De kousen maken de man

Elke donderdag is het markt bij ons, in onze stad, de mooiste stad van dit land trouwens. Sinds enkele weken is onze markt ook nog eens verkozen tot ‘gezelligste markt van het land’. Dat komt wellicht omdat het er erg druk is. Gezellig druk, zeggen ze. En nu het label er is, lijkt het er nog veel ‘gezelliger’ geworden. Je kan er nu nog meer op de koppen lopen, nog meer je geld gestolen worden, af en toe een duw en een trek krijgen. En het duurt nog langer vooraleer je iets koopt, als dat al mogelijk is. Gezellig!

Een bezoekje aan Lucienne, de kousenverkoopster

Toen het nog ‘doods’ was, ging ik er af en toe inkopen doen. Nu is dat veel minder. Af en toe ga ik nog langs bij Lucienne. Zij verkoopt aan de rand van de markt haar ‘wereldberoemde’ kousen. Het verkopen zit Lucienne in het bloed. Van generatie op generatie heeft haar familie kousen verkocht.

Vroeger maakte ze die zelf, herstelde ze en kon je ze zelfs inruilen. Nu worden ze uit Tanzania, Hong Kong, Kenia, de Verenigde Arabische Emiraten en Suriname ingevoerd. Maar nog altijd even goede kwaliteit. ‘Arno, de wereldberoemde artiest, komt hier elk jaar kousen voor heel zijn groeptje inslaan. Al die gasten dragen mijn kousen. Je hoort dat ook in hun muziek. Veel beter dan in Parijs, Londen of Amsterdam.’

Warme kousen, het past al meer naar mijn idee van gezelligheid. ‘Zes paar groene en drie paar bordeaux. Met antislip, van zuiver katoen en zonder etiketjes alstublieft’. Kousen met etiketjes, met wol of kunststof, of met etiketjes kan ik immers niet dragen. Dat prikt, en het lijkt of ik er elektriciteit mee maak. En ik krijg er pukkels en zweren van.

Even later krijg ik ze mee in een zakje. ‘En een paar gratis voor jou, schatje.’ En ik krijg nog een knuffel bij. Voor niets. Lucienne zegt wel eerst dat ze mij gaat knuffelen. Anders riskeert ze een pijnlijk manoeuvre van mij, zoals een ribbestoot of een dzjoef op haar bakkes.

Over de opkomst van peulvruchten etende charlatans

Op mijn weg terug naar huis kom ik voorbij het groentekraam van Jef. ‘Het moment van de tomaten, mensen. Vandaag aan de scherpste prijs. Pas op dat je er niet aan snijdt. Goed gewogen voor u. En de beste primeurs, recht van de veiling van Parijs.’

Naast hem staat zijn oudere neef George, bijnaamd ‘Den Hollander’. Omdat hij zo goed mensen om de tuin kan leiden. ‘Vijftien euro voor een prachtig boeket’, ‘Mooie roosjes, mensen’, ‘mevrouw, neemt ze mee, ze zijn levende vers, net zoals gij, mijn schat’.

Dan ziet hij mee: ‘allez, jeune homme, doe uw vriendin een plezier en geef ze een boeketje. Als zoon van een bloemist’. Ik weersta de verleiding niet om toch wat mee te nemen. Sjors is blij mij te zien. Het gaat niet zo goed op de markt. Op geen enkele markt, maar op deze is het niet anders.

“Waar is de tijd van uw opa hé? Toen was er nog goede commerce. Zeker bij de voeding. Met al die snob-clowns die boeken over ‘gezonde voeding’ schrijven. Er zijn er hier al die met de Voedselzandloper komen kijken wat ze wel en niet mogen eten. Jef verkoopt nu alleen nog peulvruchten, haha.’

Jef zelf kan er niet mee lachen en bromt ‘Al die charlatans tegenwoordig. Op eten besparen, dat is voor armen’. Een ogenblik later sta ik met een boeket in mijn handen. “Maar uwen opa was de beste commerçant van heel ’t stad. En de grootste vrouwenzot, hij deed ze allemaal, haha. Maar ge zijt een even groten charmeur hoor. Allez, doet de groeten aan moede de vrouw hé.”

