Zijn autistische mensen inherent goede mensen? … autisme en morele verheffing

Als autist ben ik noch robot noch engel. We zijn gewoon menselijk: in staat tot goedheid én fouten, en het waard om als zodanig geaccepteerd te worden.
Tijdens een van mijn voorbije lezingen stak een oudere vrouw haar hand op. Ze stelde zichzelf voor als de grootmoeder van een autistische kleinzoon. Ze sprak met volledige zekerheid: haar kleinzoon kon geen echt kwaad doen. Hij was puur. Bijna perfect. Toen stelde ze mij een vraag die me sindsdien niet loslaat: zijn autistische mensen inherent goed? Is dat waarom ze zo kwetsbaar zijn in een harde wereld?
Op het eerste gezicht lijkt die vraag eenvoudig. Zeker als je de berichten en video’s van autistische mensen en ouders op sociale media gelooft. Daaruit zou je kunnen afleiden dat autistische mensen in het algemeen inherent goed zijn, en daarom als een vogel voor de kat zijn voor de sociaal corrupte samenleving. Volgens mij is het antwoord veel genuanceerder is dan die ‘influencers’ en die grootmoeder vermoeden.
Wat bedoel ik met een ‘goed persoon’?
Sinds ik zelfbewust ben geworden, ben ik gefascineerd door goede mensen. Wie zijn ze, wat doen ze, waarom lopen ze altijd in de problemen? Te goed voor deze wereld of volkomen uniek, worden ze genoemd. Of zichzelf opofferend met engagement voor wie onderaan de statusladder rondkruipt. Maar wat is een goed persoon precies?
Een goed persoon is zeker niet iemand die nooit fouten maakt of volstrekt onbaatzuchtig is, heb ik geleerd. Een goed persoon wordt niet onmiddellijk bepaald door geslacht, noch door een bepaalde cultuur, klasse, religie of ras, ondanks wat er in kroegen en roddelbladen wordt gezegd. Een goed persoon zorgt voor anderen (maar ook voor zichzelf), is eerlijk in de mate dat dit anderen niet schaadt, heeft integriteit en neemt verantwoordelijkheid als hij/zij iemand heeft gekwetst. Om maar een paar eigenschappen te noemen.
Kunnen autistische mensen dan goed zijn, vragen sommigen zich af. Kunnen ze zorg tonen, eerlijk oordelen, verantwoordelijkheid nemen, schuld en schaamte voelen? Het lijkt volgens sommigen zeer onwaarschijnlijk dat iemand die in zichzelf gekeerd is, beperkingen ervaart vanuit correcte interpretatie van de omgeving en volledig opgaat in eigen activiteiten wel een goed mens kan zijn. of Ja, die vraag heb ik ook gekregen. Toch hoef ik daar niet zo lang over na te denken.
Er is geen enkele wetenschappelijke basis om autistische mensen als groep moreel minderwaardig of net moreel superieur te noemen.
Onderzoek geeft ons een duidelijk antwoord daarop: ja. Autistische en niet-autistische mensen geven om anderen, vinden eerlijkheid belangrijk en maken op vergelijkbare manieren morele oordelen. Autistische mensen hechten gemiddeld iets meer belang aan eerlijkheid en rechtvaardigheid, en iets minder aan groepsloyaliteit en hiërarchie. Maar onze manier van moreel redeneren valt ruimschoots binnen het spectrum dat ook bij niet-autistische mensen voorkomt. Er is geen enkele wetenschappelijke basis om autisten als groep moreel minderwaardig of superieur te noemen.
Van robotisch tot engelachtig — en nergens tussenin
Toch word ik als autistisch persoon voortdurend in een van twee hoeken geduwd. Ofwel geef ik niet om anderen en heb ik minder inzicht in wat anderen denken. Ofwel ben ik uitzonderlijk eerlijk, rechtvaardig en moreel verheven — een mens die de Waarheid ziet, terwijl de rest zich verschuilt achter sociale spelletjes. Geen van beide klopt.
Net als veel andere (maar niet alle) autistische mensen heb ik een sterke voorkeur voor eerlijkheid, duidelijkheid en consistentie. Voor mij doet de waarheid ertoe. Ik vind het fijn als mensen hun beloften nakomen, en ik hou niet van vrijblijvende intenties. Witte leugens en onuitgesproken sociale regels voelen daarom ongemakkelijk voor mij. Van buitenaf kan dat eruitzien als zuiverheid. Toch is mijn voorkeur voor directheid geenszins een morele upgrade. Ik zie het als een verschil in stijl, niet in morele waarde.
