Autisme als contextblindheid – Peter Vermeulen

autisme als contextblindheid

Tranen op iemands wang kunnen verdriet betekenen, maar ook blijdschap, opluchting of een allergische reactie. Een glimlach & knipoog van een meisje op de trein kan een teken van waardering zijn, een signaal van verliefdheid, een vraag om aandacht, een verlegen verzoek.

Min of meer iedereen is, in min of meerdere mate, en niet altijd zichtbaar gevoelig voor wat er om ons heen gebeurt. Nochtans heeft niets van wat we waarnemen of wat er gebeurt een absolute of vaste betekenis. Een groot deel ervan wordt bepaald door de context.

Nochtans loopt het af en toe wel eens mis. Zeker vanuit eigen ervaring weet ik dat. Bijvoorbeeld als ik (vaak onbedoeld of onbewust) ‘fout’ reageer op iets, een woord verkeerd begrijp, een ‘foute’ reactie plaats in een gesprek, de sfeer op een moeilijk moment niet goed vat, een gelaatsuitdrukking ongepast beantwoord.

Hoe het verloopt, hoe het afloopt, waar het ons brengt … uiteindelijk wordt ’t in min of meerdere mate allemaal bepaald door hoe we staan in de context, onze contextgevoeligheid of integendeel, in geval van mensen met autisme, onze (mate van) contextblindheid.

Dit is niet de titel

In Autisme als contextblindheid gaat Peter Vermeulen op zoek naar de betekenis van de context voor mensen met autisme. In zijn voorwoord noemt hij het een uit de hand gelopen update van zijn boek Dit is de titel over het autistisch denken.

Laat ik dat boek nu net niet gelezen hebben, noch in mijn bibliotheek hebben staan. Maar de term ‘autistisch denken’ ken ik uiteraard wel, als ervaringsdeskundige, en weet hoe moeilijk het uit te leggen valt, of hoe weinig er rekening mee wordt gehouden in professionele ondersteuning of begeleiding. Dat leidt vaak tot zowel hilarische als intrieste situaties, soms met een verschrikkelijke afloop.

Beperkt inzicht in autistisch denken

Inzicht in dat autistisch denken blijkt ook volgens Vermeulen bij een aantal hulpverleners nog te ontbreken. Wat volgens hem soms leidt tot ongewenste en onverwachte effecten van bijvoorbeeld sociale vaardigheidstrainingen. Er wordt dikwijls alleen maar aan het gedrag gewerkt zonder daarbij aandacht te besteden aan hoe mensen met autisme de dingen waarnemen en begrijpen.

Uitleggen hoe het menselijk brein werkt is niet eenvoudig. Context is een vaag en glibberig begrip. En autisme is een erg complexe stoornis.

Ondanks de verdienstelijke poging is het dan ook een boek geworden dat moeilijker is dat zijn voorgaande publicaties. Niettemin is het tegelijk ook interessanter, breder en realistischer, en dus een aanrader voor de meer gevorderde lezer(es).

Een greep uit de inhoud

In acht hoofdstukken ontleedt Vermeulen context haast op een autistische manier en bespreekt de context in het brein, in waarneming, in sociaal contact, in communicatie en in kennis. Hij rondt af met de theorie en als afsluiter de praktijk.

Interessante topics die aan bod komen zijn onder meer : waar begint en eindigt de context ? wat is veranderingsblindheid ? hoe zit het met de context en spiegelneuronen ? waarom geeft contextblindheid een andere kijk op de wereld ? hoe zit het met context en sociaal aangepast gedrag en sociaal probleemoplossend vermogen ? waarom begrijpen mensen met autisme abstracte woorden eigenlijk even goed als concrete woorden als er geen context is ? Zijn autisten detaildenkers ? Is contextgevoeligheid aan te leren ? Wat bedoelen we met braille voor contextblindheid ? En ten slotte komt uiteraard nood van een autismevriendelijke omgeving aan bod.

Veel van wat hier opgesomd staat zal niet echt nieuw zijn voor iemand die al een tijdje omgaat met mensen met autisme of gewoon hier en daar rond leest of af en toe naar ervaringsdeskundigen gaat luisteren. Het meeste wordt wel in een nieuw voetlicht geplaatst. Of dat zou toch zo moeten overkomen.

Wat context betekent

In zijn inleiding onderstreept Vermeulen dat niets in onze wereld een absolute betekenis heeft. Een vuilniszak is niet altijd gewoon een vuilniszak. Soms is het kunst. Soms is het een moordwapen. Soms een container om snel snel de inhoud van je auto in te dumpen (die dan door overijverige ouders jammerlijk genoeg bij het huisvuil wordt gezet).

