Een eigen ruimte

Wat mij het meest dierbaar is, veel meer dan mensen om me heen die van me ‘houden’, is een eigen ruimte.

Een ruimte voor mijn eigen spullen. In letterlijke zin. Voor al die ‘rotzooi’ die ik in mijn leven zoal verzamel. Maar ook een ruimte voor mijn eigen ideeën. Figuurlijk bedoeld. Om mijn gedachten te kunnen ordenen. In alle stilte. Zonder het lawaai van buitenstaanders.

Overigens mag die laatste groep ruim genomen worden. Een bloedverwantschap of jarenlang verblijf onder hetzelfde dak of gedwongen contact met de maaltijden, hoeft niet automatisch recht te geven op de titel ‘vertrouwenspersoon’ of geeft geen recht op weten wat ik denk of wat de beste keuze is. Vertrouwen moet verworven worden.

Bloedverwanten of huisgenoten hebben natuurlijk meer kans om vertrouwen te verwerven door concrete bijdragen tot levenskwaliteit, maar het is zeker geen automatisch verworven recht. Niet dus zoals een nationaliteit verworven wordt door geboren te worden in een land uit twee ouders van dezelfde nationaliteit. Het verbaast me dat mensen uit de omgeving van iemand met autisme nog steeds geloven louter om die reden keuzes in zijn of haar plaats te kunnen nemen. Ouders, familie en vrienden die echt van hun kinderen, jongeren of volwassenen met autisme houden en naar geluk op langere termijn streven, doen zoiets overigens niet.

Die eigen ruimte begint bij een eigen speelhoek als kind, over een eigen kamer als jongere, naar een woning als volwassene. Een deur waarachter geheimen gehouden kunnen worden.

Geheimen waar mensen zonder autisme zo angstig van lijken te worden. Zeer dubbelzinnige angsten overigens. Angst voor isolement (geen menselijk contact) maar tegelijk ook angst voor het contact met de verkeerde mensen en de val in de ellende waar de verbeelding van op hol slaat (kansarmoede, seksueel misbruik, vrouwen – en kinderhandel). Angst die als ze eerlijk zijn eerder op zichzelf dan op de persoon met autisme van toepassing is. Kunnen mensen zonder autisme zich overigens inbeelden welke angsten veel mensen met autisme lijden door de roekeloosheid, de onbezonnenheid, de nonchalance in voorbereiding van al die gezelschap – en statusverslaafde chaoten om hen heen ?

Zelf heb ik het geluk gehad mensen om me te heen te hebben die mij toelieten fouten te kunnen maken zonder al te veel consequenties voor de levenskwaliteit op lange termijn eerder dan mij als een ‘firewall’ te beschermen tegen het oplopen van schade door die ‘boze buitenwereld’.

Ik heb ook het geluk gehad ouders te hebben die mij het gevoel gaven nooit in mijn spullen in mijn kamer te snuisteren, of nooit in mijn dagboeken te lezen, of sowieso niet zonder mijn toestemming op mijn kamer kwamen. Die was dan ook hermetisch afgesloten. Niet steeds met een slot, wel met voldoende waarschuwingen.

Ik heb het geluk gehad geheimen te mogen hebben, op verkenning in de wereld te mogen gaan, en huilend terug thuis te komen nadat ik mij pijn had gedaan, fysiek of psychisch. Zonder angst te hebben voor verwijten, behandeld te worden als een slachtoffer of misdadiger of verstandelijk gehandicapte. Zonder angst voor gevolgen voor mijn vrijheid. Wel met het besef dat elke ervaring besproken moest worden, en er een of meerdere leerpunten en afspraken naar de toekomst toe uit konden volgen.

Wederzijdse leerpunten en afspraken. Ouders en het gezin (broers & zussen bijvoorbeeld) kunnen even veel leren uit de fouten van mensen met autisme als zijzelf. Het gezin is een contractgegeven dat groeit in gelijkwaardigheid.

Zo heb ik zelf een ‘firewall’ kunnen ontwikkelen die beter is dan die van mijn niet-autistische omgeving. Zo heb ik niet alleen een eigen identiteit kunnen ontwikkelen, maar ook leren vertrouwen in mijn ouders.

Want zoals zij mijn eigen ruimte respecteerden, heb ik hun ruimte gerespecteerd. Ik was een goede huurder in hun huis, ik hield mij aan de opgeschreven regels, ik maakte niet meer dan voorgeschreven gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes. Vanuit dat respect voor mijn eigen ruimte heb ik hen leren vertrouwen als mensen, ondanks hun neurotypische aandoening. Zoals zij mij raad gaven, heb ik hen raad gegeven om meer integer en authentiek te worden en zo een aangenamer, rustiger en zielsvriendelijker leven te leiden. Dichter bij wie ze zijn als mens vanuit hun schepping.

Een eigen ruimte is niet alleen belangrijk om zich te beschermen tegen de projectie van angst en de zoveelste flater van neurotypisch functioneren. Het is ook de zuurstofbel in een samenleving waar er nauwelijks mogelijkheid bestaat tot ademhalen, tot komen tot de essentie, tot functioneren en groeien.

Een eigen ruimte is ook de mogelijkheid om zelf ideeën te mogen hebben die niet belachelijk worden gemaakt of kinderachtig worden beschouwd binnen het gezin. Heel wat mensen met autisme hebben ideeën die ver de ontwikkeling van hun omgeving voorop zijn, maar ‘achterlijk’ worden beschouwd.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat ideeën die niet passen in de samenleving in de eigen ruimte blijven. Het is belangrijk een onderscheid te maken in het functioneren in de eigen ruimte & eigen omgeving en in de openbare omgeving, bij mensen zonder autisme, buiten de deur. Alleen al om de eigen kwetsbaarheid te beperken. In de openbare omgeving probeer ik zoveel mogelijk compensatie en camouflage toe te passen, waar ik in mijn eigen omgeving zoveel mogelijk alles probeer van mij af te werpen en autistisch mag zijn. Vandaar dat een eigen ruimte zo belangrijk is.

Geen eigen ruimte hebben kan tot heel wat onheil leiden. Cylothymia, depressie, selectief mutisme, eetstoornissen, stemmingswisselingen, agnosie, dyspraxie, persoonlijkheidsstoornissen, sociale claustrofobie, … komen sterker op bij gebrek aan eigen ruimte. Het is ook niet moeilijk te begrijpen dat de symptomen van autisme sterker zullen zijn naarmate iemand niet kan recupereren in een eigen ruimte.

Helaas zijn er nog mensen die denken dat iemand vooral gedwongen moet worden om sociaal om te gaan met anderen, zoals een zwemmer zoveel mogelijk zou moeten zwemmen, dag en nacht in het zwembad liggen om goed te presteren.

Het wordt hoog tijd dat mensen het aan personen met autisme zelf overlaten wat voor hen het meest kwaliteit van bestaan biedt, en zich niet langer blindstaren op het maatschappelijk functioneren als vanzelfsprekend objectief. Het is duidelijk dat we niet zonder de anderen kunnen, maar niet zonder dat we ook een eigen ruimte hebben om te bekomen van de irritaties en de stommiteiten van die anderen en om te bezinnen hoe we het best kunnen samen leven met die anderen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s