‘Is buitenstaander zijn een probleem?’

Het is onvermijdelijk dat niet iedereen erbij hoort. Of erbij moet willen horen. Dat heb ik al tot vervelens toe mogen horen. Vooral dan van leerlingenbegeleiders en leerkrachten, doorheen mijn schoolloopbaan. Sommige mensen blijven nu eenmaal buitenstaander, of blijven zich zo voelen, ook al zijn ze dat in werkelijkheid nooit geweest.

Ik heb zelf nooit anders geweten of gevoeld dat ik er niet bij hoorde, of werd vermeden. Ik had wel momenten dat ik er graag bij wilde horen. Wat door de groep in kwestie werd tegengehouden, en vervolgens door leerlingenbegeleiders, psychiaters of andere werd geplaatst. Waarna ik getroost werd door mijn ouders, die natuurlijk (zoals iedere ouder, vermoedelijk) hoopten dat hun zoon wel ooit een plekje zou vinden in de samenleving.

Waarom ik er vroeger bij wilde horen?

Als ik erbij wilde zijn, was dat vooral om praktische redenen. Omdat het eenvoudiger is dan alles zelf te moeten doen. Als iets in groep moet gedaan worden, ligt de lat naar mijn gevoel toch altijd net iets lager dan wanneer ik het alleen doe. Zeker tijdens mijn schoolse leven was dat zo.

Nu ik weer studeer, lijkt er in al die jaren weinig veranderd. Samen werken wordt nog steeds bovenmaats beloond, maar als ik het resultaat bekijk, val ik nog steeds achterover van het verschil tussen wat groepjes afleveren en wat individuen tonen. Een hemelsbreed verschil dat niet weerspiegeld wordt in de waardering.  ‘Zo gaat het er ook aan toe in de samenleving’  is de verklaring die ik krijg op de vraag waarom we moeten samen werken. ‘Anders zouden de piramiden in Egypte ook nooit gebouwd zijn’.

Ik hoef overigens niet voor te kiezen om alleen te werken. Dat komt omdat ik er gewoon niet in slag bij een of ander groepje aan te sluiten. Eenmaal bekend is dat ik hoge scores heb, lukt dat al beter, maar dan nog. Er komt altijd wel iets tussen: geen zin, geen tijd, andere (sociale of ontspannende) verplichtingen, dringend om doe-het-zelf-materiaal, gemor om het vele werk, … Ook al gaat het niet om jongeren maar om werkende volwassenen, de drogredenen blijven dezelfde als dertig jaar geleden. Het ene verschil is dat ik nu redelijke aanpassingen kan vragen om een eenmansbedrijfje te vormen.

Is de positie van blijvende buitenstaander een probleem?

Ook na zoveel jaren pogingen om aan te sluiten, blijf ik dus een buitenstaander. De ‘talent coach’ (zoals een leerlingenbegeleider van nu noemt) vraagt me of dat een probleem is. In zekere zin wel, antwoord ik, want het staat sommige oplossingen in de weg, en het zorgt af en toe voor ongemakken.

Maar, zegt zij, in een groep is er nu eenmaal een kern, er is een periferie en een buitenste cirkel, en daarbuiten zijn er buitenstaanders. Soms behoren die tot een andere groep, en soms ook niet. Eigenlijk zijn er heel weinig buitenstaanders in onze samenleving, elk behoort wel tot een of meerdere groepen. Al is wel bon ton om zich buitenstaander te noemen, dat levert namelijk soms meer op dan in een groep te functioneren.

Als je weet hoe een groep in elkaar steekt, maar niet hoe je erin kan functioneren

Ik weet intussen wel hoe een groep in elkaar steekt, welke wetten de groepsdynamiek drijven, wat het verschil is tussen taak – en procesaspecten, welke levensfasen elke groep doormaakt, en hoe je het best jezelf erin en eruit kan communiceren. Theoretisch weliswaar, praktisch is dat heel andere koek.

Bovendien zijn er heel wat verschillende types groepen, met elk hun eigen structuur en regelgeving, formeel en informeel, en veranderende vormgeving naarmate ze fasegewijs evolueren, op basis van een doel of een een waardeverloop. Meestal voelen de mensen in deze groepen wel aan hoe ze hun communicatie moeten afstemmen en voelen ze aan welke ‘pet’ in welke groep ze op hebben. Zelf voel ik me eerder blootshoofds, en zou ik, bij wijze van spreken, wel mijn haar kunnen verven, naarmate de atmosfeer van de groep, maar dat is praktisch niet haalbaar.

