Halloween met autisme: tussen griezelplezier en de deur dichthouden

In artikels over Halloween en autisme, over hoe autistische mensen Halloween beleven, die ik terugvind, lijkt het vooral te gaan over overprikkeling, of anderzijds enthousiaste verkleedliefhebbers of snoepfanatici.
Toch is dat volgens mij maar een deel van het verhaal. Daartussen liggen talloze ervaringen: onverschilligheid, voorzichtig enthousiasme, gezelligheid thuis of meedoen omdat de kinderen ernaar uitkijken. Om de verscheidenheid te visualiseren, keek ik naar de reacties van autistische mensen op sociale media, in blogs, artikels en interviews, en in onderzoeken.
Een gewone avond of gezellig op eigen voorwaarden
Het zou geen verrassing mogen zijn dat onverschilligheid of geen opinie hebben de grootste groep antwoorden uitmaakt, ongeveer 22 procent. Halloween heeft voor veel autistische mensen weinig betekenis. Ik ben er zelf een van, ik vier het niet en ik ga verder met hun gewone bezigheden.
Een iets kleinere groep, rond de 18 procent, kiest volgens mij vooral voor gezelligheid op eigen voorwaarden. Ze zijn gek op een pompoen, iets lekkers, een vertrouwde film of bescheiden versiering.
‘Ik vind de sfeer leuk, zolang ik niet overal aan hoef mee te doen.’
Thuisblijven betekent dus niet automatisch vermijden of missen. Het kan ook de voorkeurmanier van vieren zijn.
Wanneer spanning geen prettig griezelen meer is
Een andere groep doet vooral aan actief vermijden. Aanbellen, geschreeuw, maskers, lichtflitsen en onverwachte schrikmomenten maken volgens hen de avond onaangenaam.. Nog een kleine groep zou vooral vertellen over angst: beelden of verhalen die blijven hangen, ook nadat het feest voorbij is.
‘Ik weet dat het gespeeld is, maar daarmee verdwijnt mijn angst niet.’
Die ervaringen verdienen een eigen plaats. Geen belangstelling hebben, overbelast raken en bang zijn, zijn immers verschillende antwoorden. Ze vragen ook niet vanzelfsprekend om dezelfde reactie.
Enthousiasme en gemengde gevoelens
Toch zijn er ook nogal wat autistische mensen die Halloween juist enthousiast verwelkomen. Horror, kostuums, decoraties en griezeltochten kunnen plezier en betrokkenheid bieden. Soms is die beleving gemengd: leuk tijdens het gebeuren, maar vermoeiend of moeilijk achteraf. Vaak willen mensen graag deelnemen wanneer vooraf duidelijk is wat er gebeurt en stoppen mogelijk blijft.
‘Ik wil graag mee. Ik moet alleen weten waar ik aan begin en hoe ik weer weg kan.’
Plezier en ondersteuningsbehoeften sluiten elkaar in dit gedachte-experiment dus niet uit.
Meedoen, afhaken of buiten de boot vallen
Voor sommige autistische mensen zou Halloween vooral draaien om anderen: kinderen, een partner, vrienden of huisgenoten. Meedoen kan dan verbondenheid betekenen, maar ook inspanning.
Tot slot zijn er een aantal mensen die wél zou willen deelnemen, maar botst op ontbrekend gezelschap, geld, vervoer, communicatie, energie of ondersteuning. Nog eens 3 procent zou persoonlijke bezwaren hebben, bijvoorbeeld tegen commerciële druk of vanuit levensbeschouwing. Ook hier telt het onderscheid: niet willen is iets anders dan niet kunnen.
Luisteren zonder vooraf het antwoord te bepalen
Over het algemeen gaan de gesprekken of de artikels niet over of autistische mensen Halloween leuk vinden of niet, maar veeleer over hoe ze Halloween beleven (of net niet). Natuurlijk geeft dit artikel niet het volledige beeld. Bovendien is het vaak niet mogelijk uit te maken of wie antwoord zelf autistisch is, antwoord voor iemand met autisme, zichzelf associeert met autisme of om andere reden een mening heeft over Halloween en autisme. Hoe dan ook, niet één verondersteld autistisch antwoord staat centraal, maar uiteenlopende mensen.