De wereld in extreme resolutie: mijn brein als systeem (en waarom dat wringt) … autisme en onderzoek

(c) Sam Peeters, 2026

Als autistisch persoon lees ik regelmatig nieuwe wetenschappelijke theorieën over mijn eigen brein. Vaak is het meer van hetzelfde: verklaringen die in de kaart spelen van bepaald beleid, theorieën die mijn gedrag vanaf de buitenkant proberen te verklaren.

Onlangs dook ik in een relatief nieuwe publicatie: de Dual Mind Theorie (DMT) van Derek en Caly Mickelson. Deze theorie kijkt niet naar mijn gedrag, maar benadert mijn hoofd als een informatieverwerkingssysteem. Dat levert herkenbare inzichten op, al heb ik er vanuit mijn eigen dagelijkse realiteit ook stevige bedenkingen bij.

De automatische piloot die weigert

De theorie begint bij wat al eens eerder op deze blog besproken werd: de mens heeft grofweg twee denksystemen. Eén systeem werkt volautomatisch, razendsnel en onbewust. Het andere systeem is traag, kost veel energie en vereist bewuste focus. Dit komt onder andere terug in het boek ‘Het voorspellend brein’ van Peter Vermeulen.

De auteurs van het artikel over DMT beschrijven hoe dat eerste, automatische systeem bij mij als autistische persoon een stuk minder sterk. Waar een niet-autistisch brein continu en zonder moeite losse indrukken samenvoegt tot een logisch ‘totaalplaatje’, gebeurt dat bij mij niet vanzelf. Ik krijg de wereld niet in hapklare brokken binnen, maar in duizenden losse fragmenten en details. Omdat mijn automatische piloot die fragmenten niet voor me filtert of samenvoegt, schuift al die ruwe, chaotische data direct door naar mijn trage, bewuste denksysteem.

Ik moet daardoor voortdurend handmatig en bewust de wereld om me heen in elkaar zetten. Vooral in sociale situaties – waar gezichtsuitdrukkingen, intonaties en ongeschreven regels elkaar in razend tempo afwisselen – verklaart dit perfect waarom ik na een uurtje op een verjaardag volledig uitgeput ben. Ik heb zo mijn sociale mankementen maar ik ben ook simpelweg, bewust, informatie aan het verwerken die anderen op de automatische piloot, onbewust, aangeleverd krijgen.

Oude bekenden in een nieuw jasje

Als ik de theorie zo lees, moet ik onvermijdelijk denken aan theorieën die al veel langer meegaan. Het klinkt veel zoals een wiskundige vertaling van wat Peter Vermeulen ‘contextblindheid‘ noemt: de bomen haarscherp zien, maar het bos niet automatisch herkennen.

Ook de raakvlakken met het ‘voorspellend brein’ van Sander Van De Cruys, ook besproken in het gelijknamige boek van Peter Vermeulen, zijn groot. Waar Van De Cruys stelt dat mijn brein moeite heeft met voorspellingsfouten, gebruikt de DMT termen uit de systeemkunde. Ze spreken over ‘entropie’ (de mate van chaos in informatie).

De theorieën vullen elkaar perfect aan. Het is dezelfde autistische realiteit, maar dan verteld door informatici in plaats van psychologen. Met dien verstande dat ik de computermetafoor niet zo genegen ben, en me ook geen robot voel. De theorie integreert daarnaast ook oudere ideeën, zoals het Monotropisme (de ‘zaklamp’-aandacht), door het te verklaren als een filter dat te veel inzoomt op details omdat het grote geheel te veel entropie bevat.

Verkennen versus Benutten: De evolutie van mijn waarneming

Wat de DMT mogelijks interessant maakt, is dat het autisme probeert te positioneren op de grens tussen het medische en het sociale model. Het ziet mijn denkstijl niet puur als een foutje in de natuur. In de systeemkunde spreekt men over een balans tussen ‘benutten’ (varen op snelle, bekende aannames) en ‘verkennen’ (alles grondig en nieuw analyseren). De theorie stelt dat mijn autistische brein een extreme, biologische voorkeur heeft voor verkennen.

Het neurodiversiteitsmodel – dat tegenwoordig vaak als hét antwoord wordt gepresenteerd en autisme puur als een natuurlijke variatie ziet – speelt hierin slechts een beperkte rol. De DMT erkent weliswaar de natuurlijke variatie van mijn ‘hoge resolutie’ waarneming en mijn oog voor detail, maar het ontkent de medische realiteit niet. Want, zo stelt de theorie heel nuchter: deze manier van verwerken is computationeel zo ongelooflijk zwaar, dat de cognitieve tol enorm is. Autisme is een reële handicap.

De klinische kou van systeemkunde

En toch wringt er iets voor mij. Hoewel het ergens een opluchting zou kunnen zijn om mijn uitputting in wiskundige formules ($V = S \times T$) en concepten als ‘entropie’ verklaard te zien, voelt het tegelijkertijd klinisch en kil. Door mijzelf te reduceren tot een haperend informatieverwerkingssysteem, verdwijnt de menselijke ervaring naar de achtergrond.

Een abstract stroomschema verklaart misschien technisch waarom een bezoek aan de supermarkt mijn batterij dicteert en energie vreet, maar het dekt in de verste verte niet de lading van de paniek die ik op zo’n moment voel. Het beschrijft niet de eenzaamheid van een leven lang onbegrepen worden, of de frustratie wanneer de wereld onverbiddelijk doordraait op een tempo dat ik niet kan bijhouden. De theorie verklaart de mechaniek van mijn overprikkeling, maar zwijgt over de tranen.

De valkuil van de ‘ontdekker’

Mijn tweede kritiekpunt is de subtiele romantisering die op de loer ligt. Door autisme te bestempelen als een ‘evolutionair nuttige voorkeur voor verkennen’, klinkt het bijna als een intellectuele superkracht. En ja, ik zie details die anderen missen. Ik kan me uren vastbijten in een specifiek onderwerp.

Maar in de praktijk voel ik me zelden een ‘ontdekkingsreiziger’. Wanneer het systeem te ver overhelt naar die bewuste verwerking en de chaos niet meer te behappen is, blijft er geen greintje talent over. Wat dan resteert is totale systeemoverbelasting, een meltdown of het simpele onvermogen om ’s avonds nog te beslissen wat ik op mijn boterham moet doen. Een theorie die de architectuur van mijn ‘hoge resolutie’ waarneming prijst, mag nooit de ogen sluiten voor de momenten waarop ik simpelweg bezwijk onder het gewicht van diezelfde, onbegrensde waarneming.

Mickelson, Derek and Mickelson, Caly, The Dual Mind Theory: A Hierarchical Theory of Attention. Beschibaar via SSRN: https://ssrn.com/abstract=6584982 of http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.6584982

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *