‘20% van de tijd aan beperkingen, 80% aan mogelijkheden’ … autisme en neurowetenschap

Mensen denken vaak dat je als persoon met autisme maar een bepaalde hersencapaciteit hebt en als het allemaal opgevuld wordt met plannen en algoritmes en passies, dat er geen ruimte meer over zal zijn om nog iets anders te doen.

Dat klopt natuurlijk niet. Er is geen onderzoek binnen de neurowetenschap bekend dat zoiets aantoont. Er is, volgens wat we weten uit het onderzoek van menselijke hersenen, geen begrenzing aan het aantal gebieden waarop je goed kan zijn. Dus is het belangrijk blij te zijn om de sterktes die er zijn en kansen te vinden om ze te ontwikkelen, en je niet ongerust te maken over onze herseninfrastructuur.

Het heeft ook geen zin ongerust te zijn dat het soort van activiteiten waar sommige mensen met autisme doorgaans veel tijd in steken – zoals videospellen of steeds dezelfde films of televisieseries bekijken – hun sociale omgang zou kunnen verhinderen of volledig verdringen. In sommige gevallen kunnen deze preoccupaties zelfs de weg zijn naar contact.

Zelf zou ik een goede balans aanraden van 20% van je dagtijd richten op het aanpakken van (veronderstelde) problemen en beperkingen en 80% dagtijd besteden aan (helpen) ontwikkelen van sterktes en talenten.

Gail Saltz in The Power of Different: the link between disorder and genius (Flatiron Books, 2017)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s