Wat ik leerde over schrijven, over/met autisme …

writing

Jaren geleden volgde ik, met veel enthousiasme, een ‘schrijfacademie’ bij een vormingsorganisatie die nu niet meer bestaat. Twee jaar lang trok ik een aantal weekends per jaar naar een mooi herenhuis, omgeven door groen, aan de rand van de stadskern.

Om er, samen met een aantal even enthousiaste amateur-schrijvers en schrijfsters, in workshops kneepjes te leren op vlak van journalistiek, essayistiek, proza en poëzie. Ik heb het graag gedaan, en leerde er een aantal aardige en intelligente mensen kennen. Zoveel jaar zijn ze bijna allemaal gevierd (jeugdboeken)schrijver of werken bij een uitgeverij of boekhandel.

Schrijven, leerde ik al op de eerste dag, was iets dat iedereen kan, maar niet iedereen is even veelzijdig en kan zijn of haar schrijven niet zodanig verfijnen zodat anderen het ook aangenaam vinden het te lezen.

Leren schrijven, was een andere tip die ik kreeg, is vooral leren kijken, lezen en observeren. Van wat er zich om je heen afspeelt, duizend-en-één verhalen, als wat er in jezelf borrelt. Het vergt dus vooral geduld, heel veel zweet en behoorlijk wat verbeelding. Jezelf een beeld kunnen maken van wat niet uit je eigen ervaring voortkomt of soms zelfs alleen in een andere dimensie mogelijk zou kunnen zijn.

Ik leerde tijdens die twee jaar, die ik succesvol afsloot als ‘essayist/prozaïst’, dat ik geen schrijver ben. Of toch niet in de zin dat ik een plot verzin en uitwerk, een gedicht componeer of een dialoog op papier zet. Wat ik niet zelf had ervaren, kon ik niet verzinnen. Daar was en ben ik ook niet treurig om. Ik heb namelijk geleerd dat ik een goed lezer ben, en een prima observator, ik kan goed beschrijven wat er gebeurde – al schrijf ik het pas nadien op.

Er zijn volgens mij ook veel meer mensen die denken dat ze kunnen schrijven, en dan ook nog eens boeken schrijven, dan mensen die schrijven en onbekend blijven. Dat laatste vind ik wel een beetje jammer, maar vaak hebben zulke mensen daar goede redenen voor. Omdat ze zelf liever niet verzonden of ongelezen brieven versturen, of aan een geheim dagboek hun verdriet en heimelijke liefdes toevertrouwen. Of gewoon omdat ze vinden dat hun werk na hun leven beter verbrand kan worden.

Ik leef met hen mee, en heb zelf jaren lang ook een dagboek bijgehouden. Als ik die teksten nu teruglees, pink ik wel eens een traantje weg, maar schrik vooral hoe slecht ik toen schreef. Slecht in de zin van krom taalgebruik (en massa’s grammaticale missers en fouten tegen de spelling), maar ook moeilijk leesbaar handschrift, zelden afgewerkte volzinnen en merkwaardige gedachtesprongen. De meeste zinnen stonden overigens in de passieve vorm en in de tweede persoon enkelvoud (‘je’). Sindsdien is er, vind ik, toch een positieve evolutie als het aankomt op taalfouten. .

Dat ik geen schrijver meer was, heeft me echter niet tegengehouden te blijven schrijven.  Ik schreef intussen een mooie kist bij elkaar. Niet om te delen, laat staan mee te delen aan iemand. Tenzij misschien aan de mysterieuze vinder in de toekomst, die, als ik er niet meer ben, even de dagboeken zou kunnen doorbladeren. Vooraleer ze met veel zwier over de schouders heen in de afvalcontainer te gooien.

Pas een jaar of twaalf geleden – vier jaar voor deze blog ontstond – ben ik ermee naar buiten getreden. In het begin schreef ik vooral kleine stukjes, waarvan ééntje bijna het Nieuwe Wereldtijdschrift haalde (dat jammer net ten onder ging, het verhaal van mijn leven wellicht) en ééntje in een obscuur literair blaadje.

Nog wat later begon ik over mijn eigen ervaringen te schrijven. Dat is in het begin best eng, want het maakt je kwetsbaar iets te mankeren, zeker als het moeilijk vatbaar en concreet is. Bovendien zie je overval en zeker op sociale media succesverhalen van mensen met autisme, waar ik me allesbehalve in herken. Intussen weet ik dat achter successtory’s vaak schrijnende toestanden, persoonlijke tragedies en veel lijden schuilt. Soms komt dat naar boven, maar soms wordt het onderdrukt, in naam van de positieve praktijken en benadrukken van sterktes. Een genuanceerde beeldvorming ontbreekt vaak.