Op televisie

Even verder draai ik de hoek om, de ‘mooiste winkelstraat van het land’ in. Ik bots meteen op een paar studenten met een camera. “We zijn een proefprogramma aan het maken dat misschien op VTM terecht komt. Mogen wij een paar vragen stellen?”

Natuurlijk heb ik ook geen bezwaar tegen een camera op mijn neus. In heel de straat hangen honderden camera’s, ik wordt dag in dag uit gefilmd door veiligheidsdiensten, wat zou een camera meer ertoe doen? En ik beloof plechtig niet te zwaaien of groetjes te doen aan familie en vrienden.

‘Dag mevrouw, wij zijn van het programma ‘Ook getest op mensen’ en wij hebben vraag: noem eens vijf dingen waar u het moeilijk mee hebt.”

Over mijn tevergeefse pogingen een man te zijn

Nog voor ik aan iets denk, schiet me al binnen: dat u mij mevrouw noemt.

Akkoord, ik zie er behoorlijk aantrekkelijk uit, ook voor mannen, en ik ben goed gekleed en gecoiffeerd door een dameskapper (omdat die goedkoper is voor heren). Mijn stem is bovendien lichter dan de meeste mannen en mijn gelaat vaak beter verzorgd.

Toch doe ik mijn uiterste best om mannelijk te zijn. Zo stimuleer ik voortdurend mijn baardgroei, hoewel het niet veel helpt. En ik heb ook alle boeken ‘for dummies’ over loodgieterij, politiek, voetbal, pornografie, levenskunst en koken gelezen. En probeer ze in de praktijk toe te passen. Ik probeer ook mijn nagels niet al te veel te (laten) verzorgen. En ik doe verdienstelijke pogingen sporen van jam, tandpasta, smeerkaas en spaghettisaus op hemden, dassen, truien en kousen achter te laten. Zelfs het gezelschap van mijn vriendin (die dan weer als ‘mijnheer’ wordt aangesproken) draagt niet bij tot erkenning van mannelijkheid.

Het liefst wil ik, ondanks mijn androgyne uitstraling, als ‘mijnheer’ worden aangesproken. Niet als ‘mevrouw’, of ‘madammeke’ (en varianten) of ‘juffrouw’. Ook niet als ‘jongetje’ (ik ben geen castraat). ‘Jeune homme’ kan er nog net door omdat dit soms ironisch bedoeld is. Natuurlijk is gewoon ‘Sam’ zeggen ook in orde.

Wij, vrouwen onder elkaar …

Desondanks is het in sommige situaties wel handig voor vrouw door te gaan. Daar hoef ik geen moeite voor te doen.

Zo belde ik vroeger in naam van mijn moeder naar school om ‘mijn zoon’ ziek te melden of in naam van ‘mijn man’ naar het werk. Bij call-centra stel ik me voor als mijn vriendin en helpt dat om sneller te weten waar ik sta.

Soms verzeil ik dan wel eens bij een klagerige telefoniste die uitkomt op ‘onder ons, vrouwen, gezegd en gezwegen, die chauvinisten, madame, daar hebben wij ons antwoord voor klaar hé. Alles went behalve een vent.’

Waarop ik dan zeg ‘dat is gesproken als een echte vrouw, madame’. En als ik bel naar de pizzeria doen ze vaak een inspanning meer voor een knappe vrouw aan de lijn. Tot ik mijn pizza kom afhalen. ‘Soigneer haar maar goed hé’ zeggen ze dan. En dat doe ik dan ook, door haar met smaak op te eten.

Gezellig thuis, zonder camera’s en volledig mezelf

Uiteindelijk slaag ik er tegenover de studenten met hun camera toch nog een paar andere, meer zinnige irritaties te produceren. En niet te gek over te komen. En mijn weg voort te zetten. Terug naar huis. Waar geen camera’s hangen, waar ik gezellig mijn kousen kan aandoen en gewoon mezelf kan zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s