Vermoeidheid

Voor sommige mensen lijkt het vanzelfsprekend dat alles steeds een doel heeft. En dat tijd staat als een eeuwige rechte lijn. Een evolutie van these, antithese en synthese. Praktisch zonder herhaling. Hetzij dan de vergeefse variatie die ouders soms dromen in hun kinderen.

Zo’n leven bestaat dan vooral uit een ‘voor’ en ‘na’. Uit een opeenvolging van gebeurtenissen. Voor die mensen is er ook altijd wel een min of meer absolute waarheid. Met als tegenovergestelde de altijd negatieve, per definitie ‘vuile’ en verafschuwde ‘leugen’.

Een boekhouding van winst en verlies

Hun wereld is er een op basis van vergelijking en leven tussen vooroordelen en veroordelen. Hun verhaal, hun geschiedenis is er een van actie en reactie. Hun wereld is een evenwichtsoefening van trots en schaamte.

Levenslang streven ze tot een exacte boekhouding te komen van overwinning en nederlaag, roem en schande, winst en verlies. Een moeilijke oefening die elke dag van hun leven veel energie kost en tot heel wat frustratie kan leiden.

Niet eenvoudig te leven maar toch bofkont

Het is niet eenvoudig te weten hoe (samen) te leven met mensen met een typische ontwikkeling. Dat was wellicht ook de voorbije dertig eeuwen het geval. Ook in die tijden zouden mensen als ik buiten de muren van de polis geleefd hebben. Mensen zijn immers niet fundamenteel veranderd.

Men verlangt dat je geld verdient, een vrouw vindt, een huis koopt en kinderen krijgt. Van mezelf verlangde ik af te studeren, een beroep te hebben en mensen te kunnen helpen. In dat eerste ben ik duidelijk niet geslaagd, in dat laatste wel. Ik heb nooit veel aanleg gehad om een Wereldautist te zijn.

Maar aan de andere kant heb ik, zeker in de laatste zes jaar, ontzettend boeiende en wijze mensen ontmoet. Ook al beseffen zij dat soms niet. En ik heb de laatste twintig jaar mooie dingen kunnen maken en manieren van leven kunnen verkennen. Af en toe kon ik zelfs eens ‘ik’ zeggen zonder dat veel mensen stoorde. Tenzij dan enkele psychoanalytici en een paar conservatieve mensen in mijn omgeving. Maar ik voel me vaak een echte bofkont.

Herhalende cyclus

Steeds meer ervaar ik een beter leven met de idee dat alles uitkomt bij een begin en terugvloeit naar een oorsprong waarin we allen thuis zijn. Zo wordt leven een eeuwig herhalende cyclus met als enige evolutie een toenemende bewustwording. Die eeuwige herhalende cyclus wordt al eens pessimistisch een stilstand genoemd. Een maat om niets. Als mensen geen duidelijke tekenen van vooruitgang zien, werkt het niet, is iets of iemand waardeloos.

Groei interpreteer ik meer als toenemend kunnen afwerpen van compensatie en camouflage en zich voelen terugstromen, een toenemend afwerpen van de windsels die ons tot mummie maken, het ontdoen van make-up dat maskeert wie we zijn en ons veroudert. Al behoed ik mij voor mensen die pleiten voor een volledige authenticiteit. Liever aangename kledij dan geen.

Wat wij gemeen hebben: de liefde voor de verzekering

Elke dag is voor mij een oefening in ervaren van de sensaties van verstandelijk en lichamelijk bestaan. In stilte. Meestal door enkele woorden op papier te zetten. Meer lukt vaak niet. Of door er te zijn voor anderen. Buiten de werkuren dan, en al dan niet op afspraak. Omgaan met anderen is een van die ambachten waar ik motorisch beperkt voor ben.

Maar misschien bent u ook niet zo goed in omgaan met anderen. Ook al hebt u geen autisme, of een of andere stoornis in de informatieverwerking of betekenisverlening.