Het moment waarop je aangesproken wordt met ‘mijnheer’

De afgelopen jaren ben ik wel al wat geëvolueerd. Ik blijf buitenstaander, maar lang niet overal evenveel. Zo kan ik sinds enkele jaren een winkel binnen stappen en inkopen doen, zelfs met een bank – of kredietkaart. Het heeft lang geduurd dat ik, zelfs met cash in de hand, letterlijk over het hoofd werd gezien. Sommige winkeliers zeggen zelfs al ‘mijnheer’. Een paar jaar na mijn diagnose zijn ze daarmee begonnen, en ik schrok er in het begin wel van. Plots was ik geen ‘ventje’ of ‘gastje’ of ‘jongetje’ meer. Plots was ik een heuse mijnheer geworden. En af en toe wordt ik ook wel mevrouw genoemd.

Voorts ben ik geen buitenstaander als het om burgerschap gaat, want ik leef, eet en kleed me heel gewoontjes. Dat volstaat weliswaar niet om een woning te kunnen huren, zonder hulp van mijn ouders, maar gelukkig wel om te kunnen consumeren en praktisch te leven. Toegegeven, ik word wel meermaals aangestaard, nagekeken of een schouderklopje. Dat ik het ondanks mijn handicap het toch aardig doe in de supermarkt. Dan knik ik vriendelijk, ga vriendelijk voor in de rij en denk er het mijne van. Hoe zou ik zelf zijn mocht ik mezelf tegenkomen op straat of in de supermarkt? Domme vraag, natuurlijk, dat kan helemaal niet.

Hoogstens sociaal kansarm maar verder proper 

Al bij al valt mijn maatschappelijke positie nog best mee. Hoogstens ben ik sociaal kansarm (en op andere gebieden in de rand van de kansarmoede).  Met voornamelijk beperktere kansen om sociaal en maatschappelijk actief te zijn. In de zin van omgaan met andere mensen.

Niet alleen omdat ik per week maar met een handvol mensen in contact kom. Ook omdat ik er niet de energie voor vind om meer contacten te leggen. En dan zijn er natuurlijk ook nog beperkingen van de andere mensen zelf die soms in de weg liggen.

Een aantal voordelen en risico’s van sociaal kansarm te zijn

Dat heeft bepaalde voordelen maar brengt ook risico’s met zich mee.

Ik ben er vooreerst door gedwongen geweest om te observeren, te stimuleren en te imiteren. Daar heb ik een fascinatie voor groeps – en maatschappijstructuren, en ook wat meer kennis daarover, aan overgehouden. Zonder er veel aan deel te nemen evenwel.

Daarnaast heb ik gemerkt dat ik niet de zware verantwoordelijkheden moet dragen van mensen in de groepskern, niet de last van de ambitie heb van zij in de periferie en evenmin het schuldgevoel heb van mensen uit de buitenste groepsringen. Ik verlang zeker niet om deze over te nemen, anders dan sommige mensen met autisme (die misschien verbeelding missen om deze goed in te zien).

Een einzelgänger maar geen wereldvreemde wetenschapper of zwerver

Misschien ben ik wel een einzelgänger, maar ook geen wereldvreemde wetenschapper, techneut of zwerver.  Integendeel, ik vind wat er omgaat in de wereld(en) – op sport na misschien – zelfs interessant genoeg om te volgen.

Ik heb zelfs enige bewondering voor de manier waarop ‘normale’ mensen er, ondanks hun vele beperkingen, in slagen te blijven communiceren, samen werken en dingen gedaan te krijgen. Met bovendien nog, zonder het schaamrood op de wangen, zichzelf bepaalde autoriteit toe te schrijven.

Het voornaamste risico als buitenstaander: sociaal geïsoleerd te raken

Het voornaamste risico van buitenstaander te zijn, vind ik, is om sociaal geïsoleerd te worden. Dat is volgens mij de meest extreme vorm. Voor veel mensen gaat het dan om iemand die met een ernstige contactstoornis of psychose kampt of ouderen met een hogere leeftijd (75+). Al hangt de invulling van de term vaak af van wat iemand verstaat onder ‘voldoende aantal sociale contacten’ en ‘normaal maatschappelijk gedrag’.

Voor de overheid is het iemand die zelden de vertrouwde omgeving (thuis) verlaat, door problemen met gezondheid, financiën, opleiding, werk, of een specifieke gebeurtenis die tot een negatieve spiraal heeft geleid, zonder dat er meer dan oppervlakkig contact is, waardoor iemand onderaan de participatieladder is komen te bungelen. De meeste sociaal geïsoleerde mensen zouden het ook moeilijk hebben met hulpverlening (aan huis of ambulant).

Ooit heb ik voor een overheidsproject een honderdtal ‘hoogbejaarden’ (75-102) bezocht die door de overheid als ‘sociaal geïsoleerd’ werden beschouwd en dringend ‘geactiveerd’ moesten worden.  Ik kreeg van deze kranige mensen te horen dat ze eigenlijk meer dan hun handen vol hadden en al heel hun leven van alles tegen hun zin hadden gedaan.

