De onzichtbare drempel

Wanneer ik aankom in de oude spoorwegkathedraal Antwerpen Centraal, overweldigt alles weer als nooit te voren. Studenten fotografie zijn op zoek naar vergane glorie. Toeristen proberen die paar laatste momenten van hun reis vast te leggen.

Ook mijn herinneringen aan vroeger komen op. Toen ik als kind hier aankwam om mijn familie te bezoeken. Of, iets minder lang geleden, betraand afscheid nam van mijn eerste lief, een Antwerpse schone.

Op weg naar een happening

Nu ben ik op weg naar een ‘happening’. Een ‘screening’ van de gebruiksvriendelijkheid van ‘De Statie’. Antwerpenaars zien ‘hun station’ graag als het prototype van het moderne multi-modale treinstation. Hoewel ik zelf meer uitkijk naar wat Santiago Calatrava, de architect die het station van Luik (waar ik trouwens nog nooit ben geweest) herschept.

Niet het hulpmiddel maar de mens verdient aandacht

Met gemengde gevoelens ben ik ingegaan op de uitnodiging hiervoor. De kijk van organisaties op toegankelijkheid, maar zelfs de houding van mensen met een handicap (‘de gebruikers’) daartegenover, is zeker niet de mijne.

In de klassieke invulling van toegankelijkheid van openbare omgevingen is er doorgaans enkel plaats voor aanpassingen gericht op mensen die hulpmiddelen gebruiken. Terwijl niet het hulpmiddel maar de mens, en diens kwaliteit van bestaan, aandacht verdient.

Een hele groep ‘gehandicapten’ (zo noemen ze zichzelf) is van het ‘eigen aanpassing eerst’-principe. Met hun scootmobiel of hulphond manoeuvreren ze zich, niet geremd door gêne, op de plaats waar ze het best gezien en gehoord worden, en verkondigen (vaak met veel te luide stem vaak) hun boodschap.

Onlangs was er zelfs iemand die vond dat input van wie niet, zoals hij, een spoedcursus architectuur en interieurdesign van 2 dagen (!) had gevolgd, maar best kon zwijgen over de screening van een bepaald gebouw.

Soms erger ik me dus aan mensen zonder maar ook met een handicap die zo sterk bezig zijn met technische aanpassingen dat ze uit het oog verliezen dat een screening vooral gaat over de bereikbaarheid, bruikbaarheid van alle bedoelde functies, verstaanbaarheid van aangereikte informatie en de ervaring welkom te zijn in de omgeving. Net zoals een softwareprogramma testen voor mij geen kennis van informatica zou mogen inhouden.

De meest effectieve aanpassingen vertrekken met een attitude-shift

Een goede attitude, inlevende communicatie, zien en inspelen op signalen … hebben meer effect en zijn volgens mij eerder dan fysieke aanpassingen het begin van een inclusievere samenleving.

Wie een rolwagen of een witte (of gele) geleide gebruikt, of een doventolk of persoonlijk assistent ter beschikking heeft, is voor mij alvast in de eerste plaats een mens. Een persoon die informatie verwerkt, betekenis geeft, emoties ervaart en uitdrukt. Iemand die onlosmakelijk verbonden is met de omgeving, daaraan wil deelnemen. Zonder meer eigen inspanningen dan anderen maar ook zonder teveel al te duidelijke aanpassingen.

Voor mensen van wie de handicap of de beperking eerder in de ontwikkeling of in de informatieverwerking en het gedrag (en de verhouding daarvan met maatschappelijke verwachtingen) ligt, geldt dat des te meer. Zowel teveel inspanningen doen als teveel duidelijk in een hokje worden gedrukt, schrikt mensen met autisme, ADHD, ADD, leerstoornissen, … en ook mensen met verstandelijke beperkingen af. In het geval van een treinstation om (begeleid of niet begeleid) met de trein te reizen.

Sommige mensen spreken van ‘onzichtbare’ beperkingen, maar zo onzichtbaar zijn die toch niet. Ze zijn eerder minder duidelijk te plaatsen. Wie er niet of nooit mee in aanraking komt, en ermee geconfronteerd wordt, weet niet wat ervan te zeggen of ermee te doen.

