Wat ons tot mens maakt … autisme en mensbeeld

Wat maakt ons tot mens? Soms denk ik dat het wachten is. Er is geen mens die niet wacht. Op iets of op iemand. Het gebeurt zelfs vaak dat we niet weten waarop we wachten, of dat we überhaupt aan het wachten zijn. Tijdens dat wachten maken we plannen, voor later, of houden ons bezig. Zinvol of niet, in stilte of eerder onrustig en de stilte verstorend. Hoe je wacht, zegt misschien wel het meest over wie je bent.

Als ik ergens of op iemand moet wachten, hou ik me meestal bezig met het luisteren naar podcasts zoals ‘What makes us human?’ met Jeremy Vine op BBC Radio 2. Daarin komen mensen die slimmer zijn dan ik (en mogelijks ook dan u) uitleggen wat ons menselijk maakt. Wetenschappers, zakenmensen, muzikanten, religieuzen, economen, filosofen … geven hun kijk en bespreken die daarna met de sceptische presentator, met daartussenin een muziekje dat ze verkiezen. Sommige van de mini-essays verschijnen vervolgens ook in The New Statesman. Wat handig is om na te lezen.

Wat ons tot mens maakt, wordt, niet helemaal onverwacht, meestal ingevuld als een lofrede op ons kritisch en redelijk denken, diverse vormen van creativiteit, ons inlevingsvermogen, ons vermogen om te reflecteren over onszelf en anderen, ons geloof in de toekomst, zorg voor de (minder fortuinlijke) medemens, of als erkenning van geboden, ethische principes en de kardinale en andere deugden.

Een opvallende stem in die reeks, die het oneens is daarover, is de Britse bioloog Chris Packham, tevens bekend van zijn outing als persoon met autisme. Packham geeft in zijn schets van wat ons tot mens maakt meedogenloze kritiek op de vernietigende aanwezigheid van de mens op aarde. Hij gaat tevens dieper in op zijn anders-zijn, de ontdekking dat hij autisme heeft, een neurologisch anders-werkend brein noemt hij het, en de energie die hij vond bij dieren en bij punkmuziek.

Wat mensen typeert, is hun toxische (zelf)vernietigingskracht, stelt Packham in zijn mini-essay. ‘We staan niet alleen minachtend tegenover het verleden, tegenover mensen die anders-zijn maar ook tegenover de toekomst. Wat ons geen andere uitweg lijkt te geven dan alles wat er is op te branden en ons te wentelen in een destructief posthumanisme’. De mensheid zal vermoedelijk wel blijven bestaan, stelt Packham. Daarvoor zijn we volgens hem te slinks, maar de wereld waarin dat zal zijn, zal volgens Packham onvoorstelbaar onbewoonbaar zijn. ‘Wat ons menselijk maakt, is misschien ook wel verstand en creativiteit’, erkent hij, ‘maar maakt het ons zoveel beter dan anderen, zoals dieren? Chris Packham vindt alvast van niet, en houdt duidelijk meer van dieren dan van mensen. Ook al houdt ik ook erg veel van mensen die veel van dieren houden.

Ook de econoom en activiste Noreena Hertz vindt dat wat ons menselijk maakt helemaal niet draait rond onze redelijkheid, inlevingsvermogen of dergelijke.  Anders zou het onmogelijk te verklaren zijn wat we doen en deden, welke producten we gebruiken of welke beslissingen we de hele dag door nemen.

Nee, volgens Hertz is onze irrationaliteit wat ons menselijk maakt. Ons leven wordt bepaald door de kleuren die we dragen en die we zien bij anderen, de naam die we hebben of delen, onze stem, wat we gegeten hebben bij het ontbijt, hoeveel we geslapen hebben, of onze favoriete voetbalploeg gewonnen of verloren heeft. Ook de manier dat informatie wordt aangeboden, onze emoties van het moment en onze fysieke gezondheid bepalen wat we doen of laten.

De keuzes die we maken in ons leven worden dus hoofdzakelijk bepaald door wat er ogenschijnlijk niets mee te maken heeft. Wat ons slim maakt, is de mate dat we ons bewust van wat ons beïnvloedt en deze invloeden voortdurend kritisch onderzoeken. Ook de mate dat we af en toe ook een informatiesabbat inplannen, kan ons menselijker maken. Minstens een dag zonder informatie, offline of online, een dag waarop onze smartphone, tablet of computer uit is en ergens weggestopt is. Een dag waarop we onbereikbaar zijn, tenzij voor mensen die heel dicht bij ons staan.

Tot slot bleef ook de kijk van Francis Fukuyama bij, de Amerikaanse socioloog en filosoof, bij mij hangen. Fukuyma is onder andere bekend als de man die het einde van de geschiedenis aankondigde. Wat ons als mensen typeert, stelt hij, is de Griekse term Thymos, die Fukuyama haalt uit De Staat, een van de bekendere publicaties van de Griekse filosoof Plato. De term wordt in het algemeen genoemd wanneer we ons niet gerespecteerd voelen, door een denigrerende blik of een bepaald woord dat ons verontwaardigd.

Dat verlangen om even-waardig gezien te worden leidt ons allen, van Vladimir Putin tot de bloemenverkoopster op de markt die zich opwindt dat ze als man vast al een bloeiende bloemenzaak had gehad. Dat verlangen, zegt Fukuyama, heeft niets te maken met iets zweverig, maar heeft integendeel veel van doen met (een tekort aan) iets chemisch, met name serotonine.

Of het nu toxiciteit of irrationaliteit die ons als mens kenmerkt of een chemische stof die ons verlangen tot gelijkwaardigheid stuurt, dat wachten blijft volgens mij toch een rode draad. De mens die niet wacht, of niet kan wachten, wordt in het beste geval scheef bekeken, en in alle andere gevallen berispt of onmenselijk onvolwassen genoemd. Of dat nu wachten is op ons verdiende loon, onze beurt om onderzocht te worden, om te betalen aan een of andere kassa, of tot dat beloofde ondersteuningsbudget er eindelijk komt … hoe zinlozer het wachten lijkt, hoe giftiger onze gedachten, hoe irrationeler we gaan handelen en hoe verontwaardigder we ons voelen.

1 Comment »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.