Wat ik moeilijk achter me kan laten in mijn leven … autisme en ontwikkeling

Van elke levensfase is er wel iets waarvan ik het moeilijk vind dat achter me te laten, en misschien heb ik wel helemaal niets achter me gelaten maar het net meegenomen. Soms associeer ik me wel eens met de jongen op dat schilderij met de jongen die langs de vloedlijn wandelt en achter zich aan een steeds voller visnet sleept. Of ik vind of daar ballast of juist voeding tot beschouwing in zit, dat hangt af van mijn gemoed op het moment dat ik me die vraag stel. Het is vooral in de overgangen in mijn ontwikkeling dat ik sommige dingen moeilijker achter me kan laten.
Enkele voorbeelden daarvan komen uit de overgang naar de basisschool, de sociale confrontaties met leeftijdsgenoten toen ik achttien werd, de sociale aspecten van werk en de frictie met de noodzaak om regelmatig van taken te wisselen, de uitdagingen van zelfstandig wonen, de complexiteit en onvoorspelbaarheid van omgaan met mensen en de romantische relaties, en uiteindelijk het stilaan ouder worden met beperkingen in motoriek en informatieverwerking die opduiken. Telkens heb ik zowel de fricties als de oplossingen om daarmee om te gaan moeten loslaten. Het lastige aan autistisch leven is dat er op alle oplossingen, truucjes, werkwijzen een houdbaarheidsdatum staat, en bij elke nieuwe omwenteling, nieuwe ontwikkelingsfase, nieuwe omgeving er een andere, soms volstrekt nieuwe oplossing nodig is, omdat de andere daar als een tang op een varken past en zelfs negatief en remmend werkt.
In al deze fasen vond en vind ik het nog steeds moeilijk de confrontatie met de ontwikkeling van leeftijdsgenoten en hoe ze zich door het leven manoeuvreren los te laten. Hoewel er heel wat mensen proberen die voortdurende frictie weg te praten met, al dan niet gemeend, positieve termen, ben ik me elke dag opnieuw bewust van de confrontatie in het maatschappelijk leven van dat enorme verschil tussen normaal en abnormaal. Of dat nu in de supermarkt, bij de afslag op een rondpunt, in het kapsalon, in het bankkantoor of op het zebrapad is, het verschil blijft, ook doen sommige mensen zo vertederend hard hun best om het te ontkennen.
Soms krijg ik te horen dat autistische mensen zich zo in hun eigen wereldje kunnen terugtrekken dat ze zich daar niet bewust van zijn, en misschien gaat dat voor sommige mensen op, maar voor anderen, zoals mezelf, grotendeels niet. Iets wat ik evenmin kan loslaten is het aftoetsen of ik geen ‘Eddy Wally’-effect (jezelf zodanig camoufleren dat je er ongeloofwaardig door wordt) vertoon, of ik me niet, op lachwekkende wijze, als groter of beter voordoe dan ik ben,
In elke levensfase vind ik het tot slot moeilijk om met het onevenwicht tussen het verzorgen van mijn comfortzone en de eis van de omgeving om in hun comfortzone te komen, terwijl zij zich er niet van bewust zijn hoe vaak het hen gemakkelijk wordt gemaakt. Daarmee wil ik niet beweren dat er geen mensen zijn die het nog moeilijker hebben, en voor wie de samenleving nog minder is ingericht. Dat is iets waar ik mij toenemend bewust van wil worden, en dat ik dan weer niet wil loslaten, net zoals mijn passies en mijn jeugdigheid op veel vlakken, omdat ik vind dat het de kern is van wat ik menselijk zijn beschouw.