Allerheiligen door een autismebril: verdriet heeft geen vaste vorm

Infographic over Allerzielen door een autismebril met tips voor het omgaan met verdriet.
(c) Sam Peeters, 2026

Even voorspelbaar als Allerheiligen op de eerste dag van november valt, duikt op fora, sociale media en blogs de vraag op hoe autistische mensen deze traditie beleven. De voorbije jaren heb ik heel wat van die reacties verzameld en naast elkaar gelegd. Daarbij keek ik niet alleen naar persoonlijke verhalen, maar ook naar wat onderzoek over de ruimere thema’s van rouw, rituelen en autisme vertelt.

Wat me vooral opvalt, is hoe weinig vanzelfsprekend die ‘autismebril’ eigenlijk is. De betekenis van deze dag hangt ook samen met leeftijd, religieuze achtergrond, eerdere verlieservaringen en de invloed van beperkingen op het dagelijkse leven. Bovendien herken ik in de reacties van autistische mensen veel van wat ook buiten de autistische gemeenschap wordt gezegd.

Herdenken, uitrusten of gewoon verdergaan

Veel mensen die reageren, staan op Allerheiligen stil bij overleden familieleden en andere dierbaren. Soms is dat een bijzonder moment, soms een voortzetting van het herdenken dat door het hele jaar heen gebeurt. Anderen beschouwen de dag vooral als een vrije dag: tijd om uit te rusten, bij te komen of iets aangenaams te doen, zonder verdere bijzondere betekenis.

Een rustige wandeling over de begraafplaats zit er door de drukte misschien minder gemakkelijk in. Maar verder hoeft die eerste november niet wezenlijk te verschillen van andere dagen. Niet iedereen heeft behoefte aan een vast moment om iemand te missen, en niet iedereen verbindt herinneringen aan een graf.

Chrysanten, kaarsvet en onvoorspelbare emoties

Van de eerste novemberdagen uit mijn jeugd herinner ik me vooral de drukte op kerkhoven en in bloemenwinkels. De geur van chrysanten, natte bladeren en brandend kaarsvet. Mensen die dicht bij elkaar stonden, gesprekken die door elkaar liepen en emoties die ik moeilijk kon plaatsen of voorspellen. Die combinatie vond ik storend en soms ronduit bevreemdend.

Verplicht familiebezoek bleef mij gelukkig bespaard. Mijn liefste herinnert zich dat anders. Bij haar komen vooral de stress en het maskeren naar boven: meedoen aan smalltalk, de juiste houding aannemen en deelnemen aan rouwgesprekken over mensen over wie blijkbaar pas na hun dood iets goeds werd gezegd.

Zo’n dag vraagt dan meer dan even meegaan naar een begraafplaats. Het wordt ook zoeken naar wat anderen verwachten, welke woorden gepast zijn en hoeveel van jezelf je daarin kwijt kunt.

Wanneer een ritueel houvast geeft — of juist knelt

In de verhalen die ik verzamelde, keert de spanning tussen persoonlijke rituelen en sociale verwachtingen geregeld terug. Een ritueel kan rust geven, maar ook als een verplichting aanvoelen.

Sommigen vinden troost in de voorspelbaarheid: elk jaar dezelfde route, hetzelfde kerkhof, dezelfde koffietafel of een kaartje op een vast moment. Wat vertrouwd is, biedt houvast op een dag die emotioneel beladen kan zijn.

Anderen vermijden liever de drukte. Zij herdenken thuis, met een eigen ritueel of een stil moment, zonder rekening te moeten houden met allerlei ongeschreven regels. Niet omdat het verlies minder betekent, maar omdat ze liever zelf bepalen hoe ze erbij stilstaan.

Dezelfde traditie kan voor de ene dus een steun zijn en voor de andere vooral een belasting.

Verdriet laat zich niet afmeten

Hoe lang blijf je bij een graf staan? Breng je bloemen mee? Zeg je iets, huil je of blijf je stil? Rond herdenken bestaan verwachtingen die zelden worden uitgesproken, maar soms wel als maatstaf dienen.

In de reacties die ik las, verzetten mensen zich geregeld tegen die meetlat. Voor hen zit de betekenis van herdenken niet in het aantal bloemen, de duur van een bezoek of de zichtbaarheid van tranen. Het gaat om wat dat moment voor iemand betekent.

Sommigen ervaren het verdriet dat op Allerheiligen wordt getoond als ongeloofwaardig of opgevoerd. Ik vind het moeilijk, en misschien ook ongewenst, om daarover te oordelen. We kunnen niet zomaar weten wat achter iemands woorden, tranen of gebaren schuilgaat.

Om dezelfde reden vind ik het ongepast om uit het ontbreken van zichtbare emoties af te leiden dat iemand niet rouwt. Verdriet kan intens vanbinnen worden beleefd, zonder woorden, tranen of een uitdrukking die anderen herkennen. Wat voor een buitenstaander afstandelijk lijkt, zegt niet noodzakelijk iets over de diepte van het gemis.

Geen uniforme autistische Allerheiligen

Allerheiligen laat zich binnen de autistische gemeenschap niet vangen in één profiel. Er is geen vaste autistische manier van herdenken, net zomin als er één juiste manier bestaat om verdriet te tonen.

Wat ik in de uiteenlopende verhalen herken, is een zoektocht naar ruimte: ruimte voor rust, voor vertrouwde rituelen, voor afstand van sociale verplichtingen en voor een persoonlijke verhouding tot wie er niet meer is.

Voor de ene hoort daar een bezoek aan het kerkhof bij. Voor de andere een herinnering thuis, een wandeling op een minder drukke dag of helemaal geen bijzonder moment op de kalender. Niet de vorm maakt het herdenken betekenisvol, maar de betekenis die iemand er zelf aan geeft.

Geef een reactie