Mijn bankier, een facebookvriend

Uw bankier is uw vriend. Het staat op de affiche die ik zie bij het binnenkomen van mijn plaatselijke geldwinkel. Dat kan best zijn. Tegenwoordig denkt iedereen mijn vriend te zijn. De politie, elke politieke partij of gewoon mensen op straat.

Zeker als er een conflict aan zit te komen. Als ik teveel staar of een ‘foute’ vraag stel. Of hun antwoord niet begrijp. Of niet snel genoeg uit de weg ga. Dan is de aanspreektitel ‘Beste vriend’ of ‘Kameraad’. Of ‘maatje’. Zoals in ‘beste vriend, ge moet mij door laten of ik ga uw smoel eens vertimmeren’. Maar dan in het onverstaanbare plaatselijke dialect.

Het heeft even geduurd vooraleer ik snapte dat dat niets met vriendschap had te maken en ik droog antwoordde dat ik zijn of haar vriend niet was. Waarop zij antwoordden: ‘maatje, je moet niet met mij lachen of je zal om je moeder roepen’. Waarop ik meestal hard wegliep. Naar mijn moeder. Mijn enige vorm van atletiekbeoefening in die tijd.

In de gradatie van vriendschap is mijn bankier meer een facebookvriend in de negende cirkel. Mijn facebookcontacten staan immers in negen cirkels. Van cirkel één (de ‘helderzienden’ in de zin dat zij meer over mij weten dan ik) tot cirkel negen (de ‘blinden’, aangezien zij niets zien).

Al twijfel ik bij nader inzien: mijn bankier weet misschien meer dan ik denk. Als ik even kijk welke status de bank in het online dossier zelf eraan geeft, dan staat het niet eens ingevuld. Het verwondert me ook niet. Als je geen geld noch schulden hebt en een afkeer hebt van beleggingen of leningen, hoef je niet naar de bank.

Tenzij als je weer eens je bankkaart bent verloren of gestolen, of je bankrekening weer eens geblokkeerd is (door CardStop) Maar meestal is dat niet verder dan het loket. Toen er nog alleen loketten waren, zagen ze me al komen. ‘Ah, ’t is voor een nieuwe kaart zeker of voor een deblokkering. Jongen toch, dat is al de vijfde keer deze maand. Ben je zeker dat je ze niet opeet?’

Vroeger stapte ik af en toe binnen als er iets gratis was te krijgen. Ja, ik geef ’t toe, ik behoor tot de graaicultuur, sectie ‘goodies’ weliswaar. Van bijna elke bank in de streek had/heb ik een sporttas (hoewel ik nooit ging sporten), schoolgerief, stickers, cd’s …

Lange tijd ben ik tot drie keer per jaar uitgenodigd geweest voor een adviesgesprek. Ze hadden blijkbaar hoge verwachtingen. Telkens heb ik me beleefd ziek gemeld. Andere mensen sturen gewoon hun kat of reageren niet, maar dat vond ik niet kunnen. Op een gegeven moment hebben ze me opgegeven.

Van de rating van ‘zoon van’ degradeerde ik op dat moment naar ‘D+’, oftewel rommelstatus. Nu staat er wellicht ‘ziek’ of ‘gehandicapt’ bij ‘aard van de cliënt-relatie’, in plaats van ‘BBB’. Al zijn ze blij dat ik op mijn leeftijd nog geen schulden heb.

Er is wel nog een tijd geweest dat vader of moeder werden aangesproken. ‘Mijnheer, zou uw zoon niet eens langskomen, we kunnen hem helpen’ of ‘Mevrouw, ik zou graag eens spreken met uw zoon over die nieuwe verzekering’. Helaas, het heeft niet mogen zijn. Om het met de woorden van een vroegere psychologe te zeggen: zijn relationele vaardigheden met financiële instellingen vertonen ernstige defecten.

Nochtans was ik altijd erg gefascineerd door economie in al zijn facetten. In het hoger onderwijs deden vakken als ‘micro – en macro-economische tendensen’, ‘kostencalculatie’, ‘overheidsfiscaliteit’ en ‘fiscale vraagstukken’ mijn hartje sneller slaan. Vooral dan macro-economie en het eindeloos theoretiseren over systemen die met elkaar in conflict gingen, vond ik adembenemend.

