‘Aan het verkeerde eind van de telescoop’

Ik was veertig toen ik mijn vrouw leerde kennen. Ze beschouwt zichzelf vrouw met autisme en al vlak na we elkaar leerde kennen vond ze dat ik het ook was. Ik zocht het op en stemde toe tot een diagnose. Niet alleen paste wie ik nu was in het profiel maar ik vond ook veel aanwijzingen voor autisme in de periode toen ik kind was.

Als kind was ik sterk in mezelf gericht, ik herinner me dat mensen me een zeer ernstig kind vonden  dat zelden lachte en dat altijd alleen bezig was. Ik hield er niet van aangeraakt te worden, en zeker niet om door vreemden gekust te worden. Zo werd er mee gelachen dat ik mijn hoofd al naar beneden drukte toen iemand ook maar aanstalten maakte om mij te kussen, waarna ze op mijn hoofd kusten.

In die tijd wilde ik uitvinder worden, of ‘gekke wetenschapper’, zoals op televisie. Maar ik had ook angstaanjagende nachtelijke ervaringen, met bizarre, onbeschrijflijke zintuiglijke percepties. Ik ervoer regelmatig wat men nu depersonalisatie noemt, het gevoel dat ik niet echt was of gevangen zat in een droomwereld of film.

Ik vluchtte in fantasiewerelden zoals stripverhalen lezen en tekenen. En ik was enorm kieskeurig voor wat ik at. In de periode voordat ik adolescent was, fantaseerde ik dat ik een robot was, met een aan/uit-knop, als een manier om met mijn slapeloosheid om te gaan. Ik was een van de  dwangmatige neuspulkers en ben dat tot op vandaag.

Hoewel in je neus peuteren niet meteen als een kenmerk van autisme wordt beschouwd, is dat wel anders met ‘zelf-stimulerend gedrag’. Ik denk dat in je neus peuteren wel een vorm van ‘zelf-stimulerend gedrag’ is, een manier om mezelf verbonden te voelen met mijn lichaam. Dat bewustzijn van mijn lichaam schoot en schiet bij mij tekort. Ik kreeg bij het opgroeien regelmatig verwarrende ervaringen van cognitieve dissonantie tercwijl ik naar mijn lichaam keek. Alsof ik door het verkeerde eind van een telescoop naar beneden was aan het kijken.

Jason Horsley in ‘Seen and Not Seen: Confessions of a movie-autist’ (John Hunt Publishing, 2015)

3 Comments »

  1. Vooral het stukje ”Maar ik had ook angstaanjagende nachtelijke ervaringen, met bizarre, onbeschrijflijke zintuiglijke percepties. Ik ervoer regelmatig wat men nu depersonalisatie noemt, het gevoel dat ik niet echt was of gevangen zat in een droomwereld of film.”
    staat mij nog heel erg bij uit de tijd dat ik tussen de 6 en 12 jaar was…
    Nog heb ik snachts dat ik half wakker, half slapende een heel bewuste verwerking, alsof de hele puzzel in elkaar valt.
    Bedankt voor het delen 😉

    Like

  2. Veel overeen komsten… maar ik hou wel rekening met mijn medemens. Heb dus geen moreel autisme zoals waarschijnlijk mijn ex wel heeft… heb daar veel onder geleden.Alleen al om het feit dat je met zo iemand geen relatie kunt hebben tenzij je jezelf helemaal weg denkt.Je voelt je erg aan getrokken tot elkaar je wil elkaar niet kwijt..maar omdat zo’n relatie uiteindelijk erg stress vol is en zeer ongezond moet je elkaar los laten wat ook weer erg pijnlijk is…wat zijn sommige vormen van autisme toch naar.

    Like

    • @Stella : ik denk dat er maar één vorm van autisme is, en daar kan van alles bij komen, zoals moeilijke persoonlijkheden, lastige karakters, een traumatiserend verleden … van ‘moreel autisme’ heb ik ook nog niet gehoord.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s