. Maar voor wie zich jarenlang in een onduidelijk grijs gebied heeft bevonden, is de stap naar een helder kader — mits toegepast met een open en kritische blik — vaak de eerste voorwaarde voor blijvende zelfkennis.

1 Comment »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *