Als hij maar gelukkig is …

Ik herkende zeker een aantal autistische trekken, maar daar had ik tegen hem tot dan toe niets over gezegd omdat ik geen stempel op hem wilde drukken als dat niet nodig was voor hemzelf. Omdat hij het nu zelf vroeg, heb ik hem laten testen. De diagnose was heel duidelijk: hij had een autismespectrumstoornis.

Ons plaatje was plots compleet, de puzzel in elkaar. Plots begrepen we waarom hij in een volle zaal geen vragen durfde stellen en waarom hij geen aansluiting kon vinden met de leefwereld van zijn collega’s. Plots begrepen we waarom hij uren feiten kon zitten lezen op het internet en dat hij een wandelende encyclopedie geworden was. We zagen ook in waarom hij soms zo hypersensitief kon zijn. Geluiden, smaken en geuren raken hem veel sneller en intenser dan ons. De wereld moet heel druk voor hem zijn, want in feite is het bijna nooit stil voor hem.

Zelf zegt hij dat hij voortdurend van petje moet veranderen. Het ene moment is hij leider bij de jeugdbeweging en moet hij uitgaan van wat daar van hem wordt verwacht, het volgende moment is hij werknemer bij de supermarkt … Voor hem is dat continu switchen. Maar het vreemde is dat niemand van onze vrienden of familie hem hierin zouden herkennen als ze het zouden weten. Tegenover de buitenwereld lijkt alles perfect te lopen.

Ik las onlangs een artikel waarin stond dat moeders van kinderen met een autismespectrumstoornis hetzelfde ervaren als mensen die elke dag in een gevechtszone zitten. Ik voel het ook effectief zo aan. Ik moet non-stop op scherp staan. Elke ochtend word ik kwart voor zeven wakker, vanzelf, om te checken of hij wakker is, of hij gaat opstaan en op tijd op zijn werk zal geraken.

Als ik iets onthoud van dit alles, is dat we veel individueler moeten leren denken. Wat past voor het ene kind, past daarom nog niet voor het andere. Onze maatschappij is enorm gericht op presteren en op prestige. Veel ouders gaan zo met hun kinderen om (…)

Vandaag merk ik dat ik moeite moet doen om naar de punten van mijn dochter te vragen. Omdat het me eigenlijk niet meer interesseert. Als ze maar gelukkig is. Als ze alle drie maar gelukkig zijn. Mijn dochters en mijn zoekende zoon.

Fragmenten uit het verhaal van Kevin, één van de twaalf verhalen, uit Zoekende zonen: als twintigers het spoor kwijtraken van Inge Delva (Van Halewyck, 2015) dat de moeite waard is om te lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s