Clifford

Gisteren zag ik een documentaire op Vijf TV waarin een vijftal mensen wordt gevolgd in hun zoektocht naar een relatie, of minstens op hun dating. Vijf mensen met een handicap. Geen van hen blijkt een goede partij te vinden. Dat hoeft volgens mij ook niet te verwonderen. Zeker niet met een cameraploeg bij een romantisch etentje. Of misschien ligt ’t aan de methode ?

Een van deze vijf mensen is Clifford Silverman, een late veertiger en fervent supporter van de Britse voetbalclub Arsenal. Sinds de kindertijd is Clifford erkend als een autistisch brein. Of toch als autistisch persoon. Clifford is naar een ‘speciale school’ geweest en woont nog heel dicht bij zijn ouders.

Voor de rest gaat hij helemaal uitgedost in supporterware mee op in de massa fans op weg naar het voetbalstadion. Overdag werkt Clifford als tuinier, na de werkuren heeft hij naar eigen zeggen een druk sociaal leven.

Toch mist hij iemand om mee samen te zijn, sinds zijn vorige relatie twintig jaar geleden op de klippen is gelopen. “Het ideale zou een eigen vriendin zijn”, zegt hij. “Het zou niet alles oplossen maar ik heb toch heel graag een partner, om van alles mee te kunnen delen.”

“Ik ben wel aan enkele relaties begonnen maar dat was niets serieus”, aldus Clifford. “In elk geval zonder een seksuele relatie met een van mijn vriendinnen. Ik heb ’t misschien niet op de goede manier gedaan. Ofwel wilden zij ’t niet.”

Zodra Clifford te weten was gekomen dat hij lid kon worden van Outsiders, een datingbureau voor mensen met een handicap, sloot hij zich aan. Om iemand te ontmoeten.

Gemakkelijk zal dat niet gaan, weet hij. Zijn langste relatie ooit heeft ook ‘maar’ zes maand geduurd, weet hij. Bovendien : “Iemand ontmoeten gebeurt niet zomaar. Het kan een jaar of tien duren. Of veel langer. Omdat ik niet goed kan communiceren, en een zogenaamd sociaal probleem heb. Ik zal heel geduldig moeten zijn en zien wat er nodig is.”

Clifford stoot al snel op een aantal drempels om zijn doel te bereiken. Vooreerst merkt hij al gauw dat er meer mannen dan vrouwen zijn, met autisme of met een beperking in het algemeen, die willen daten of gewoon praten. Zodat iedereen rond de weinig beschikbare kandidaten hangt.

Een drempel die al meer met autisme te maken heeft, is het opstellen van een advertentie waarin Clifford zichzelf aantrekkelijk presenteert. Of waarmee hij succes heeft bij de vrouwen.

Aanvankelijk probeert Clifford het met “Ik ben een rustige man, werk als een tuinier en ik doe ook vrijwilligerswerk bij een organisatie voor stotteraars. Op zoek naar een vrouw voor vriendschap en misschien huwelijk.” Terwijl een andere man zichzelf voorstelt als “op zoek naar afspraakjes en wat ervan komt, vriendschap en eventueel meer.”

Clifford krijgt echter hulp van een dating-adviseur. Zij vindt dat zijn beschrijving hem helemaal geen eer aan doet. Ze heeft (hopelijk met zijn toestemming) met vrouwen gepraat met wie hij reeds contact had. Verbaal contact vermoedelijk.

Volgens hen had hij ‘grote ogen als een puppy’, een diepe sexy stem en een ‘gebeitelde’ karakterkop, wat ze mooi en leuk vonden. Dat hij tuinier is, moet hij volgens zijn adviseur ook vermelden. Dat doet hij volgens haar beter niet met zijn autisme.

Clifford ondergaat ’t advies eerder gelaten. De perfecte vrouw zal hij niet vinden, zegt hij. “Die bestaat niet”. Maar hij erkent schoorvoetend wel dat hij iemand die zal vinden waarbij er een ‘klik’ is. Enfin, veel keus heeft hij niet, of de adviseur vind hem een kniezer.

Een derde drempel is zijn spraakprobleem, zeker bij het telefoneren als de zenuwen gieren. Hij schrijft op wat hij wil zeggen. “Vrouwen willen iemand horen die niet begint te stotteren. Anders zeggen ze Lieve help, dat wil ik niet. Dan loopt ’t al mis.”

Een vierde drempel ervaart Clifford vanuit zijn kindertijd. Van zijn vierde tot zestiende jaar verblijft Clifford op een internaat voor kinderen en jongeren met buitengewone zorgen. Met als nadeel dat hij er alleen maar jongens ontmoet. Tijdens de vakantie waren meisjes een vreemde soort. Bovendien voelde Clifford zich totaal anders dan de andere jongens, en zagen ook de meisjes dat.

In Cliffords omgeving wordt er natuurlijk heel wat afgepraat over zijn zoektocht naar een goede vriendin.

Clifford gaat dan ook vaak met zijn moeder bij zijn jongere zus lunchen. Zijn moeder pusht hem natuurlijk een beetje. “Als je tijdens het eten je tafelgenoten bekijkt, vraag je je dan niet af met die dame zou ik toch graag eens een stapje in de wereld zetten, ik zal ’t haar vragen ?” dringt ze aan.

