1000 vragen aan jezelf #1

1000 vragen aan jezelf

Intussen zijn er al een heleboel vragen van lezers (en geïnteresseerden) de revue gepasseerd in mijn mailbox. Waarvoor hartelijk dank. Ze hebben me geïnspireerd tot antwoorden, en hopelijk volgen er nog meer. Toch krijg ik ook mails van mensen die me vragen of het niet eens tijd wordt mezelf een aantal kritische vragen te stellen. Alsof ik dat nog niet genoeg doe, was het eerste wat me invalt.

Als ik dan vraag welke vragen ik mezelf zou moeten stellen, blijft het meestal mysterieus stil. Om met die stilte toch iets te doen, heb ik besloten meteen te gaan voor de 1000 vragen van Flow Magazine. Een tijdschrift dat ik niet kende, maar dat met zijn 1000 vragen-boekje heel wat bloggers aanzet tot een flinke brok zelfreflectie – of navelstaarderij, zoals u wilt.

Wees gerust, ik ga het niet teveel op mezelf betrekken, maar proberen open te trekken vanuit mijn autisme naar de wereld, wijd en zijd.  En opnieuw toch weer een kleine waarschuwing: mocht u zichzelf herkennen, laat dat touw links van u en die wilde kervel rechts en post uw gedachten (anoniem, zo u wil) op deze blog (als reactie of als mail). Wie weet kan het anderen inspireren tot een nieuwe en betere weg in hun leven.

  1. Met wie Kan je het beste opschieten?

    Die keuze is relatief gauw gemaakt. Met Roos, mijn lief(ste). We delen een aantal interesses maar vullen elkaar vooral goed aan.  Naast Roos kan ik behoorlijk opschieten met mijn ouders, wat een zeldzaam voorrecht lijkt als je verhalen van mensen met autisme over de worsteling met hun ouders leest of hoort. Ook met mijn autismecoach kan ik goed opschieten, met respect voor de nodige afstand. Verder ook met de kinesist waar ik langsga. Verder kom ik graag in contact met mensen binnen mijn vrijwilligerswerk. Eigenlijk zijn er weinig mensen waar ik regelmatig ontact mee heb die ik echt niet kan uitstaan. Ik kan namelijk heel moeilijk verbergen als ik iemand niet graag heb, en dat leidt al snel tot conflicten.

  2. Waar besteed je te veel tijd aan?

    Ik hou het niet echt bij, maar volgens mij gaat de meeste tijd naar ademen, wandelen, zitten, eten, drinken, naar het toilet gaan, slapen, mezelf wassen, afwassen, autorijden, bloggen, lezen, series kijken … en vooral met voor – en nadenken.

  3. Om welke grappen kun je heel hard lachen?

    Meestal is dat taalhumor, maar het kan ook iets zijn wat helemaal niet grappig bedoeld is, of waarmee lachen zelfs ongepast kan overkomen. Het gaat dan meestal om absurde situaties die ik vanop een afstand bekijk. De humor die andere mensen gebruiken kan ik meestal niet zo goed verstaan, of ik snap pas veel later wat ze eigenlijk bedoelden.

  4. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?

    Ik heb vaak het gevoel dat ik iets voor het eerst doe en als ik denk dat ik het al eens heb gedaan, dan is het veelal omdat ik het vooraf gedroomd of voorbedacht heb. Deze morgen ben ik bijvoorbeeld voor het eerst opgestaan, heb ik voor het eerst een douche genomen, ontbeten en mezelf aangekleed. Of zo leek het toch.

  5. Huil je makkelijk in het bijzijn van anderen?

    Dat gebeurt vrij zelden en mocht dat wel zo lijken, dan het is het omdat mijn ogen al eens tranen, bij temperatuurverschil of door een droge huid. Verder huil ik vrij gemakkelijk, denk ik. Het huilen staat me vaak nader dan het lachen.

  6. Waar bestaat je ontbijt uit?

    Meestal ontbijt ik met een bruine of volkoren boterham of twee (met natuurlijke rabarberjam), met twee koppen koffie met zoetstof en een potje magere fruityoghurt. Daartussenin neem ik mijn tien pilletjes voor ’s morgens.

  7. Wie heb je voor het laatst een kus gegeven?

    Mijn liefste heb ik voor het laatst een kus gegeven. Meer dan één kus zelfs. Het gebeurt niet zo vaak dat ik anderen kussen geef.

  8. Waarin lijk je op je moeder?

    Ik denk dat ik een aantal kenmerken van mijn moeder heb (naast kenmerken van mijn vader, en veel andere familieleden), waaronder piekeren en soms al eens (terecht en onterecht) dramatiseren van bepaalde zorgen en problemen en anderen zeggen dat ze geen zorgen moeten maken.

  9. Wat doe je als je ’s ochtends wakker wordt?

    Het eerste wat ik doe als ik ’s ochtends wakker wordt is uit bed komen en een oefening doen die ik leerde bij de kinesist om spieren los te maken, vooraleer de gordijnen en het raam open te doen, en een frisse neus te halen.

  10. Ben je een goede voorlezer?

    Ik lees voor mezelf en voor mijn lief voor, en ik denk het wel. Al kan het natuurlijk altijd beter. Ik heb enkele jaren geleden in een openbare bibliotheek ook voorgelezen voor kinderen van 8 tot 10, en die waren toch enthousiast.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s