Teveel, te weinig, net genoeg …

“Beter te weinig ondersteuning dan teveel want dat is betutteling.”

Daar ben ik het in zekere mate mee eens. Beter beperkte goede ondersteuning dan teveel ondersteuning die het leven ongevraagd of ongewenst van mij overneemt. Natuurlijk heb ik een bloedhekel aan mensen die mij behandelen als een klein kind, problematisch geval of iemand die geen keuzes kan maken.

Maar te weinig ondersteuning – zodat mijn leven alleen nog bestaat uit geworstel, depressie en conflicten – is ook niet goed. Veel mensen hebben op dit moment geen of te weinig ondersteuning.

Doordat ze te weinig informatie hebben om bij de juiste mensen terecht te komen, of te weinig geld (voor diagnostiek, ondersteuning, documentatie) of door lange wachtlijsten. Al geloof ik dat die lange wachtlijsten eerder met te weinig informatie en weinig geld voor diagnostiek te maken hebben.

Te weinig ondersteuning kan er echter, paradoxaal genoeg, ook zijn bij mensen met een uitgebreid hulpverlenersnetwerk. Als die hulpverleners bijvoorbeeld ‘gewoon hun job’ doen, zonder veel betrokkenheid en de ‘echte noden’ niet willen of kunnen zien.

Niet op zoek gaan naar ondersteuning en de omgeving met de last opzadelen of het relativeren (iedereen is beperkt, de handicap die voortvloeit uit autisme is een probleem van de samenleving) vind ik zelf eerder afschuiven van mijn eigen verantwoordelijkheid als mens. Maar ik versta goed waarom mensen weigerachtig staan tegenover hulpverlening of ondersteuning in het algemeen.

Een diagnose is in dat opzicht niet het begin of het einde geweest, heeft niet automatisch geleid tot hulpverlening maar was slechts een stap op weg naar oplossingen.

Andere stappen waren afstand nemen van bepaalde mensen in mijn omgeving, knopen doorhakken om energie te sparen (en dus bepaalde dingen niet meer te doen) en oplossingsgerichte ondersteuning te zoeken. Mezelf leren kennen door langdurige introspectieve psychotherapie was voor mij geen optie.

Hoe ondersteuning eruit ziet, van wie ze komt, … doet er voor mij minder toe dan de mate van eigen regie, van zeggenschap en inbreng, van evenwaardige dialoog die ermee samen gaat. Evenwaardige dialoog met beroepskrachten lijkt bijvoorbeeld een zeldzaamheid.

Onlangs gaf een hoogleraar cliëntgerichte psychologie aan mij zelfs toe dat het onmogelijk is op evenwaardige basis contact te hebben met cliënten, met mensen (bijvoorbeeld met autisme) die ondersteuning vragen of krijgen. De hiërarchie – ik boven, jij beneden – lijkt dus wel ingebakken in de opleidingen, met het diploma als maatstaf.

Dat neemt niet weg dat ik zelf ervaar dat er met bepaalde, goede, hulpverleners naar verloop van (langere) tijd wel zoiets als vertrouwen, respect, zelfs bewondering kan groeien, maar niet op basis van hiërarchie.

Maar ik wil vooral zelf mijn leven zo optimaal mogelijk leven. Met ‘net genoeg’ ondersteuning. En met ‘zo weinig mogelijk’ last voor anderen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s