Wat context precies betekent is niet zo eenvoudig uit te leggen. Niettemin doet Vermeulen een verdienstelijke poging in zijn eerste hoofdstuk. Daar stelt hij onder meer dat context de gids is in onze zoektocht naar betekenis. De context is op te delen in een onmiddellijke, nabije en ruime context, een interne en externe context en een zinvolle en bijkomstige context.

Context omschrijft hij voluit als datgene wat in de omgeving, zowel in de buitenwereld als in onze innerlijke wereld (ons brein), de betekenis van iets beïnvloedt. Het vermogen om de elementen in de context die nodig en nuttig zijn voor betekenisverlening te selecteren en te gebruiken, noemt hij contextgevoeligheid. Het menselijk brein is van nature contextgevoelig.

Aanvankelijk is ‘context’ vooral een term gebruikt bij de interpretatie van passages in klassieke en heilige teksten, en de zoektocht naar invalshoeken en de bedoeling(en) van de auteur(s) ervan. Mettertijd is context op steeds meer van toepassing geworden. In onze tijd spreken we bijvoorbeeld van een maatschappelijke, historische, culturele, politieke en spirituele context.

Het hersenorkest

Context en de gevoeligheid of blindheid daarvoor, begint in het brein. Om prikkels zo goed mogelijk te verwerken is het gemiddelde menselijke brein contextgevoelig. Mensen zien eerder het bos dan de bomen. Dat heeft vooral te maken met de samenwerking binnen de hersenen, die bij mensen met autisme minder goed loopt.

In tegenstelling tot mensen zonder autisme, die een beeld direct zien doordat hun hersenen wel samenwerken en sneller zijn, moeten mensen met autisme hun beelden bij elkaar puzzelen. Zoals Michelle in de film Autimatisch zegt: ze herkent haar woonkamer net iets trager, in stukjes, dan haar vriend maar ziet wel meteen dat er iets (hoe klein ook) veranderd is. Dat kunnen mensen zonder autisme niet want die zijn ‘veranderingsblind’ (en detailblind ook nog, maar dat leest u best zelf in het boek).

Met de metafoor van het ‘hersenorkest’ doet Vermeulen een verdienstelijke poging om aan te geven waar het verschil zit. Wie contextgevoelig is, heeft een brein dat prikkels niet absoluut maar relatief verwerkt, waarbij alle muzikanten mooi op elkaar inspelen. Nadeel is dat ze soms bepaalde details over het hoofd ziet.

Bij mensen met autisme zitten er prima muzikanten in hun hersenorkest maar ze spelen niet goed samen en hebben geen dirigent. Hoewel sommige muzikanten erg getalenteerd kunnen zijn, de eilandjes van intelligentie of splintervaardigheden.

Deze ‘eilandjes’ zijn de gespecialiseerde zones in het autistisch brein, zones die geïsoleerd blijven van elkaar. Met een gebrekkige contextgevoeligheid als gevolg dat ook leidt tot zintuiglijke problemen, omdat de prikkels absoluut eerder dan relatief worden verwerkt.

Mensen die van buitenaf alleen deze ‘solo-slim-muzikanten’ aan het werk zien, trekken soms de verkeerde conclusie, namelijk dat het geheel goed van hetzelfde niveau is, dat er niets aan de hand is met het functioneren.

Anderzijds zijn er ook delen in het orkest/brein die veel minder fijnbesnaard zijn, en als buitenstaanders die aan het werk zien durven ze al eens te geloven dat héél het orkest, dus het hele brein, zo laagfunctionerend is. Of zelfs de persoonlijkheid. Terwijl er veel meer inzit voor wie goed luistert. Maar het betekent ook dat als persoon met autisme zowel je best doen als minimaal functioneren de nodige risico’s met zich meebrengt.

De gids op zoek naar betekenis

In Context in waarneming gaat Peter Vermeulen verder op de omschrijving van context als gids op zoek naar betekenis, namelijk bij het verwerken van informatie die de zintuigen ons aanreiken.

Mensen die minder contextgevoelig zijn, zoals mensen met autisme, ervaren een wereld vaak als onbegrijpelijk, verwarrend en onvoorspelbaar. Ze komen wel tot een betekenis van wat ze tegenkomen, een zinvolle betekenis, want elke betekenis is zinvol voor wie ze betekenis geeft. Maar die betekenis wijkt af wat er doorsnee bedoeld wordt en leidt dus tot misverstanden in de communicatie.

