In beweging gaat ’t vooruit … autisme en bewegen

Lange tijd heb ik een gloeiende hekel gehad aan bewegen, spel waarbij beweging vereist was en sport in het bijzonder. Zeker als het sport of spel in groeps – of competitieverband was. Dat laatste is tot nu toe niet veranderd.

Bewegen doe ik sinds enkele jaren wel meer. Het zou, toch volgens EOS,  immers goed zijn voor van alles. Zoals de trap nemen in plaats de lift, te voet inkopen doen en regelmatig een langere wandeling maken. Op die wandeling heb ik dan ofwel gezelschap van mijn liefste of ik heb mijn oortjes op met een of andere podcast of luisterboek. Zo kom ik nog eens buiten, ontmoet wel eens onverwachts sympathieke mensen en stoot op vondsten zoals een brief, een hoop geld of een verloren smartphone.

De opzwepende sfeer in een voetbalstadion

Passieve sportbeleving, naar sportende mensen kijken, is al helemaal niet mijn dada. Ik heb moeite om mezelf voor te stellen waarom er überhaupt mensen zijn die zich bij televisiesporten zoals wielrennen, voetbal, tennis en basketbal betrokken voelen, laat staan zich opwinden.

Tijd besteden aan kijken naar pakweg de Ronde van Vlaanderen, veldlopen of een voetbalmatch, een partij tennis tussen heren of dames, een wedstrijdje basketbal, of een ijshockey treffen op de televisie, daar denk ik niet aan. Puur tijdverlies, vind ik. Tenzij je intussen iets anders doet, bijvoorbeeld fietsen op de hometrainer, strijken, afwassen, haken of breien …

Bij de opzwepende sfeer in een voetbalstadion, langs de kant van de weg staan supporteren bij een wielerwedstrijd of veldlopen … daar kan ik me daarentegen wel iets voorstellen, en dat enthousiasme versta ik. Daar is zoveel meer aan te beleven dan gewoon kijken naar de sport. Je moet er dan helaas wel de stank van gebraden vlees, alcohol, sigaretten en onhygiënische mede-supporters bij nemen.

Sportcommentatoren, een ras apart

De meeste sportcommentatoren kunnen me bovendien vreselijk ergeren om hun bizarre uitspraken en vaak cynische levenshouding.  Als ze niet gewoon leuteren, zijn ze voer voor psychologen of een grotesk voorbeeld van overdreven enthousiasme. Op bepaalde periodes in het jaar zijn ze ook meesterlijk bedreven in het zendschema en mijn routines verstoren. Zeker ’s zomers zit er voor mij weinig anders op dan terug te vallen op dvd’s of buiten een boek te lezen.

Omdat ik een allergie heb aan water, en een zwembadfobie heb, probeer ik ook alle watersporten te mijden. Dan nog liever een namiddagje sportvissen, aan een vijver in een bos. Daar zit ik veilig aan de rand, en kan ik in mijn hoofd allerlei ideeën laten spelen. Zonder iets boven te halen weliswaar. Het idee een scherpe haak in dat tere snoetje van die vis te steken vind ik namelijk vreselijk. Het enige dat me tegenhoudt om nog te vissen is de angst om een lijk of een partij gedumpte drugs op te halen.

In mijn jeugd geprobeerd aan te sluiten bij een sportclub

Desondanks heb ik in mijn jeugd wel geprobeerd om aan te sluiten bij een sportclub. Dat was, bij gebrek aan beter, een voetbalclub. Dat kwam zo: op school was er een voetbaltornooitje en om een of andere reden was ik erin geslaagd om enkele keren die bal in de goal van de anderen te schoppen. Dat had eerder met mijn talent om te schoppen (zowel naar de bal als naar de andere spelers) dan met mijn voetbaltalent te maken.

Zowel de turnleraar als de voetbaltrainer hebben mij meermaals uitgelegd dat het niet de bedoeling was om ter vlugst met een rode kaart van het veld te worden gestuurd, maar als je het spel niet goed snapt is schoppen (of bijten) het beste dat je kan doen, vond ik toen. Jaren later merkte ik dat sommige topvoetballers hetzelfde inzicht hadden.