Spreken met mensen met ervaring, maar welke ervaring?

Bij de screening van gebouwen, kunstwerken en ruimtes met openbare en private dienstverlening is het al eens de wens van de bouwheer om mensen met een beperking of handicap te betrekken. Maar wie spreek je daarvoor aan? Meestal duiken dan de ‘usual suspects’ of de ‘oude krokodillen’ op.

Van mezelf wordt in medische verslagen vermeld dat ik een meervoudige handicap heb en een chronische ziekte heb. In omgaan met fysieke beperkingen (behalve dan het gebruik van hulpmiddelen), met een andersoortige ontwikkeling (autisme en disharmonische begaafdheid) en met een psychische handicap durf ik dus wat ervaringskennis claimen.

Op vlak van omgaan met kinderen met die beperkingen (of handicaps) of over de beleving van andere handicapsituaties, heb ik dus weinig zinnigs te melden. Als andere mensen met (of zonder) handicap spreken in naam van mensen met autisme (omdat ze ergens iemand kennen), doen ze maar. Zelfs als ze ‘uit jarenlange ervaring met duizenden cliënten met autisme’ spreken, terwijl ze (tenzij in een of ander duister verleden) in hun organisatie (volgens de jaarverslagen) nauwelijks een tiental mensen met autisme over de vloer krijgen per jaar.

Wat volgens mij telt, is dat ik spreek vanuit ervaring. Die ervaring is dat het voor mij, vooral vanuit mijn autismebeleving, niet bepaald eenvoudig is om zonder buitengewone inspanningen of stress voor – en achteraf gebruik te maken van het openbaar vervoer of de openbare omgeving, en zeker niet van de trein. Tenzij het echt niet anders kan, mijd ik dus met de trein te reizen.

Diversiteit van mensen met autisme

Dat gaat zeker niet op voor alle mensen met autisme. Sommige mensen met autisme hebben niets liever dan de drukte van een station. Er zijn zelfs mensen die er plezier in scheppen zonder directe reden (werk-woonverkeer, uitstap, reis) het hele land af te treinen. Het treinen zit hen in het bloed.

Ik ben wel benieuwd hoe ze omgaan met vertragingen, oponthoud zonder duidelijke communicatie, vervelende medereizigers en vaak nors treinpersoneel. Op een screening als deze zal je hen dus niet vinden. Zij zien geen enkel probleem, tenzij dan misschien de betaalbaarheid (hoewel: dat wordt anderen wel geregeld).

Centrale visie bij screenen

Bij een screening staat voor mij centraal dat de omgeving vooral zodanig aangepast moet zijn zodat zoveel mogelijk mensen, met om het even welk profiel (allochtoon, moeder met kinderwagen, oudere met minder mobiliteit, persoon met een zichtbare of onzichtbare handicap, mensen met een andere vorm van informatieverwerking) er gebruik van kunnen maken van zoveel mogelijk diensten.

In die geest, geïnspireerd door ‘Universal Design’, kijk ik vandaag dus vooral naar de gebruiksvriendelijkheid van de dienstverlening in Antwerpen Centraal.

Mystery shopper omringd door de pers

Vandaag ben ik niet alleen. Dat is meestal anders. Screenings doe ik meestal op mezelf, zo incognito mogelijk. Dit keer is het helaas anders. Helaas, want zo valt een heel stuk van deze vorm van ‘audit’ weg.

Stel je voor dat je als ‘mystery shopper’ in de Carrefour omringd door een paar cameraploegen, fotografen, journalisten en niemand minder dan de Grote Baas zou binnenkomen. Het zicht op de verstaanbaarheid, bruikbaarheid, de aanpassingen en de inspanningen, zou op z’n minst gezegd vervormd zijn.

Toch dachten de NMBS en de Belgische Staatssecretaris voor Personen met een Handicap, Jean-Marc Delizée, er duidelijk anders over. Positief maar toch een beetje vreemd dat de staatssecretaris aandacht toont voor deze situatie. Op dit moment is toegankelijkheid voor zover ik weet nog steeds een Vlaamse beleidsmaterie.