Mensen met autisme zien daardoor de wereld anders dan anderen en hebben een eigen stijl van waarnemen en denken. Terwijl de contextgevoeligheid anderen snelle herkenning en voorspelbaarheid biedt, moeten mensen met autisme in min of meerdere mate vragen of gissen naar de context.

De huidige wetenschappelijke testen en studies inzake contextgevoeligheid van mensen met autisme zijn daarbij volgens Vermeulen misleidend omdat ze hun prestaties door de onrealistische labo-context overschatten.

Mensen met autisme, ook zij met Asperger, zien niet zo goed wat er past in een context en wat niet, wat vooral in sociaal contact in het dagelijks leven (met zintuiglijke chaos & een drukke agenda) soms tot onverwachte resultaten leidt.

Context in sociaal contact

Sociaal contact wordt immers erg moeilijk naarmate de contextblindheid sterker wordt. Goed omgaan met anderen wordt immers voor een groot deel bepaald door contextgevoeligheid. Bij proberen te begrijpen van het gedrag van anderen helpt de context ons alvast gericht te gissen.

Contextgevoeligheid is de hoeksteen van sociaal-emotionele intelligentie, stelt Peter Vermeulen in het derde hoofdstuk, context in sociaal contact. Wie inzicht heeft in de context, kan zich inleven in anderen, snel gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal ontcijferen, vindt aanwijzingen waarom anderen iets voelen of denken, en is in staat om gepast te reageren en oplossingen te bedenken voor sociale problemen.

Wat iemands gelaatsuitdrukking bijvoorbeeld betekent, vinden we door de context aan te voelen. Ook de herkenning van emoties van iemands gelaat hangt daaraan vast. Zo zal een boos gezicht in een angstwekkende situatie een angstig gezicht worden.

Vermeulen geeft daarbij een aantal mooie voorbeelden, onder meer uit Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht maar ook uit de interessante documentaire ‘Autimatisch’ waar Michelle, een begaafde vrouw met autisme, uitlegt hoe zij uitingen van emoties als mysterieus blijft ervaren.

Voor wie minder contextgevoelig is, wordt het bovendien moeilijk om te weten wanneer bepaald gedrag of bepaalde reacties op gelaatsuitdrukkingen gepast zijn of niet. Soms is het zelfs moeilijk om te begrijpen dat bepaalde voorwerpen in bepaalde situaties niet thuishoren en zelfs ongepast zijn.

Het is daarom weinig zinvol om te weten welk gedrag gepast is, en dit aan te leren, voor wie minder of niet de context aanvoelt. Context heeft niet enkel een gevolg op het beoordelen van het gedrag van anderen maar ook op het eigen sociaal probleemoplossend vermogen. Oplossingen die altijd en overal gelden bestaan niet, sociale problemen kunnen maar aangepakt worden op het moment zelf. Alleen: het vergt inzicht in de context om te weten wanneer dat moment er dan wel is.

Woorden, zinnen, symbolen

In zijn volgende hoofdstuk Context in communicatie staat Vermeulen stil bij de rol en betekenis van taal, de klank – en woordherkenning, het begrijpen van woorden en de wereld die erachter zit, de dubbelzinnigheid en vaagheid van woorden, het letterlijk taalbegrip, de niet-talige en de pragmatische communicatie en de rol van context in de omgang van mensen met autisme met concrete & abstracte woorden. Een flinke brok dus.

Communicatie bij mensen met autisme is dan ook niet in een twee drie helder uit te leggen. Taal begrijpen is alvast één grote oefening in context lezen, stelt Vermeulen. Gelaatsuitdrukkingen en andere lichaamstaal alleen volstaan niet. Er is ook een systeem van symbolen: auditieve (klanken) en visuele (lettertekens, beelden, tekeningen, pictogrammen, foto’s). Kennis van woordenschat volstaat ook niet.

Autistische taal

Contextgevoeligheid staat mensen wel toe om die woordenschat uit te breiden. Bij het aanleren van een nieuwe taal gaat dat soms iets moeilijker. Zoals Goethe reeds zei: om een nieuwe taal te leren moet je je volledig inleven in de context waar de taal ontstaan is. En dan nog is men geen ‘native speaker’.

Zelf heb ik soms de indruk dat autistisch mijn eerste taal is, en mijn communicatie in het Nederlands ‘slechts’ een vertaling is. Met de jaren meer en meer accuraat, maar er blijft een betekenisverlies. Het is evenmin evident steeds mee te zijn met de vertaling van anderen en van wat ik zelf bedenk naar de taal van anderen. Als dat überhaupt al lukt, is het altijd te laat.

