Naar de Harry Potter Exhibition … een avontuur

HP ticket

Timing is alles. Zo wordt toch gezegd. Wij waren, als naar gewoonte, echter veel te vroeg. Maar liefst een uur. Het volk stond er nog niet. Op de parking stonden nog amper auto’s. De trein was er nog niet. Zelfs in het vertrekstation was er nog geen teken van. Maar wij keken zenuwachtig naar mensen die elkaar vertelden dat ze nog tien minuten hadden. Nog tijd voor een koffie, een praatje, een sigaretje, een bezoek aan het toilet en dan nog wat. Om straks de trein voor hun neus te zien wegrijden en verontwaardigd uit te roepen dat zij de juiste tijd hadden, en niet de stationsklok.

Wij zijn echter altijd te vroeg. Wat ons niet belet om te genieten. Integendeel. Het geeft ons tijd. Om de weg te vinden, of op een terrasje te verpozen. Om te zien wie toekomt en te acclimatiseren. We haasten ons niet, we vertrekken gewoon vroeger en volgen onze planning.  En we laten al die dingen, die maar even duren om te doen, gewoon aan ons voorbij gaan. Die kunnen later ook.

Mensen kijken, dat doen wij graag. Hoe meer we mensen kijken, hoe meer we ons schamen, om onze normaliteit. Anderen hebben altijd wel iets speciaals, wij zijn toch eerder banaal. En die daar, speelde die niet mee in die of die reality show? Of gelijkt die niet op die vrouw die gisteren uit de bol ging bij het optreden van Dana Winner op het strand? En zou die misschien autistisch zijn, zo’n dikke jas, met van die draadjes die uitsteken, zoets draag je toch niet in dit weer?

Een groene streep, dat is het landschap dat aan mij voorbijschiet. Vanop mijn plaats achter glas in de trein terug naar huis. Ik ben het gelukkigste als ik onderweg ben, het liefst na een gevulde leuke dag, na grenzen verlegd te hebben, in de goede richting. Terwijl mijn vriendin haar kleurboek voor volwassenen en ik mijn wit elektronisch papier vul. Links van mij treint een lege zetel, rechts een airco die hoorbaar over zijn toeren gaat. Ook het licht in de trein is aan vervanging toe. Net als de mimiek van de dame even verder.

We vertragen, en stoppen bij een volgend station. Een heer die even verderop zit, kijkt verdwaasd voor zich uit. We wachten een minuut of tien, voor een aansluiting met de sneltrein naar de zee. Er klinkt een fluitsignaal, de deuren sluiten zich en plots springt de man verschrikt op. Als de weerga rent hij het pad af richting uitgang, en stoot op gesloten deuren. Even staat hij versuft. Alsof hij niet beseft dat deze deuren hem kunnen tegenhouden. Dan, als de locomotief met stoten aanzet, dringt het langzaam door: hij is te laat. Hij bonst nog met zijn vuisten op het glas, drukt tientallen keren op de knopjes naast de deur, vloekt, en briest … het haalt allemaal niets meer is. De andere passagiers glimlachen,  hier en daar een tikje Schadenfreude. Was de man jonger of minder gezagsgetrouw dan trok hij nu vast aan de noodhendel, waardoor de trein stil viel, de deuren open gingen en we hem in oudemannenpas richting station zouden zien lopen. Maar nee, hij vloekt en vloekt, en grijpt zijn veel te moderne smartphone. Hij zal het volgende station uitstappen. Zoals wij.

Als het gaat om de metro of de ondergrondse te gebruiken, ben ik geen held. Ik heb lang getwijfeld tussen de auto en het openbaar vervoer. Niet de CO2-winst of de prijs heeft me overtuigd om voor de trein-metro te kiezen. Wel de angst om pech onderweg te hebben met de auto, of de juiste weg niet te vinden (ook met gps). De metro is weliswaar niet zo gemakkelijk te gebruiken, maar we hebben er toch op gewaagd.  De keuze voor het juiste vervoerbewijs is een eerste drempel. Best alvast niet aan de automaten kopen, want die zijn zeer onlogisch. Het moeilijkste blijft, voor mij toch, voorbij ‘het poortje’ (de toegang tot het perron) geraken.  Dat vergt complexe motorische coördinatie die ik alvast niet beheers. Gelukkig checkt mijn vriendin mijn kaartje in (terwijl ik vlak voor het poortje sta om erdoor te springen) en komt zij vlak daarna ook erdoor. Mensen die samen met ons (gratis) door het poortje willen duwen wij natuurlijk netjes terug.

