De vele gezichten van neurodiversiteit … autisme en beeldvorming

(c) Sam Peeters, 2026

Stel de autismegemeenschap voor als honderd mensen. Niet honderd meningen van het internet, maar honderd mensen die de volle spreiding dekken: autistische kinderen en volwassenen met lichte en met zware ondersteuningsnood, hun ouders, broers en zussen, partners, begeleiders in de zorg, leerkrachten, artsen die de diagnose stellen en onderzoekers die het veld bestuderen. Leg die honderd één woord voor. Het woord dat de voorbije jaren almaar vaker valt zodra het over autisme gaat, en dat evenveel ladingen dekt als er mensen zijn die het uitspreken. Vraag hun: wat betekent dit voor jou?

De bronnen en de methodiek

Behalve veel gegevens op fora, online bevragingen, blogs (Kooijmans, Wise, Embrace Autism, Autisme Digitaal, Autism in Context) en artikels in traditionele media en sociale media, is voor dit artikel onder andere gebruikgemaakt van een survey onder huidige en toekomstige professionals (Schuck e.a., 2026) en een reeks studies uit en over de beweging, met als stevigste een gemengde studie onder 504 deelnemers (Dwyer e.a., 2024).

De cijfers gelden voor de volledige groep van honderd, inclusief de mensen die geen antwoord geven. Het zijn schattingen, geen gemeten frequenties, weergegeven in dalende volgorde van geschat aantal. Uit al het onderzoek blijkt dat er vier categorieën van mensen uitspringen.

De kritische geluiden: Een onpraktisch modewoord (bijna 40%)

De grootste categorie bestaat opvallend genoeg uit kritische geluiden. Bijna vier op de tien mensen in de autismegemeenschap zien neurodiversiteit als een onpraktisch begrip, een hype of zelfs als schadelijk voor de levenskwaliteit en rechten van mensen met ondersteuningsnoden, in het bijzonder degenen met intensieve ondersteuningsbehoeften.

Ze beschouwen het als een modewoord, een minimalisering, een academisch model, een bron van verdeeldheid en een diffuus begrip.

De pragmatische benadering: Natuurlijke variatie (ongeveer 33%)

Een derde van de autismegemeenschap ziet neurodiversiteit als een handige maar niet noodzakelijke categorisering, zonder er direct een politieke, oordelende of maatschappelijke betekenis aan te hangen. Volgens hen is het een van de aanduidingen voor de natuurlijke variatie van het brein, een parapluterm of één van de vele mogelijke verklarende kaders.

De stille meerderheid: Onbekendheid met de term (bijna 20%)

Bijna twee op de tien mensen waagt geen inhoudelijk antwoord. Onder professionals kent ongeveer een op de tien het woord niet, terwijl dat percentage voor de volledige autismegemeenschap veel hoger ligt. Bij de meeste autistische mensen, ouders, familieleden en andere direct of indirect betrokkenen behoort neurodiversiteit simpelweg niet tot hun woordenschat.

De politieke voorhoede: Strijd voor maatschappelijke verandering (iets minder dan 20%)

Een iets kleinere groep dan de voorgaande is volledig fan van de politieke strijd. Deze groep ziet neurodiversiteit als een streven naar gelijke rechten, als een symbool voor de verschuiving van de aanpassingsplicht naar de samenleving, als een signaal dat autisme geen medische aandoening is, en als een kader voor de werkvloer. Het zijn vooral mensen die actief zijn op sociale media en blogs, die identiteit-eerst taal promoten en rond definities strijden alsof hun leven ervan afhangt.

De psychologische waarde: Identiteit en eigenwaarde (minder dan 10%)

De kleinste groep, iets minder dan één op de tien, ziet neurodiversiteit als een psychologisch fundament voor eigenwaarde en lotsverbondenheid. Voor hen staat het voor een nadruk op sterktes en vormt het een weg naar zelfaanvaarding, persoonlijke identiteit en een gedeelde autismegemeenschap.

De fundamentele breuklijn: Binair versus spectrum

Eén breuk laat zich niet in de rangschikking vangen, omdat ze door bijna elke invulling heen loopt. Ongeveer een derde van de autismegemeenschap ziet de term als iets binairs — je bent het of je bent het niet — tegenover anderen die neurodiversiteit juist zien als een doorlopend spectrum waarop ieder mens ergens staat. Dat onderscheid bepaalt of iemand ondersteuning koppelt aan een officiële categorie, of aan een behoefte die er ook zonder diagnose mag zijn.

Conclusie: De afstand tot de beweging

Het meest opvallende is de stilte en de hoeveelheid mensen die zich bij neurodiversiteit weinig of niets relevants kunnen voorstellen. Het is duidelijk dat neurodiversiteit geen gedeelde betekenis draagt; de betekenis wordt enkel dichter en zekerder naarmate je inzoomt op wie er het meest van overtuigd is. Zoom je uit naar de hele gemeenschap, dan keren de twijfel en de stilte terug. De vraag “wat betekent dit voor jou?” meet daarom minder het woord zelf, dan wel de afstand van de spreker tot het hart van de neurodiversiteitsbeweging.

Geef een reactie