Daar zit beperkt inzicht in de context ongetwijfeld veel voor tussen. Zeker op vlak van de betekenis van woorden geeft dat af en toe ongewenste effecten. Mensen die dan niet op de hoogte zijn van autisme of van de rol van contextblindheid daarin durven sommigen in deze situaties al eens tekort aan emotionele inleving, of een of andere persoonlijkheidsstoornis toeschrijven.

Geen woordenboektaal

Er is, zoals Peter Vermeulen terecht stelt, een groot verschil tussen woorden kennen en ze begrijpen. Ondanks een goede kennis van de woordenboek betekenissen en de spelregels van de grammatica van een taal ervaar ik flink wat moeite om communicatie te begrijpen en nog meer om me verstaanbaar, begrijpbaar te uiten.

Mensen overschatten volgens mij vaak het begripsniveau van mensen met autisme die verbaal vlot lijken. Het wordt bijvoorbeeld moeilijk als het gaat om de communicatieve betekenis te begrijpen, om te gaan met dubbelzinnig, letterlijk en vaag taalgebruik omdat de context daar een grote rol in speelt. Inspanningen om het goed te doen volstaan helaas niet om onduidelijkheid op te heffen, want de contextblindheid zit vaak in de weg.

Kennis van de wereld of gezond verstand

Zo wordt het ook flink moeilijk om kennis te verzamelen van de wereld om ons heen en in het verlengde ook overzicht, macht en een sociaal – en ondersteuningsnetwerk.

Wat mensen over deze wereld weten, de kennis is immers vervat in concepten die niet absoluut zijn maar zich aan elke context aanpassen en bovendien verweven zijn met elkaar.

Context speelt zowel een rol in het ontwikkelen van die concepten (het abstraheren) als het toepassen ervan (het concretiseren). Mensen met autisme kunnen omgaan met duidelijke en vaste concepten en regels, maar met het atypische en uitzonderingen lukt dat veel minder.

Het ontbreekt vooral aan gezond verstand of het vermogen om soepel om te gaan met de kennis die we over de omgeving en de wereld hebben. De contextblindheid vormt daarbij een belangrijke beperking. Mensen met autisme hebben een heel andere kijk op de wereld dan mensen zonder autisme.

De contextblindheid van niet-autisten

In het voorlaatste hoofdstuk, rond de theoretische kanten van contextblindheid, stelt Vermeulen dit begrip ook wel een aantal kritische vragen. En terecht.

Autisme heeft immers vele gezichten met een breed spectrum aan uitingsvormen. Het is een illusie om de diversiteit van autisme te proberen te vangen in één enkel model of verklaring.

Dat zou alleen ertoe leiden dat professionele ondersteuners mensen met autisme nog autistischer zou benaderen dan nu al het geval is. Het is positief dat Vermeulen ook bij dit sterk toenemend fenomeen, de contextblindheid bij niet-autisten, stil blijft staan.

Sommige mensen zonder autisme pikken bijvoorbeeld details uit het functioneren van iemand en koppelen daar een vaste betekenis aan, zonder rekening te houden met de context.

Niet iedere asociale geïsoleerde man is autistisch

Vermeulen geeft als voorbeeld de soms goedbedoelde en soms stigmatiserende neiging om iemand met sociale problemen autistisch te noemen of aan te sturen op een diagnose.

Sociaal isolement, een beperkt sociaal netwerk en een beperkte empathie of emotionele intelligentie hoeft echter niet meteen te betekenen dat iemand autistisch is.

Zijn gedrag moet gezien worden in zijn ontwikkelingsgeschiedenis (is hij altijd zo geweest ?), zijn vertrouwensbanden (praat hij met sommige mensen wel voluit over zijn gevoelens), mogelijke tegenslagen (is hij plots kansarm geworden of verstoten of weduwnaar) ?

Een ander voorbeeld is het kijken naar het gedrag van iemand met autisme zonder oog te hebben voor de context van dat gedrag. Professionele ondersteuners denken nog te vaak dat een of meerdere trainingen volgen volstaat om een ‘past voor iedereen’-aanpak voor jaren toe te passen.

Als er al know how is verworven, dan blijft het nog huilen met de pet op als het gaat om ondersteuners te vinden die ‘know why’, weten wat ze doen en welke consequenties dit heeft bij iemand met autisme en zijn omgeving.