Voor het eerst in de metro in Brussel, het is wel even wennen, en soms wat schrikken. Niet zozeer van de militairen in de gangen, op de perrons en in de rijtuigen. Gewapend tot de tanden en met norse blik. Al kan je er ook wel wat aan vragen. De weg naar het toilet of naar de uitgang. Anders dan in Londen, lijken er in Brussel geen gewone mensen op de metro. Ze lijken integendeel zo uit een of andere misdaadfilm weggelopen.  Na twaalf stations – overigens mooi versierd met kunst – kunnen wij er – eindelijk – af. Alleen twee militairen op het perron die ons de uitgang wijzen, en dan op het metrostel stappen.

De zon brandt, de lucht is staalblauw, schaduw is nergens te bespeuren, en wij stappen naar de Harry Potter Exhibition. We zijn veel te vroeg, dus gaan we sightseeing, en natuurlijk de plaatselijke horeca steunen. Onze kennis van vijf talen komt goed van pas. De ober spreekt Frans, de mensen links van ons spreken Nederlands, de mensen rechts Duits, de dame die ons vraagt waar het toilet is doet dat In het Engels, en de toiletjuffrouw spreekt Spaans.

Eenmaal onze fruitsla op en we elkaar gefotografeerd hebben, mogen we aanschuiven voor de tentoonstelling. Nog even worden onze rugzakken binnenstebuiten gekeerd. De mijne krijgt iets meer aandacht, om onverklaarbare redenen zit er nog een washandje in. De terreurdreiging gaat nog net niet een niveau hoger, want ik heb een plausibele uitleg: ik heb smetvrees van links, monsieur, dat is een medische aandoening, ik was mijn linkerkant volledig telkens ik ergens binnen ben geweest. De militair knikt, kijkt bedenkelijk, en geeft me mijn rugzak terug. Ik mag door, maar ik mag andere mensen niet lastig vallen met mijn aandoening. Dat beloof ik, en ik beloof mezelf de volgende keer mijn rugzak beter te controleren.

Echte fans van Harry Potter vinden de tentoonstelling natuurlijk te gek, maar zelfs als je gewoon interesse hebt, is de Harry Potter Exhibition echt de moeite. In vergelijking met Madame Tussauds in Londen, waar wij ook zijn geweest, is het zelfs veel beter. Je ruikt, proeft, voelt, ziet, hoort … tot welk genre of welke wereld de verfilmde boeken van J.K. Rowling ook behoren. Acteurs zijn er weliswaar niet te zien, maar verder de belangrijkste scènes en figuren uit het HP-universum, met alle mogelijke attributen, kledij, beelden, filmfragmenten … en zelfs sfeer. Uiteraard is er op het einde, zoals bij elke tentoonstelling met enige naam, een flink uit de kluiten gewassen giftshop.

Buiten is de bewolking intussen toegenomen en beginnen de eerste druppels te vallen. We haasten ons richting metro-station, waar een paar zwevers Seasick Steve, Bob Dylan en Jacques Brel brengen voor een leeg perron. Elders zijn ze geweigerd, horen we. Op hun laatste tonen sporen wij richting thuis. Waar de zon nog even fel schijnt op de zee, waar vlees en zomerliefde het strand bevolkt en alles zijn ritme heeft.

1 Comment »

  1. Een mooi, realistisch stukje, Sam! Wij zijn met de auto naar de Harry Potter tentoonstelling gekomen. Niet zo milieuvriendelijk, maar ons krijg je die metro niet in. Zeker niet als er militairen in rondlopen, wat een voorbeeld voor onze kinderen zeg!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s