Ontdooid van de wegkijkblik

Wat je in de krant leest, kan soms voor verwarring zorgen. Zeker als het wat confronterend raak is beschreven of als iemand je een opsteker geeft die niet meteen overkomt. 

Zo las ik in de weekendeditie van De Morgen een schitterend interview met auteur Mustafa Kör en zijn vrouw Silvia Leon. Hij is peter van de poëziebundel en de campagne Ontdooid, die volgende week de Internationale Dag voor Personen met een Handicap extra in de verf moet zetten. Zij zal flamenco dansen op de gedichten.

In hun gesprek met schrijfster Margot Vanderstraeten komen vooral de diepe invloeden van liefde en verbeelding aan bod in het samen leven van danseres en dichter. Hoe een rolstoelgebruiker met zijn verbeelding zijn leven bevrijdde van het hulpmiddelensyndroom. Hoe een danseres, als ze danst, niet bij de man is die dat niet kan, maar bij de man van wie ze houdt.

Toch gaat het in het in het intterview ook over de ‘wegkijkblik’. Een term die Kör gebruikte in de bundel ‘Ontdooid‘. De blik van mensen die hun blik afwenden, van iedereen met een gebrek, die hen confronteert met de eigen kwetsbaarheid.

Een wegkijkblik die eenzaam maakt. Omdat zo’n blik de ervaring van verdriet voor een onoverbrugbare kloof blootlegt. Of zoals Kör zegt: “We leven in een maatschappij waarin we geen oog meer hebben voor het leed en het wegkwijnen van de buurman omdat we zo nodig, met de rolluiken dicht, naar Netflix moeten kijken.”

Het siert Kör om toe te geven dat ook mensen met een handicap wel eens wegkijken. Ook bij mij gebeurt het wel eens dat ik niet goed weet hoe te kijken of wat te zeggen als ik iemand in een rolstoel, met een bevreemdend uiterlijk of wereldvreemd gedrag tegenkom. Net als bij de dichter Kör is dat bij mij vaak zonder het te beseffen.

Het voorbeeld dat Kör vervolgens geeft, vind ik een juweeltje om in te kaderen.

“Ik werkte samen met een zwaar autistisch meisje. Iemand die niet echt in staat bleek tot het minimum van sociaal contact. Ze keek me niet aan. Ik keek van haar weg en dacht: ‘Mijn hemel, wie hebben we hier, hoe moet ik haar uitleggen wat dichten is. Hoe moet ik haar proberen aan te geven hoe je met woorden heel diepe gevoelens kunt uitdrukken’ Tot ze begon. En tot ze me inzicht bood in haar unieke brein. Ik ben haar eeuwig dankbaar voor de spiegel die ze me heeft aangereikt. Alleen anderen kunnen je tot inzichten brengen.”

Wellicht confronterend voor de vrouw met autisme in kwestie. Zwaar autistisch genoemd worden, een minimum van sociaal contact hebben, in het kader van een dichtbundel met de titel ‘Ontdooid’ … je moet al behoorlijk stoïcijns zijn om daar ongevoelig voor te zijn.

Impulsief denk je al meteen aan boos reageren. Hoewel … zou de vrouw met autisme in kwestie het beter hebben gevonden als ‘licht’ of ‘mild’ benoemd te worden? Of minder eenzaam?

Zelf lees ik het fragment echter vooral als een teken van diepe waardering. De dichteres met autisme, die ik overigens niet ken, mag dit dus als een enorme opsteker zien. Wie leest er immers in de krant dat iemand je eeuwig dankbaar is om een nieuw inzicht?

Wat mij betreft een van de meest positieve artikelen in de krant van dit jaar. Iets dat andere mensen, ook met een handicap, hopelijk positief kan inspireren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s