Vreselijk ingewikkelde regels die voortdurend veranderen

Om welk spel het ook ging, ik vond het vreselijk hoe ingewikkeld die regels in elkaar zaten en hoe vrij ze tijdens het spelen geïnterpreteerd werden. Niemand leek er zich aan te houden of ze veranderden voortdurend.

Zeker als er een bal bij te pas kwam, leek het spel een ordeloos geheel. Iedereen loopt elkaar, neemt de bal, schopt of gooit hem ergens heen, begint opeens te juichen (of triest te zijn) en dan begint alles weer opnieuw. De logica daarvan ontging me volledig.  Het leek me duidelijk dat die spellen of sporten niet aan mij waren besteed. Dat was bij de  anderen heel duidelijk, getuige de ploegenvorming, waarbij ik altijd als laatste overbleef. Ook al omdat ik competitie om de competitie een heel bizarre ingesteldheid vond en vind.

Ik vroeg me ook af wat de beloning mocht zijn. Tenzij  een puntenscore voor het vak ‘lichamelijke opvoeding’ zag ik er geen. De naam alleen al van dat vak leek me heel erg vreemd en betuttelend. De ‘opvoeding’ leek vooral uit het adagio ‘oog om oog, tand om tand’ te bestaan. In elk geval interesseerde de bal (of een ander speelobject) mij meer dan het spel. Hoe die bal aanvoelde, de naden waar ik aan prutste, de letters en de kleuren,  de geur van de bal, en hoe hij draaide, op een vinger of in de hand.

Helemaal niet zo erg naar de kant te worden gestuurd

Ik vond het ook helemaal niet zo erg om in de turn – of zwemles naar de kant te worden gestuurd. Daar voelde ik mij het meest op mijn plaats. Ik kon er wegdromen, een eventuele vervangende taak maken of gewoon een boek lezen. Alleen mijn beste vriend Renzo, van Italiaanse komaf, wist het nog beter te doen, door de hele zwemles door te drijven. Terwijl de anderen zich uitsloofden om toch maar de eerste te zijn. Zalig gewoon!

De voorbije jaren meer gaan bewegen

De voorbije jaren ben ik stilaan meer gaan bewegen. Louter in noodzaak, omdat de kans dat ik op een bepaald moment zou doodvallen veel groter leek te worden. Vroeger zou ik dat weggelachen hebben, maar als je liefste je zegt dat ze je veel te graag ziet om al meteen af te geven doet dat toch iets. Sindsdien doe ik ’s morgens en ’s avonds lichte spieroefeningen om lenig te blijven, ga ik twee keer per week aan een flink tempo wandelen (waarbij ik sommige joggers voorbij steek), en heb ik opgezocht welke sport er verder bij mij zou passen.

Een zoektocht  naar een geschikte sport: de BBC Sports-test

Natuurlijk is beweging alleen niet zaligmakend. Ook erop letten dat ik niet meer calorieën inneem dan dat ik verbrand, helpt om het een en ander weer in evenwicht te brengen. De zoektocht naar een geschikte sport, leidde me naar duizend-en-één testjes op het internet,

De meest zinnige maar ook de grappigste (Engelstalige) test vond ik op de website van de BBC, de Britse openbare omroep. Met een twaalftal vragen peilen ze naar uithoudingsvermogen, pijntolerantie, vinnigheid, competitiviteit, lichaamsbewustzijn, coördinatievermogen, aandacht en vertrouwen in anderen.

Enkele vragen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: Schreeuw je het uit of spot je met pijn? Ben je eerder een olifant dan een kat? Als je een curry was, hoe heet zou je dan zijn? Ben je een verstrooide professor of eerder gericht als een laserkanon? Ben je een dunne knapperige pizza of een dikke korst met extra kaas? Ben je een luipaard of eerder een luiaard? Enzovoort.

Het resultaat na al dat gevraag bestaat uit drie sporten die het best bij je passen en drie waar je misschien beter niet aan begint. Lopen, jeu de boules en snookeren zouden mij het best liggen. Terwijl ik me volgens de BBC-test best niet zou wagen aan rugby, toestel-turnen en boksen. Dat laatste ben ik nog niet zinnens, en dat eerste doe ik al min of meer. Een sport die echt voor mij geschikt is, bestaat er volgens mij dus niet.