Wat wij – u en ik (autistisch of niet) – volgens mij immers gemeen hebben, is helemaal niet de zorg voor anderen of voor onszelf, maar onze zorg voor continuïteit en onze liefde voor de verzekering. We proberen iets te maken wat ervoor zorgt en ons verzekert dat we morgen nog bestaan. Daar taxeren we risico’s voor en betalen abstracte premies. En innen af en toe ons gelijk.

Dat doen we soms samen met anderen, maar soms ook graag alleen. Daarop wachten we graag op anderen, zolang die anderen ook wachten op ons. Maar het belangrijkste is dat we sporen nalaten tot zover mogelijk in de toekomst. Dat maakt ons menselijk en de rest is stilte of lawaai. Geen enkele diersoort heeft volgens mij die ambitie.

Op zich is er geen vooruitgang

Op zich is er volgens mij echter geen vooruitgang. Elk deeltje van ons getuigt van de eeuwigheid die zich aandient in een telkens andere gedaante. Er is namelijk niets dat ons toont dat het geluid dat de zeeën maakten over miljarden jaren veranderd is. De dauw van miljoenen jaren geleden hangt nu nog in de struiken aan de kant van de wegen. De zon van honderden miljarden jaren geleden schijnt nog altijd zo fel dat we onze ogen niet open kunnen houden.

En zoals al die generaties voor ons, zullen ook wij met een zoemende witte gloed meegevoerd worden naar onze bron, nadat de gebruiksdatum van onze drager, ons lichaam, overschreden is.

Veranderende gezichten en verdwijnende ideeën

Op het eerste gezicht zijn alleen mensen heel anders dan vroeger. Onze gezichten zijn veranderd. Een oneindig aantal gebeurtenissen hebben de revue gepasseerd. En zijn weer verdwenen. Sommige zijn beschreven in dikke boeken, andere – niet de minste – zijn vergaan. Er zijn ideeën opgekomen en opgeschreven. En er zijn ideeën – misschien wel de beste – verdampt. Zoals ook de nu heersende ideeën en ‘objectieve’ feiten ooit een voetnoot in de geschiedenis zullen zijn.

De angst voor extreme krachten

Alleen in de angst in onze blikken voor extreme krachten kunnen we nog de sporen ontdekken van de evolutie. De doodangst voorop.

Al van in de kindertijd ben ik daar meermaals mee geconfronteerd, met die dood. Anderzijds heeft dat me er ook toe gedwongen te beseffen dat dit het enige leven is. Af en toe komt er ook wel een gevoel van dankbaarheid, maar toch … ik ben er waarschijnlijk nog niet oud, wijs of grijs (schrappen wat niet past) genoeg voor.

Ons leven, een glijvlucht

Terwijl ons leven misschien vooral een glijvlucht is. Een lichte aanraking, een knuffel van deze vorm van bewustzijn tussen oneindig andere, soms rijkere, vormen. Vormen waarvan we het bewustzijn in ons hebben, behalve dat onze haast ons de tijd ontneemt ze te herinneren.

Op momenten dat ik dat bedenk, komt mij de poster voor ogen met het anoniem Grieks grafschrift dat een Vlaamse dichter onlangs citeerde: “Je moet in je leven proberen de tijd te evenaren, de tijd te imiteren. Vermijd extremiteiten zoals schreeuwen en schril stemgeluid. Probeer zo te zijn als de tijd. En wind je niet op, als je sterft ben je net als tijd.”

Op weg naar een nieuwe dimensie

Geen enkele kracht kan natuurlijk de angst zowel als het opkomend witte licht weerhouden. Voor ieder eindigt deze ‘tijd’ en begint een andere. Sommigen zijn al aan het opstijgen terwijl ik dit schrijf. Wie weet behoor ik daar zelf toe. Anderen dalen nog maar net neer. Ook in mijn omgeving.

Maar niets kan ons weerhouden weer op te stijgen naar het witte licht. En niemand weet wanneer onze vleugels veranderen van vlucht en een geur of een geluid ons roept en ons lied uitdijt. Zoals een muzieknoot die zachtjes op een snaar wegkwijnt maar nooit volledig verdwijnt. Op weg naar een nieuwe dimensie.

Geïnspireerd door ‘Naar een nieuwe dimensie’, eerder verschenen op Zeegroen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s