Hoop

Soms, in een vergeten ogenblik, lijk ik voor even gelukkig geweest. Wat mij heeft bezield, kan ik moeilijk verwoorden.

In die fractie van tijd lijk ik te ontglippen aan de tredmolen van iedere dag : de verwerking van het enorme verleden en de voorbereiding van elk moment dat komt. Op mysterieuze wijze kan ik dat laatste even uit handen geven. Slechts een droom, ervaar ik na deze fractie van geluk, met wat triestheid.

Niettemin denk ik daar in die fractie van geluk even niet over na. Meer nog, ik word me in dat ogenblik bewust van mogelijkheden, alternatieven, vluchtwegen die ik zou kunnen kiezen. Mocht ik daarvoor weliswaar de energie, de ruimte, de tijd en de moed hebben.

Niettemin word ik in die fractie van geluk vervuld van warmte dat ik nog veel tegoed heb. Integenstelling tot wat een toevallige voorbijganger, die mijn stand van zaken zou opmaken, zou besluiten. Mijnheer staat in het rood, zou hij zeggen, en dient dringend de boeken te sluiten.

Niettemin zie ik in die fractie van geluk, die ingeving, ook al die prachtige mensen die ik al heb ontmoet en wellicht nog zal ontmoeten op mijn levensweg. Al de liefde die ik al heb ontvangen en nog voor mij gereserveerd is. En een fractie van zekerheid dat ik mijn best heb gedaan om zo veel mogelijk mijn liefde te tonen.

Al die fracties van wederzijdsheid, hoe vluchtig en voorbijgaand en misschien hoe onecht ook van de andere kant, die ik ondanks alles heb mogen ervaren, en die er wellicht nog aankomen. Het zal nooit echt duidelijk worden of iets echt gemeend is dat van buiten mij komt, maar ik heb hoop.

Maar dan weet ik dat er meer is dan menselijk contact.

Er zijn al die schitterende kleuren, beelden, geuren, verhalen, geluiden en ritmes die ik nog zal voelen, horen en in me opnemen. Er is het onverwachte gesnuffel, gelik, gesnor, kleine kreetjes van gelukzaligheid en ultiem genieten.

En dan zijn er natuurlijk ook al die verhelderende ideeën die me, van wie weet waar, nog te binnen zullen vallen. Ooit, ergens, waar en wanneer en hoe blijft onvoorspelbaar. Veelbelovend. Nochtans blijf ik, met steeds lichtere bagage, intussen onderweg. Ik wacht niet, ik leef op hoop en vertrouwen, ondanks mijn blinde zicht.

Soms tracht ik mij voor te stellen welke avonturen mij nog te wachten staat. Niet te lang. Ik wil vannacht de slaap nog vatten en lig al veel te veel wakker. Ik benijd hen die geen last hebben van chronische slapeloosheid en nog tal van andere aandoeningen die nachtmensen als mezelf niet onbekend zijn.

Maar het geeft me moed dat ik alle vorige avonturen overleefd heb, dat ik in deze moeilijke tijden ben mogen blijven leven. Zij het buiten de muren van de stad. Als een net-niet burger. Niettemin geeft het me moed te weten dat ik buitengewone plaatsen, ruimtes en tijden zal mogen ontdekken. Waar anderen aan voorbijgaan, blind voor zijn, niet naar omkijken of zich angstig voor terugtrekken.

Ook al heb ik op dit moment geen perspectief … ik weet dat ik ooit zal geloven dat ik gelukkig zal geweest zijn. Dat ik ooit niet meer gelukkig zal moeten zijn. Ik weet dat een goed leven, hoewel nu niet, toch ergens bestaat. Ik heb wat men noemt hoop.

2 Comments »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s