Op zoek naar de meest geschikte beweging … de bewegingsdriehoek

Voorlopig hou ik het bij matige maar regelmatige beweging, zoals gevisualiseerd in de Bewegingsdriehoek.  Het doel daarvan is vooral sedentair gedrag te vermijden. Basis daarbij is dat elke stap telt, en elke 30 minuten even rechtstaan ook al een niet te onderschatten verschil maakt. De meeste mensen, zeker de werkenden, overschatten immers hun dagelijks bewegen. Als het op bewegen aankomt maakt het meeste werk mensen ziek.

Daarnaast probeer ik elke dag licht intensief te bewegen, zoals af te wassen, staand te bellen, zoveel als mogelijk te stappen enzovoort. Om de paar dagen probeer ik ook matig intensief te bewegen, zoals (niet elektrisch) te fietsen, een sprintje te doen naar de volgende hoek van de straat enzovoort.  Twee keer per week doe ik ook aan hoog intensieve beweging, zoals stevig doorstappen op de loopband of een lange wandeling door het bos of langs het strand. Het voornaamste is natuurlijk gewoon minder lang te zitten, de rest is mooi meegenomen.

Tot slot: wat ik vandaag doe aan beweging

Vandaag bestaat mijn beweging er bijvoorbeeld uit om boodschappen te doen, en te supporteren voor de wielrenners van de UCI Paracycling die langs ons huis stuiven. Zo kom ik ook nog eens uit mijn comfortzone. Daarnaast ben ik vandaag weer een tijdje zoet met het verzamelen, verknippen en digitaliseren van mijn voorraad tijdschriftartikels. Zodat die volgende week met het oud papier meegegeven kunnen worden, en plaats ruimen voor iets anders. Zo leidt dat bewegen toch nog tot iets zonder dat er competitie aan te pas moet komen.

1 Comment »

  1. Autisme en bewegen… ikzelf heb sport altijd gehaat, tot in de toppen van mijn tenen.
    Alleen dat de kans bestaat dat er lichamelijk contact kan zijn.. om van te gruwen.
    Ik was dus niet de beste vriend van de leraar lichamelijke opvoeding in het middelbaar. En die vergastte mij elk jaar op een vakantiewerk voor lichamelijke opvoeding …
    Om sport nog méér te haten. Veel later nog staan babbelen met Cedric Van Branteghem, die was duidelijk wel goede maatjes met de zelfde sportleraar. Zou ik geloven, dus.

    Later kreeg ik een hond. Dat is wel gezond. Dan moet je elke dag wandelen. En dan babbel je eigenlijk wel veel, met je hond, met jezelf. Neen, voor mij geen muziek in mijn oren op wandel, want dat leidt me af van mijn gefilosofeer.

    Op een dag zei een psychologe van een beroepsoriëntatie me terloops nog dat ik me moest aansluiten bij een wandelgroep, want wandelen in groep zou beter zijn. Omdat je dan ook wel eens tegenspraak krijgt. Uit je eigen cirkeldenken onttrokken wordt.

    Ik heb er veel later nog eens aan teruggedacht, toen iemand van een groep die ook wandelde me zei dat ik mee moest komen met hen. Alleen, Ik dacht niet dat ik hun afstanden aankon. 20 à 25 km, dat vond ik toen te ver.

    Ik ben mee geweest. En kreeg de smaak te pakken. Ik ga nog alleen wandelen, en dat vind ik op zich niet erg. Alhoewel ik de gesprekken over allerhande onderwerpen onderweg, telkens zonder vooroordelen, ook wel mis. Waar ik wel tegen op zie, is het alleen ergens aankomen.

    Wandelen is dus niet alleen goed voor de bloedsomloop, zoals ze zeggen, dus tegen hart en vaatziekten en beroertes, maar ook voor het hoofd. Wandelen kan dus iedereen. Neen, heus niet iedereen moet 25 km wandelen, maar als er een groep voor mensen met autisme zou zijn die wandelingen zou organiseren, dan zou ik mij zeker willen inzetten.
    Zelfs al was het maar een wandeling van 5km zijn, als we daarna maar lekker als groep kunnen samenzitten bij een goed drankje, of een pannenkoek, of iets anders, en gewoon verder babbelen.
    Wandelen, de gezondste sport, voor lichaam én geest.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.