Achtereenvolgens alleen wonen en de relatie met mijn vriendin brachten daar verandering in. Mijn ouders hebben me altijd wel gestimuleerd om met geld om te gaan. Door geen kost en inwoon te vragen bijvoorbeeld (ondanks hun beperkte inkomen), en open te zijn over hun geldzaken. Ik ben daar nog altijd heel dankbaar om en help mijn ouders waar en hoe ik kan. Door spaarzaam te zijn en te sparen bijvoorbeeld.

Verschillende mensen in mijn omgeving betaalden flink wat kost en inwoon (tot 25% van hun loon), en weigeren nu nog iets te doen voor hun ouders of hebben geen contact meer. Er zullen wellicht wel gezinnen zijn waar het allemaal niet zo’n vaart loopt, maar toch. Goede communicatie en inzicht in waar het afgestane geld naartoe gaat, is toch belangrijk. Tenzij voor wie vindt dat kinderen zijn als akkerland waar op moet geoogst worden in de volwassenheid.

Omgaan met geld hangt natuurlijk ook af van hoe je identiteit in elkaar zit. Als je niet hoeft te consumeren om jezelf goed te voelen, of door te consumeren jezelf slecht voelt, is dat best handig om te sparen. Het andere uiterste, teveel weg geven aan anderen om zelf in de problemen te komen, kan natuurlijk ook voorkomen. Zelf ben ik voor dat laatste het meest vatbaar, denk ik.

Sinds ik mijn vriendin heb leren kennen, is mijn verantwoordelijkheidsdrang als ‘echte man’ pas goed gestimuleerd. “Echte mannen kunnen met geld omgaan” heeft er ooit eens een psychiater mij ingefluisterd en dat is blijkbaar blijven hangen. Al zeg ik er meteen bij dat ik nog steeds niet over de vloer kom bij mijn bank.

Wel heb ik het onlinebankieren en de internetspaarrekeningen ontdekt. En de budgetprogramma’s, zoals YNAB, tegenwoordig mijn ‘fiep’. Vooral de voorspellingen en visualisaties je met dat programma kan maken vind ik te gek. Of ik hou nauwlettend op sites als Spaargids.be bij welke schommelingen er zijn in rentes en beleggingsinstrumenten. Uiteraard allemaal louter virtueel, omdat ik amper over heb aan het einde van de maand. Maar je weet nooit dat er iemand dit leest, en mij wel ziet zitten als zijn of haar persoonlijke budgetassistent.

Het meest lastige aan omgaan met geld vind ik nog de procedures en paswoorden. Een rekening openen is tegenwoordig een project op zich. En dan moet je nog weten wie welke intrest op welke termijn geeft. Voor je het weet kom je tot een wirwar van rekeningen, met een reeks ingewikkelde paswoorden … met een hoofdletter, een kleine letter, een getal en een leesteken.

En o wee als je zo’n paswoord vergeet. Dan moet je een voor mij onleesbare code intikken (waardoor mijn rekening in een twee drie geblokkeerd raakt), en daarna naar het ‘call center’ bellen. Na 1 voor Nederlands, 2 voor Problemen met rekeningen en 3 voor Persoonlijk Advies mag ik een hele reeks vragen beantwoorden, tot ze ertoe komen dat er een ‘fout in het systeem’ zit. ‘Of bent u iemand met een verstandelijke handicap, mevrouw?’

Op zo’n momenten ben ik toch nog blij dat ik niet hoef te consumeren, niet zo veel geld heb, en niet meer dan nodig met banken om hoef te gaan. Zodat de bankier mijn vriend blijft. Een facebookvriend weliswaar.

2 Comments »

  1. Met veel aandacht heb ik dit relaas gelezen.

    Ik wacht het moment af dat de bankiers al bedelend van deur tot deur komen.
    Of ik een banier te woord zal staan weet ik nog niet.
    Maar het idee om de deur in hun gezicht te kunnen gooien doet mij al goed.

    Ik ervaar het meer als een georganiseerde groep bandieten.

    Bezorgde groet

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s