Om nog eens naar het nabijgelegen dienstencentrum af te zakken om slappe koffie en pannenkoeken te eten, nee, dankjewel. Een flexibele hulplijn bij dringende gevallen of wat meer mobiele assistentie om zelf gekozen uitstappen te doen … dat was al meer gewenst.  Helaas was er daar geen budget voor, of vonden de vrijwilligers die al instonden voor de mobiliteit dat ik de bevraagde personen niet zo letterlijk mocht verstaan. ‘Wij weten beter dan zijzelf wat zij willen’, kreeg ik te horen. En dus bleven de mensen in kwestie gewoon thuis.

Sindsdien probeer ik vooral niet in die doelgroep terecht te komen. Heel mijn leven word ik immers al geactiveerd, gestimuleerd en gemotiveerd tot sociaal contact. Als ik hopelijk zo oud kan worden, zou ik niet nog eens ‘uit mijn comfortzone’ gezeurd worden door voormalig bankbedienden die mij ergens heen sleuren.

Mijn oplossing: zorgen voor een dubbelzijdige firewall

Voor zulke en andere initiatieven vind ik het voor mezelf belangrijk over een firewall te beschikken. Zo’n firewall bestaat uit verschillende delen, voor een stuk zelf onderhouden en voor een stuk bij ondersteund door hulpverleners.

Sociaal actief blijven op duurzame wijze

Voor een stuk betekent zo’n firewall sociaal actief te blijven op een manier die duurzaam is. Door af en toe buitenshuis te gaan, contact te blijven hebben met mensen in de buurt, online – en offline contacten te houden. De online-contacten met anderen geven voor mij op dit moment het meest energie

Sociale, verstandelijke en fysieke training

Ik ben echter goed geweest in ergens bij horen, en mijn sociale energie is vrij snel op. Met het ouder worden gaat dat niet beter. Ook sommige mensen zonder autisme hebben dat, en ook bij hen vergt het voortdurende training om ‘sociaal fit’ te blijven.  Ik combineer dat met verstandelijke training – mijn hersenen fit houden door hersengymnastiek – en  fysieke training – deels alleen en deels in een fitnesscentrum.

Een evenwicht bereiken tussen sociaal actief en niet te eenzaam voelen

Behalve die training is er ook blijven zoeken naar het evenwicht tussen sociaal zijn en niet te eenzaam voelen. Op dit moment gebeurt het wel dat ik eenzaam ben, maar al bij al valt dat mee. Minder eenzaam in elk geval dan toen ik veel meer mensen om me heen had. Zeker omdat dit veel meer compensatietechnieken, meer inspanning vergde, en het uiteindelijk niet de moeite waard bleek.

Een goede comfortzone blijven onderhouden

Ook een goede comfortzone blijft belangrijk, ook al wordt beweerd dat de vrijheid buiten de comfortzone begint. Om in terug op adem te komen, om zich veilig en ontspannen te voelen. Met voldoende rust en ruimte. Onder andere bij Roos (mijn partner/vrouw, met autisme). Ook bij mijn ouders, waarmee ik goed overeenkom. Teveel in ‘de zone’ blijven is natuurlijk ook niet goed, maar tijd voor mezelf en/of je interesses is voor mij een noodzakelijke voorwaarde, een sine qua non, om te blijven functioneren met anderen.

Een netwerk van ondersteuners (medisch, psychologisch, praktisch)

Het tweede stuk van de firewall bestaat uit een netwerk van ondersteuners, zowel medisch, psychologisch als op praktisch vlak.

Zij vormen vooral een firewall tegenover mensen en ook deskundigen die mijn gedrag en woorden anders interpreteren dan ik ze bedoelde. Als alle andere stukken van mijn firewall uitvallen en ook mijn vrouw zorg nodig heeft, kan ik bij hen terecht of kunnen zij eventueel bemiddelen bij misverstanden.  Op zo’n momenten ben ik volgens mij immers kwetsbaarder dan ik me dan voorstellen.

Tot slot : is het een probleem om buitenstaander te zijn? Ja en nee.

Is het dus een probleem of verkeerd om een buitenstaander te zijn? Het heeft bepaalde voordelen maar komt vaak uit noodzaak. Ik denk dat niemand er echt voor kiest om buitenstaander te zijn, en het lukt ook weinig mensen er zich ooit van los te trekken.

Om de risico’s (zoals verhoogde kwetsbaarheid) op lange termijn tegen te gaan, of te beperken, vind ik het toch beter om in een gedegen ‘firewall’ en een goede comfortzone te maken. Meer dan alle moeite te steken in sociale integratie. Mijn ervaring is dat die immers als sneeuw voor de zon smelt, of eerder volledig uit valt eens de energietoevoer stopt.

1 Comment »

  1. Mooi stuk. Ikzelf vind het een lastig probleem. Enerzijds wil ik me maatschappelijk en sociaal betrokken voelen, maar die persoon of groep moet dan wel weer bij mij aansluiten. Anderzijds geeft een buitenstaander zijn mij wel weer een bepaalde vrijheid in denken en doen , waardoor ik graag zaken solistisch doe. Moeilijk, moeilijk, moeilijk……

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s