Ook binnen de autistische gemeenschap zelf
Het zou eenvoudig zijn om de mythe van de ‘moreel zuivere autist’ volledig te externaliseren. Maar eerlijk zijn betekent ook dit erkennen: op sociale media versterken autistische mensen dit soms zelf, en in zodanige mate dat veel autisten het zelf ook werkelijk gaan geloven.
Op TikTok, Instagram en in online gemeenschappen duiken regelmatig posts op die autisme portretteren als een moreel voordeel. Autisten zouden inherent eerlijker zijn. Authentieker. Minder geneigd tot hypocrisie en manipulatie. Sommigen gaan verder: niet-autistische mensen liegen structureel, verschuilen zich achter maskers en spelen sociale spelletjes — wij niet. Wij zien de waarheid.
Voor mij is een voorkeur voor eerlijkheid geen reden om me moreel superieur te voelen. […] Als iemand die fouten maakt, grenzen overschrijdt, anderen kan kwetsen, en daarvan kan leren. Dat is geen zwakte. Dat is wat het betekent om menselijk te zijn, naar mijn mening.
Ik begrijp wel enigszins waar dat vandaan komt. Je moet goed zoeken om een autistisch persoon te vinden die niet jarenlang verkeerd begrepen, buitengesloten of bestempeld is als ‘te veel’. Sommigen noemen dat trauma; ik zie mezelf niet als getraumatiseerd. Sommigen kiezen morele verheffing als een manier om die pijn te herkaderen.
Voor mij is een voorkeur voor eerlijkheid geen reden om me moreel superieur te voelen. Dat zou de wereld opdelen in de verdeling autistisch-authentiek en niet-autistisch-onoprecht. Dat is mijn wereld niet. Het is volgens mij niet alleen onjuist, maar het maakt het ook moeilijker om eerlijk naar jezelf te kijken. Ik wil mezelf (en andere autistische mensen) liever zien als iemand die fouten maakt, grenzen overschrijdt, anderen kan kwetsen, en daarvan kan leren. Dat is geen zwakte. Dat is wat het betekent om menselijk te zijn, naar mijn mening. Veel berichten op sociale media van (zogenaamd) autistische mensen zijn volgens mij dan ook ontmenselijkend voor de autismegemeenschap, bewust of onbewust.
De pijn achter dat oordeel is reëel
Wat betreft de generaliserende, negatieve uitspraken over ‘neurotypischen’ (hoewel ik hun bestaan als begrip ben gaan relativeren), wil ik eraan toevoegen dat ze zelden over elke individuele niet-autistische persoon gaan.
Het zijn vooral een samenvatting van jaren negatieve ervaringen: pesterijen, gaslighting, vernedering, therapeutisch misbruik, uitsluiting en chronisch niet serieus genomen worden. Ik denk niet dat je veel tijd op sociale media doorbrengt met een gezonde geest in een gezond lichaam. Je moet er ook niet rondkijken als je, zoals sommige autistische mensen, veel morele ernst bezit.
Vanuit dat perspectief is het voor hen moeilijk te geloven dat autistische mensen net zo goed zijn als niet-autistische mensen. “Even goed als wie?” is dan een gerechtvaardigde vraag. Even goed als de ouders die hen jarenlang uitscholden? De leraren die hen publiekelijk vernederden? De therapeuten die hun grenzen negeerden? De werkgever die hen slecht behandelt?
Minder daders, meer slachtoffers — maar niet vanwege ‘goedheid’
Er is nog iets van de vraag van de grootmoeder die me aan het denken zet. Maakt die ‘goedheid’ autistische mensen meer kwetsbaar in onze wereld?
Volgens mij is het niet die zogenaamde morele rechtlijnigheid, die sommigen graag zien in autistische mensen, maar eerder iets anders dat sommige (niet alle) autistische mensen meer kwetsbaar zou maken in onze samenleving.
Wat mij als autistisch persoon het meest kwetsbaar maakt is volgens mij niet zozeer de mismatch of de frictie tussen mijn brein en de chaotische samenleving. Het is veeleer de rechtlijnigheid of onbuigzaamheid van mijn innerlijk kompas, dat alleen vaart op mijn waarden en normen (die uiteraard ook onder invloed staan, maar andere invloeden dan de meeste niet-autistische mensen). Daardoor ben ik gevoeliger voor beschadiging door sociaal corrupte mensen, die zich zowel bij niet-autistische, autistische als andere neurodivergente mensen bevinden. Mijn manier om daarmee om te gaan is een verhoogde waakzaamheid, wat door sommige mensen als achterdocht en traagheid wordt geïnterpreteerd.