Die kloof tussen wie ik ben achter de schermen en hoe ik me beschrijf, zou ik zelf niet kunnen aanhouden. Ik kan dus niet anders dan eerlijk zijn, en me kwetsbaar opstellen. Het is wellicht ook de reden dat fictie en niet-autobiografisch-gerelateerd schrijven me veel moeilijker afgaan. Ik kan daarom niet anders schrijven dan over wat me bezighoudt en hoop dat anderen eenzelfde soort situatie er iets aan hebben.

Ook al omdat ik zelf ook veel heb aan wat bepaalde anderen met autisme schrijven. Het is immers fijn te lezen dat je niet de enige bent die bepaalde ervaringen heeft.  Ook al zijn veel mensen met autisme lang niet het meest dankbare publiek om voor te schrijven. Na acht jaar bloggen kan ik intussen een boekje vullen met verwensingen van die kant. Al heb ik intussen ook wel een tiental zelfverklaarde neurotypicals moeten blokkeren wegens vuilbekkerij. Het hoort erbij, lees ik in boeken over bloggen, om God en klein Pierke, belezen academici en pigeon dutch schrijvende mensen al dan niet te blokkeren. Een goede spamfilter is geen luxe als je een blog hebt.

Er zijn natuurlijk nog vele andere motieven om naar buiten te treden met ervaringen over autisme, of een andere handicap of aandoening. Zelfacceptatie bijvoorbeeld. Al is het duidelijk dat bloggen of zelfs maar erover schrijven niet voor iedereen de goede weg is. Sommige mensen met autisme zijn liever in de weer met beeld, met geluid, met vormgeving of met een eigen mix van nog andere technieken om zichzelf uit te drukken. Zelf ben ik er ook niet van overtuigd dat schrijven voor altijd mijn ding zal blijven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld in de toekomst nog opschuiven naar vormgeving via schilderkunst of fotografie of een of andere hybride vorm die organisch zal groeien.

Tot slot zijn er ook mensen die er bewust voor kiezen alleen op mondelinge wijze, in besloten kring, ervaringen te delen, of zelfs helemaal niet willen weten van al dat gedoe. Uit vrees hun werk of hun relatie te verliezen. Hoewel niets hen tegenhoudt met een schuilidentiteit of zelfs antoniem te werken, is dat natuurlijk hun goed recht.

Ze hebben natuurlijk wel een punt als ze zeggen dat je voorzichtig moet zijn met het outen van je autisme, of het nu in besloten kring of op het internet is. Goed nadenken over wat je wil zeggen, wil doen, en je privacy beschermen is een absolute aanrader. En dan nog zijn er mensen (met iets minder verstand) die je kennen in je persoonlijk leven, die je zorgvuldig opgebouwde schuilidentiteit zomaar op straat gooien. Ook als je interviews geeft of artikelen schrijft die in ruimere kring gelezen worden, is het als persoon met autisme beter een schuilnaam te gebruiken.

Hoed je er ook voor om, indien je een blog begint over autisme, te veralgemenen maar ook om de nodige afstand te houden. Niet alleen tot mensen die je al eens moeilijke of onmogelijke vragen sturen, of mails vol extreem geschreeuw. Vooral als het gaat om de tijd die aan de blog op gaat, is het goed om te begrenzen.

Tenslotte ben je meer dan iemand met autisme, je bent mens, en hebt nood aan een waaier van verschillende bezigheden. Bloggen over autisme is daar maar één van. Zo schrijf ik ook nog veel andere dingen, en hou me vooral bezig met lezen en creatieve expressie op ander gebied. Er is uiteindelijk een hele wereld te ontdekken, en maar één leven, zij het met autisme.

2 Comments »

  1. Quote:” Wat ik niet zelf had ervaren, kon ik niet verzinnen” zo ervaar ik het dus precies hetzelfde. Wanneer ik vanuit mijn emotie schrijf (meestal dus een eigen ervaring of gevoel) dan kan ik best een lap tekst voor je schrijven. Maar heb ik er geen emotie bij en heb ik het zelf niet meegemaakt of ervaren, dan doe ik er weken over om überhaupt iets op papier te krijgen. Helaas heb ik wel een levendige fantasie, maar die is enkel gebaseerd op mijn eigen emoties, ervaringen en wensen 😉

    Like

  2. Het spookt al zo lang in mijn hoofd om iets van een blog te schrijven. Maar vind het zo ontzettend lastig om tot een concreet plan te komen dat het steeds stuit bij een idee dat dan eeuwig blijft ‘spoken’ in mijn hoofd.
    Voor ik ook maar 1 letter op papier zet moet ik een plan hebben met wat hoe en wanneer.. zodat het ook te lezen is en een compleet beeld (ik kan zelf dat beeld niet creeeren in mijn hoofd). En het ook te lezen is voor een leek.. Wat maakt dat de ander begrijpt wat ik wil zeggen zonder dat ik de helft vergeet of van de hak op de tak spring? Ik vind het lastig maar na het lezen van jou blogs ben ik toch wel gestimuleerd om het gewoon te doen en dat ik dan misschien gaande weg wel mijn manier van schrijven vind..en men begrijpt wat ik zeggen wil.

    Like