Een vloedgolf van Januaristress … autisme en stress

Het nieuwe jaar is nog maar begonnen, maar volgens de kranten teistert een nieuwe golf van januaristress de bevolking. Dat is niet verwonderlijk. Na teveel eten, nog meer drank, en veel te laat naar bed, zijn meer mensen dan ooit wakker geworden met een joekel van een kater. Op 1 januari kan je nog teren op de feestroes, nog enkele voornemens uit je mouw schudden en denken dat je tijd hebt. Maar vandaag slaat het besef toe dat er verwacht wordt om, net als vorig jaar, te presteren.
Ook al ben ik vrijgesteld van de meeste maatschappelijke verwachtingen, de terugkeer naar routines en activiteit voel ik wel. Mijn liefste gaat weer aan de slag, en ik heb nog een paar dagen vooraleer ik een aantal engagementen terug opneem. Bovendien is er altijd wel een of andere overijverige sociaal werker of ambtenaar die mij kan uitnodigen om ‘mijn maatschappelijk rendement’ te scannen.
Ik krijg dan ook geen januaristress van de terugkeer naar de veeleisende structuur van werk of school, van sociale contacten en zintuiglijke overbelasting, maar wel van mensen die mijn routines in vraag stellen en mij vertellen dat ‘de samenleving’ nieuwe eisen stelt, en dat ik ook mijn steentje moet bijdragen.
Anders dan vroeger maak ik mij niet langer druk om dat hypermoderne gebrabbel, antwoord ik op de meeste antwoorden met ‘daar kan ik nu niet meteen zeggen’ of ‘dat zou ik moeten opzoeken’, stap buiten met een vervolgafspraak en een dikke bundel die ik moet laten invullen (maar waar niets mee wordt gedaan) en laat ik een verbijsterde persoon achter in het muffe lokaaltje. Ik heb met hem te doen, want als hij zo verder doen, wordt hij snel verbitterd of opgebrand.