Autistische mensen die minder behoedzaam zijn en vooral vanuit eigen waarden en normen denken en handelen zijn volgens mij kwetsbaarder voor beschadiging. Dat is volgens mij ook te zien in statistieken, waarin duidelijk is dat autistische mensen minder misdrijven dan niet-autistische mensen, maar tegelijk oververtegenwoordigd in gevangenissen en ook vaker slachtoffer worden van criminaliteit.
De onevenwichtigheid weerspiegelt geen grotere goedheid — maar een combinatie van verondersteld beschermende maatregelen, systemische vooroordelen en verhoogde kwetsbaarheid in een wereld die vaak andere waarden en normen heeft.
Dat heeft niets te maken met goed of minder goed zijn als persoon. Ik heb de indruk dat autistische mensen vaak meer regelvast zijn en minder gedreven door impulsiviteit of statuszoekend gedrag, wat de kans op delicten vermindert. Maar ze worden ook vaker verkeerd begrepen door de politie, komen sneller in de problemen tijdens verhoren, of wekken argwaan terwijl ze vaker onschuldig zijn. En sociale isolatie, moeite met het doorgronden van andermans bedoelingen en een neiging om mensen op hun woord en bedoelingen te geloven, maken hen kwetsbaarder voor misbruik en manipulatie.
De onevenwichtigheid weerspiegelt dus geen grotere goedheid — maar een combinatie van beschermende eigenschappen, systemische vooroordelen en verhoogde kwetsbaarheid in een wereld die niet is ontworpen voor autistische mensen.
De prijs van beide verhalen
Zowel het beeld van ‘moreel tekortschietend’ als ‘moreel zuiver’, de twee extremen die ik noemde, brengen een prijs met zich mee.
Als ik gezien word als een autistisch persoon zonder empathie, worden mijn intenties voortdurend in twijfel getrokken. Als ik daarentegen gezien word als inherent goed of als ‘waarheidsverteller’, mag ik niet meer falen (en dus niet meer leren). Er is geen ruimte meer voor fouten, frustratie of gewone menselijke inconsistentie. In beide gevallen ben ik als autistisch persoon geen mens meer. Ik word een symbool.
Die druk voel ik constant in het dagelijks leven. Zoals veel autistische mensen masker ik regelmatig mijn gedrag om negatieve oordelen te vermijden, wat vermoeidheid en burn-out met zich meebrengt. Sommigen trekken zich terug — niet omdat ze niet om anderen geven, maar omdat voortdurend verkeerd begrepen worden interactie onveilig maakt.
Terug naar de beginvraag
Zijn autistische mensen in het algemeen goede mensen? Het antwoord is tweeledig.
Ja — autistische mensen zijn naar mijn mening volledig in staat tot goedheid. Ze beschikken over dezelfde morele capaciteiten als niet-autistische mensen, en onderzoek toont vaak zelfs sterkere oriëntaties op eerlijkheid, rechtvaardigheid en het vermijden van schade. Er is geen enkele basis om hen als groep moreel minderwaardig te verklaren.
Maar nee — dat betekent niet dat ze ‘even goed’ zijn als niet-autistische mensen, als dat betekent dat beide groepen even trouw aan die morele idealen voldoen in de praktijk. Gemeten aan de strenge morele normen die veel autistische mensen hanteren, laat dat laatste veel te wensen over. Wie consequent eerlijkheid belooft maar witte leugens verwacht, wie beweert zorgzaam te zijn maar systematisch uitsluit, wie rechtvaardigheid predikt maar systemen normaliseert die schade aanrichten — zij voldoen niet aan de lat die autistische mensen zichzelf en anderen opleggen.
Autistische mensen hebben volgens mij geen moreel voetstuk nodig om een plek in deze wereld te verdienen. Ze hebben een wereld nodig die stopt met onbekendheid te verwarren met moraal falen — en die zichzelf meet aan dezelfde lat die ze autistische mensen al zo lang heeft opgelegd.
De eerlijkste formulering omvat beide lagen: als autistisch volwassene ben ik volledig in staat tot goedheid en voldoe ik vaak gemakkelijk aan de morele criteria die we aan een goed persoon toekennen. Tegelijkertijd dwingt mijn scherpe morele blik mij te erkennen dat de niet-autistische wereld, gemeten aan diezelfde criteria, er vaak niet zo best van afkomt.
Die grootmoeder en haar kleinzoon: hij hoeft geen engel te zijn om veiligheid, acceptatie en liefde te verdienen. Wij, autistische mensen, hebben geen moreel voetstuk nodig om een plek in deze wereld te verdienen. We hebben een wereld nodig die stopt met onbekendheid te verwarren met moraal falen — en die zichzelf meet aan dezelfde lat die ze autistische mensen al zo lang heeft opgelegd.
We moeten gewoon menselijk mogen zijn.