“Freek is een autist, dat is niet gemakkelijk”

Hallo. Ik ben Freek. Ik ben autist. Je merkt dat niet zo snel aan mij, daarom vertel ik het.”

Natuurlijk bestonden er ook honderdvijftig jaar geleden al mensen die, bekeken met de ogen van nu, in neurologisch of gedragsmatig opzicht beschouwd moesten worden als mensen met een autismespectrumstoornis. Maar zo werd dat niet benoemd. Zo werd dat ook niet ervaren. Door de omstanders niet en door de betrokkenen niet.

In die tijd was er voor personen geen manier om zichzelf te interpreteren als autist. En het was niet mogelijk om met familie, vrienden en bekenden om te gaan op een manier die je kon karakteriseren en kon samenvatten onder het label “autist”.

Maar tegenwoordig is dit een respectabele manier om je plaats te vinden in de samenleving. Freek is een autist. Helder. Je weet in één keer waar je aan toe bent. Tenminste, als je voldoende geïnformeerd bent, en van Freek nog iets meer hoort over de specifieke variant binnen het autismespectrum waaronder hij valt. Freek is een autist, dat is niet gemakkelijk.

Maar het is tegenwoordig wel veel gemakkelijker voor hem om een autist te zijn. Het is ook veel gemakkelijker geworden voor hem om een autist is te zijn. Het is ook veel gemakkelijker geworden voor ons, zijn medemensen, om met hem om te gaan. Dat is pure winst.

Althans, dat zou je denken als je beseft hoe hard wetenschappers hun best doen om ons te helpen, om zo’n complexe stoornis als autisme beter in kaart te brengen.

Jan Bransen in ‘Laat je niets wijsmaken’ (Uitgeverij Klement, 2014)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s