Ook zijn zus vindt dat hij een beetje moeite moet doen. Maar, benadrukt ze zijn inspanningen, Clifford is vergeleken met vroeger beter in communiceren, kleedt zich beter dan vroeger en gaat nu ook naar de mensen toe, met een stralende glimlach. Hoewel die ‘glimlach’ voor de kijker toch moeilijk te zien is.

Daarnaast wordt er ook op Cliffords werk, als tuinier, heel wat ‘goede’ of minstens goedbedoelde raad gegeven.

Toen Clifford op zijn zestiende terug kwam leerde zijn moeder hem tuinieren en sindsdien werkt hij als tuinier. Zijn collega’s zijn in elk geval uitgesproken positief over zijn werk en houding. Al is dat soms op een vreemde manier.

“Het is alsof je samen werkt met een groot kind. Hij is heel eerlijk, nieuwsgierig en oprecht. Ik bof dat ik met hem mag samenwerken. Als hij er niet is, missen we hem. Voor hem is niet elke dag hetzelfde als de vorige, maar een volledig nieuwe dag. Een dag net zo goed als die van gisteren. Hij klaagt bijna nooit. Dat kan je van een ander meestal niet zeggen.”

Als Clifford hen zegt dat hij uitgaat om een paar vrouwen te ontmoeten en misschien wel een afspraakje te versieren, kunnen zijn werkmakkers het niet laten hem ‘vaderlijke raad’ te geven.

Zo moet hij interesse laten zien of tenminste doen alsof hij geïnteresseerd is in wat zijn afspraakje zegt. Ook al is niet het geval. Soms heeft hij volgens zijn collega’s de drang om onophoudelijk te praten over wat hem bezielt op dat moment. Dan worden ze wat bang van hem en ze raden hem aan zich op dat vlak wat in te houden. Want Clifford is een geweldige man, en verdient een lieve vriendin.

Clifford zelf wil dat maar al te graag opvolgen. “Ik zal doen wat je zegt. Ik zal proberen goed te luisteren. Ik moet het juiste evenwicht vinden” print hij bij zichzelf in.

Intussen oefent Clifford door uit te gaan met leden van DANDA, een groep van mensen met autisme die af en toe samen komt. En achteraf een of ander vreselijk druk café bezoeken, zoals veel van dergelijke ‘praatgroepen’.

Waar gesprekken zich ontspinnen als “Hoi, ben jij ook lid van Danda ? Ik woon in Wembley. Ja, een vroege diagnose is beter. Nee, ik heb geen tijd om op het internet te surfen en facebook te checken. Ik heb ’t veel te druk. Heb jij groene vingers ? – Ja, we hebben nu tuinplanten en bamboe. Je mag wel eens komen kijken. Zal ik mijn vriend de Panda eens meebrengen ?”

Net als in veel andere groepen is er ook hier een beperkt aantal meisjes (met autisme) waar anderen rond zwerven. Clifford heeft iemand op het oog, maar laat haar vooral met anderen praten. Omdat ze dat graag wil, zegt hij.

“Ik dring niet te erg aan want anders is het een beetje alsof ik aan het vissen ben.” Hoewel hij die avond toch heel wat met haar praat, komt ’t toch niet tot een date. Enigszins tot teleurstelling van de cameraploeg, lijkt ‘t, en ook een beetje tot die van Clifford zelf.

Intussen probeert ‘onze man’ zo goed mogelijk verder zijn werk te doen, zijn dagelijkse routine te onderhouden, zonder veel op te gaan in het zoeken naar een relatie.

Nochtans blijft hij proberen. Met de nodige voorbereiding. Zo wil hij graag nog eens naar het Nieuwjaarsfeest van de plaatselijke groep. Waar hij al een aantal jaar niet op durven verschijnen en voor de televisie is blijven hangen.

Dit keer wil hij ’t nog eens proberen. Niet zonder nog eens te bellen naar een van de vrouwelijke leden. Of zij er zal zijn, hoe ze eruit ziet want ze hebben elkaar nog niet gezien. Evenmin zonder er goed en verzorgd uit te zien. En zich niet proberen op te winden over het gevoel dat hij niet weet hoe het precies zal zijn. Wat er zal gebeuren.

“Ik heb al ervaringen gehad met andere afspraakjes. Dat de vrouw niet kwam opdagen. Dat was in het verleden. Nu leven we nu. Ik probeer er met een open geest op in te gaan” spreekt hij zich moed in terwijl hij op weg is naar de laatste date.

Dat afspraakje bevalt uiteindelijk niet zo goed. Niettemin is het een goede avond gewest. Een leuke avond, zegt Clifford. “Echt wel. Blij dat ik de stap gezet heb het nog eens te proberen. Uiteindelijk is het toch beter dan thuiszitten en kijken naar de televisie.”

En zo gaat het leven verder. We zien nog hoe Clifford gevallen herfstige, geelbruine bladeren schept. Een mooi beeld tot afscheid. Het relativeert ook de zoektocht naar een relatie. En tegelijk de klemtoon op werk en het ontkennen van deze droom van sommige mensen met autisme. We worden uiteindelijk allen bladeren die op het tuinpad naast, op en bij elkaar liggen. En tenslotte bovenop de vorige generaties komen. Als humus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s