Contextblindheid in de diagnostiek

In zijn laatste hoofdstuk, rond de praktijk, staat Vermeulen ook stil bij de diagnostiek van autisme. Het volstaat niet om alleen maar gedragskenmerken of uitspraken of handelingen van iemand te inventariseren of aan een psychiater of team voor te leggen om tot een diagnose te komen.

Het gedrag moet ook gekoppeld kunnen worden aan een autistische stijl van waarnemen en denken. Om de autistische cognitie te meten zijn er weliswaar geen testen, maar wel om een glimp op te vangen van de autistische stijl van informatie verwerken.

Behalve het gebruik van testen geeft Vermeulen ook de raad om te kijken naar iemands functioneren in situaties waar de persoon geen rekening houdt met de context of a-contextuele betekenissen geeft aan taal. Wie invult dat hij bij het wonen ondersteuning krijgt van de vloer, gebruikt taal a-contextueel.

Kan je contextgevoeligheid dan niet aanleren, mijnheer ?

Een vraag die bij sommigen op de lippen ligt, is wellicht ‘kan je contextgevoeligheid dan niet aan leren ?’. Het antwoord van Peter Vermeulen op die vraag is vanzelfsprekend ‘nee, maar we kunnen er wel iets aan doen’.

Net zo min als mensen die blind zijn kunnen leren zien, kan iemand die contextblind is contextgevoelig worden. De context lezen verloopt niet alleen onbewust, en dus niet aan te leren, maar elke context is ook uniek. Het is wel mogelijk om regeltjes en scripts te leren, maar heel ver kom je daar niet mee. Het is ook mogelijk om bewust te worden van de context maar waar dan op te letten en hoe te handelen is in elke context anders.

De compensatie die energie kost

Het dichtste dat heel wat mensen met autisme komen bij contextgevoeligheid is het ontwikkelen van compensatie-strategieën die bovendien ook nog energie-efficiënt zijn.

Dat laatste, de energie besteed aan inspanningen om te compenseren door personen met autisme, vergeet Vermeulen in zijn boek wel een beetje, maar je kan ook niet aan alles denken. Ook voor een gesprek van de functie van ervaringsdeskundigheid in de compensatie past de auteur.

Uiteindelijk is kennis maken met diverse ervaringen van mensen met autisme en ouders zelf (via getuigenissen of inleefmomenten) voor professionelen nog het meest zinvol om voorbeelden van de concrete effecten van context-blindheid en de energie-investering te ervaren.

Maar misschien was de inkt op, het boek al te lijvig, de auteur al wat moe van zijn anders verbazend werk, of … is het eerder zijn publiek die daar nog niet helemaal klaar voor is ?

De noodzakelijke aanpassingen van de omgeving

Overigens gaat en goede compensatie niet zonder het aanpassen van de omgeving en het gebruikte materiaal. En daar durft het al eens mislopen, zeker als er neurotypicals rondlopen.

De context verhelderen, concreet communiceren en de omgeving autismevriendelijk maken … dat is voor mensen met betrokkenheid een zoekproces, maar voor deze nt’ers helaas ‘nonsens’ of ‘teveel werk’.

Conclusie: een aanrader voor wie tijd heeft

Bovendien is contextgevoeligheid spontaan en snel, dus zonder nadenken en aangeleerde regels. En aangeleerd worden om iets spontaan te doen, dat is onmogelijk, dat weet zelfs deze autist.

Ondanks de mogelijke kritiek op dit boek, zoals wat te moeilijk geschreven en toch wel behoorlijk lijvig, biedt het, in elk in mijn ervaring, een interessante invalshoek om na te denken over contextblindheid, en verwoordt het met grote onderscheiding wat ik ervaar in het dagelijks leven. Een aanrader voor wie tijd en energie heeft dus.

Peter Vermeulen – Autisme als contextblindheid (Acco-Epo-Autisme Centraal, 2009), 327 p.

Zie ook de sites Contextblindheid met interessante links naar diverse informatiebronnen). Andere recensies zijn ondermeer te lezen in Psyche-Brein en Plus3-magazine, een interview met de auteur in Balans Magazine (via uitgeverij Epo) en in Let op ! (via uitgeverij Acco). Een interview met Peter Vermeulen over contextblindheid  in het tijdschrif ‘Logopedie & Foniatrie’ is tevens online beschikbaar via de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

2 Comments »

  1. Het is een goed boek dat een heel plausibele, neutrale en constructieve invalshoek biedt om de informatieverwerking bij Autisme te begrijpen en ermee om te gaan.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s