De vlotte NMBS-woordvoerder spaart zich in elk geval geen moeite om uit te leggen waarom Antwerpen Centraal nu perfect gebruiksvriendelijk is voor praktisch elke reiziger. Wij, ‘gehandicapten’, hoeven dat dus niet meer te ‘onderzoeken’. Als Antwerpenaar is hij duidelijk erg fier op ‘zijn statie’. Wie ook maar voorzichtige kritiek durft te geven krijgt dan ook een randje-giftig lik op stuk.

Echte kritiek?

Echte kritiek komt er niet echt. Zeker de ‘klassieke gehandicapten’, vertegenwoordigers van de stedelijke adviesraden en grote belangenorganisaties (KVG, VFG …), passen om de staatssecretaris voor de ogen van de pers kritische vragen te stellen.

Het blijft dus eerder bij informatieve vragen. Over specificaties rond blindegeleidelijnen, het mat glas van de liften, de talloze roltrappen, de veiligheid op elk moment, de assistentie van de trein tot buiten het station, de inter-modaliteit, de gebruiksvriendelijkheid van informatie voor mensen met autisme … En hij antwoordt steeds met de glimlach en correct.

Ruim een uur lang lopen we door het stationsgebouw. We bekijken gangen, perrons, trappen en liften. Ik geef een interview voor een televisie – en radiostation (dat later niet uitgezonden wordt). Ik spreek links en rechts met mensen. Maar ik blijf toch vooral op de achtergrond. Al die gemaakte aandacht & informatie maakt me toch wat zenuwachtig.

Wat met plotse veranderingen en informatie daarover?

Bij de herinrichting en renovatie van Antwerpen Centraal zijn er duidelijk inspanningen gedaan, maar zonder vernieuwend te werk te gaan.

Wat voor mij vooral aandacht wegdraagt is de informatie over plotse veranderingen in het station zelf, zoals stakingen, perronwijzigingen, aankondigingen van tijden en sporen die verloren gaat in de geluidsgalm en andere prikkels.

Dat is een probleem in alle stations met een galm, zoals Brussel Centraal. Overigens een euvel waar ook Doven een probleem mee blijken te hebben.

Op de trein geraken en overstappen

Iets anders is natuurlijk de informatie vooraleer ik op de trein geraak en bij overstappen en aansluitingen op andere vervoersmiddelen. Naar tram en/of bus overstappen is zeker niet eenvoudig.

De treintabellen bijvoorbeeld, die zijn al wat vereenvoudigd maar vergen toch heel wat concentratie om in de wirwar van informatie de essentie eruit te halen. Als ik naar Izegem wil, heb ik in principe niets aan de vermelding van een trein die naar Kortrijk rijdt, tenzij ik van de streek ben en weet dat die twee bestemmingen op één traject liggen.

Weten wat de meest gunstige vervoerswijze is, financieel en vlug, is niet eenvoudig en vergt nogal wat vragen. Via de NMBS-website kan ik bijvoorbeeld zien welke trajecten, tot 2 en meer overstappen, mogelijk zijn. In het Station zelf is dat relatief beperkt, tenzij ik het vraag aan het loket, maar dat vergt ook wel de nodige sociale vaardigheden.

Weten waar ik welke trein moet nemen, welke aansluiting vertrekt van welk perron is dat al evenmin. Hoewel de mensen van de NMBS heel goed hun best doen om zo goed mogelijk te helpen, vergt het toch enige zoekvaardigheden om de juiste mensen aan te spreken.

Tot slot: alles blijft mensenwerk

In elk geval is deze screening een interessant initiatief dat mij nog meer tot een bewust, zij het nog steeds relatief tevreden treinreiziger zal maken. Ik wil dan ook niet in de val lopen van de chronische ontevredenheid die er tegenwoordig lijkt te ontstaan in het gebruik van technologie en informatie.

Uiteindelijk blijft alles mensenwerk, en is het een zaak van positieve attitude en redelijke aanpassingen. En Antwerpen Centraal is niet te vergeten ook een prachtig beschermd monument waar terecht niet al te veel aan geraakt mag worden. Conclusie: er zijn duidelijk inspanningen gedaan, maar foutloos, zeker op vlak van ‘Universal Design’ op vlak van informatie, is het niet. Werk aan de winkel dus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s