Goed omringd zijn … autisme en wandelen

Tijdens mijn dagelijkse wandelingen kom ik regelmatig langs borden. Meestal kijk ik er niet naar. Ik ben te druk bezig met het vinden van een sluipweg, om drukte te vermijden. Het zijn paadjes, weggetjes, vluchtroutes … om te kunnen blijven stilstaan of op eigen tempo te gaan.

Zo kom ik voorbij tientallen borden Soms gebieden ze, soms verbieden ze, soms informeren ze en soms zijn ze educatief. Meestal loop ik erlangs, zoals veel andere mensen. Soms kijk ik ernaar, en denk, ooit schrijf ik er iets over. En nu is dat moment gekomen.

Het bord dat ik wellicht het meest tegenkom, staat midden in het stadspark. Het is omringd door groen, en staat niet ver van onze ‘Lake of love’, het ‘meer van liefde’, eigenlijk weinig meer dan een modderpoel die een vijvertje wordt als het wat meer regent.

Het is een bord dat bijna niemand ziet, denk ik. Alle andere borden worden regelmatig beklad, onder geplast, met bier overgoten of ingesmeerd met voedselresten. ‘Goed omringd zijn’, blijkt tegen al dat geweld bestand te zijn.

Goed omringd zijn, hoe begin je eraan? Dat vraagt het bord me al die tijd al. Ik las onlangs dat er criteria zijn om zich goed omringd te mogen noemen.  Je bent pas goed omringd wanneer de mensen in je directe omgeving in grote lijnen voorspelbaar zijn in hun reacties en houding, wanneer jouw inbreng wordt gehoord zonder dat deze meteen bijgestuurd of geïnterpreteerd wordt, wanneer je voldoende persoonlijke ruimte krijgt, wanneer de hulpverlenersblik ontbreekt en wanneer er gedeelde waarden zijn.

Ik kan me niet voorstellen dat er op die basis veel mensen zijn die zich goed omringd voelen. Dat blijkt ook uit statistieken: slechts 28% van de autistische mensen geeft aan zich goed omringd te voelen door hun omgeving, een grote meerderheid heeft minder of niet dat gevoel. Ze voelen zich eenzaam, missen kleine vriendelijke gebaren, of vinden niemand om zich heen die er is voor hen.

Ik merk het als ik op straat mensen vriendelijk toe knik, goeiemorgen wens of een klein praatje sla over een gemeenschappelijke interesse, meestal het weer of onze Rolser-trolley. Soms schrikken ze, soms kijken ze weg en soms geven ze een blik die ik niet goed kan plaatsen, tussen boos en geïrriteerd. Het gebeurt ook wel eens dat ze terugkijken, of zelfs een praatje slaan. Dat wil niet zeggen dat, zoals een bekende Vlaming onlangs deed, turf wie reageert en wie niet. Er zijn heel wat terechte redenen om niet te reageren. Maar ik ben blij als er toch iets terugkomt.

Ik voel me relatief goed omringd, door mensen die ik ken maar ook niet meteen ken, die ik elke dag opnieuw zie, door schrijvers van boeken in mijn boekenkast die mij aanspreken, en door enkele mensen in mijn leven waar ik toe kan richten als ik het niet meer weet. Gelukkig knelt die ring niet te veel. Ik zit nu op het bankje naast het bord, en kijk ernaar. Tijd om te vertrekken en een stapje verder te zetten. Terwijl ik de harde aarden paden van het park bewandel, komt er mijn hoofd komt er een lied opzetten dat ik vroeger als koene knaap in het collegekoor zon: hijs de wimpels in de masten, wij zijn nest en sperre moe, onze tocht voer overzee, naar nieuwe verten toe. En zo zing ik me een weg naar morgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *