Meer kop versus minder zorgen … autisme en verouderen

meer-kop

Mensen met autisme halen hun achterstand in als ze ouder worden. Er zijn zelfs aanwijzingen dat autisme beschermt tegen hersenverval. Zowel voor optimist als pessimist klinkt het artikel dat dit weekend in de Nederlandse NRC verscheen als een bevestiging.

Hoe oud mensen met autisme worden … voer voor twijfelachtige krantenkoppen

Vooreerst omdat autisme een achterstand inhoudt, en de kans die ‘ingehaald’ zou worden vrij klein is. Voor die zal zou wensen natuurlijk. Die kans lijkt volgens sommigen verbonden met hoe lang een autist leeft. Wie zoekt naar cijfers over de gemiddelde levensverwachting met autisme, wordt niet zoveel wijzer.

Het is dan ook veeleer voer voor twijfelachtige koppen dan voor goede artikels. Zo kopte een Britse krant vorig jaar dat weinig autisten de kaap van de veertig halen. Een Amerikaans magazine stelde dan weer dat mensen met autisme 18 jaar vroeger sterven van een gemiddelde mens.

Om het even of iemand met autisme nu over de hele lijn beperkt is (het vroegere ‘ernstig’), of eerder geconcentreerd op één of meerdere vlakken (het vroegere ‘licht’). De meeste andere bronnen stellen terecht dat het afhangt van de omstandigheden waarin iemand met autisme leeft, of de ondersteuning aangepast is en welke eigenschappen die persoon heeft.

De 85-jarige bankbediende met autisme … hij bestaat

Het positieve nieuws is dat er ook mensen met autisme zijn die behoorlijk oud kunnen worden. In de NRC opent het artikel bijvoorbeeld met de eerste man die ooit de diagnose autisme kreeg – de Amerikaan Donald Triplett. Triplett is 83 en zou geëvolueerd zijn van zwakzinnig tot universitair die werkt in een bank.

Meteen schiet mij de gedachte binnen dat ik nog niet alle hoop moet verliezen. Het is misschien geen droomjob, maar werken bij het bankkantoor om de hoek zou ik ook wel zien zitten. Zowel de werkuren, het salaris als het comfortabele interieur zinnen me wel. En, niet in het minst, ik zou er mijn preoccupatie, het tellen van bankbriefjes, naar harte lust kunnen uitoefenen. Hoewel er daar nu ook al machines voor bestaan, heb ik gezien. Als die Amerikaanse autist dat kan, moet ik dat ook kunnen, denk ik dan, enigszins naïef weliswaar.

Autisme bij medioren en senioren

Helaas is het vooruitzicht voor mij, net zoals voor veel mensen met autisme die verouderen, relatief somber. Zo citeert de NRC het boek Autism spectrum disorder in mid and later life dat het heeft over volwassenen met autisme die steeds vaker kampen met werkloosheid, depressies en angsten. Daarnaast citeert de krant de beschermingshypothese, die stelt dat hersenen van mensen met autisme minder snel verouderen. Waardoor, verhoudingsgewijs, de aanvankelijke achterstand ingehaald zou worden.

Aanvankelijk dachten bepaalde deskundigen in hersenen van mensen met autisme dat het net andersom was. Omdat de hersenen van de meeste mensen met autisme vaker onder invloed staan van angst, stress, depressie en eenzaamheid.  Bovendien leken een aantal mensen met autisme al problemen te hebben die met oudere hersenen geassocieerd worden, vooraleer ze zelf oud waren.

Tegenwoordig lijken de problemen op het gebied van werkgeheugen en andere executieve functies – die volgens de onderzoekers die deze hypothese aanhouden op de voorgrond staan bij kinderen en jongeren met autisme – op volwassen leeftijd vrijwel verdwenen.

Hersenen van mensen met autisme blijven langer ontwikkelen

Volgens Hilde Geurts, een van de onderzoekers die in de NRC aan het woord komen, is er een vermoeden dat mensen met autisme bepaalde cognitieve vaardigheden langer blijven ontwikkelen. Ook op het moment waarop de aftakeling bij neurotypicals al volop inzet.

Tussen hun dertigste en vijftigste jaar zouden mensen met autisme hun ‘achterstand’ inhalen en na hun vijftigste zou dat nog doorgaan. Sommige critici beweren dat neurotypicals vanaf die leeftijd dan ook ‘ouderdomsverschijnselen’ beginnen te vertonen. Niet toevallig worden ‘vijftigplussers’ in sommige kringen ook wel eens ‘jong bejaarden’ genoemd. Ik zou het zelf niet durven beweren, maar goed, het is maar hoe je het bekijkt.

Dat autisme beschermt tegen hersenverval is speculatief

Dat autisme beschermt tegen hersenverval zou volgens de NRC louter speculatief zijn, maar de krant wijst toch een aantal onderzoeken in de richting.

Zo is er een onderzoek naar cognitieve veroudering waaruit blijkt dat het werkgeheugen van ouderen met autisme vrijwel gelijk blijft, terwijl dat van niet-autisten achteruit is gegaan. Een Brits onderzoek zou een vooruitgang gezien hebben bij oudere mensen met autisme op vlak van het vermogen tot plannen en succesvol toepassen van strategieën. Ook het geheugen van ouderen met autisme zou minder achteruitgang vertonen. Al deze onderzoeken hebben echter gemeen dat ze met erg kleine onderzoeksgroepen werken.

Geen hersenplasticiteit maar eerder selectie-voordeel

Sommige neurowetenschappers beweren dat het te maken zou hebben met de verhoogde hersenplasticiteit van mensen met autisme. Door deze plasticiteit kunnen hersenen zich aan nieuwe situaties en ervaringen aanpassen. Onder andere door nieuwe verbindingen te maken tussen zenuwcellen of bestaande verbindingen te verstevigen. Het blijft twijfelachtig of dit werkelijk zo is.

Francesca Happé ziet niet zozeer een andere manier van verouderen van de hersenen met autisme. Ze ziet wel een evolutie in de selectie van de doelgroep voor hersenonderzoek. Die doelgroep bestaat nu, anders dan vroeger, uit mensen met autisme die hun sociale en communicatieve problemen beter kunnen compenseren. Ze zijn dus gewoon slimmer. Dat betekent natuurlijk niet dat hun autisme minder ingrijpend of minder beperkend zou zijn.

Sommige mensen met autisme meer hersenkracht tot compensatie

Het betekent wel dat heel wat mensen met autisme meer hersenkracht hebben om te compenseren. Of, met andere woorden, dat ze in staat zijn langer, tot eindeloos, te blijven worstelen met de wereld om zich heen. Of dat ze in staat zijn om blijvende oplossingen te vinden om zoveel mogelijk te beantwoorden aan eigen of andermans verwachtingen.

Alsof het een complex rekenkundig probleem is. Maar dan elke dag opnieuw, in elk gesprek en in elke poging om te achterhalen hoe het nu eigenlijk zit, wat de bedoeling nu eigenlijk is. Waardoor sommige mensen er uiteindelijk, na jaren intensieve training, wel iets of soms zelfs veel beter in worden.

Maar dat heeft op zich niets met autisme te maken. Ook mensen zonder autisme zouden mettertijd beter kunnen worden in het verstaan van (mensen met) autisme. Al blijft er op dat vlak nog veel werk te doen voor al die mensen zonder autisme. Trainen maar, zou ik zeggen.

Nu kopzorgen, straks koppositie / Julie Wevers in NRC, 28 januari 2017

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s