Mijn beste kant, een verborgen mysterie … autisme en talenten

Heb je er wel eens over nagedacht wat jouw ‘beste kant’ is? Telkens er een stukje tekst of interview van mij verschijnt in een tijdschrift, krijg ik die vraag. U denkt misschien dat ze interesse hebben in mijn talenten. Meestal is dat niet het geval. Om een of andere reden lijkt er bij elk stuk van enige omvang een foto te moeten. Liefst paginagroot, allerminst flatterend en confronterend op de koop toe.

Als het even kan, weiger ik. Met meer dan gegronde redenen, vind ik. ‘Onze lezers willen nochtans graag zien wie er achter de tekst zit’, klinkt het dan. En of ik dan iets te verbergen heb? Natuurlijk heb ik van alles te verbergen. Mijn eerbaarheid bijvoorbeeld. Overigens, wie denkt er echt dat je aan de foto van iemands lichaam iets meer weet over de auteur van een tekst? Ik kan moeilijk geloven dat er zulke mensen bestaan. Ik behoor er alvast niet toe. Het bevordert zeker niet mijn lust om verder te lezen als ik bij een artikel de foto van de schrijver of schrijfster zie staan met een blik van ‘wat doe ik hier in godsnaam?’.

Dat een schrijver een naam moet hebben, daar kan ik nog in volgen. Het is immers niet zo eenvoudig een boek of tijdschrift, of ander document te ‘ontsluiten’ (te archiveren naar inhoud en vorm) als je geen auteursnaam hebt. Daarom hoef  je jouw eigen naam nog niet te gebruiken. Dat is wat mij betreft nergens voor nodig, zolang degene die je uitbetaalt weet welke naam er bij je bankrekening hoort. Als je een boek of artikel schrijft rond autisme, doe je er volgens mij zelfs beter aan om een schuilnaam te kiezen. Tenzij je, zoals ik, niet van plan bent om in algemene tijdschriften of kranten te komen, of als je een organisatie of titel hebt die shitstormproof is.

Het gebeurt minder dan vroeger maar sommige redacties van tijdschriften vragen ook nog mijn geboortejaar of leeftijd. Ik neem die vraag bijna nooit ernstig en plak er een getal op. Wie mijn artikelen volgt, zal wellicht gemerkt hebben dat mijn leeftijd flink schommelt. De ene keer ben ik 46, een andere keer 33, dan weer 62, soms 27 maar evengoed 41. De waarheid ligt, zoals bij iedereen, in het midden. Of in het oog van wie mijn leeftijd schat.

Meestal denken mensen dat ik net geen 30 jaar ben. Dat jonger geschat worden dan je bent, zou bij mensen met autisme vaker voorkomen. Alleen als het echt moet, om administratieve redenen, vul ik netjes mijn biologische geboortedatum in. Maar ook dat verandert stilletjes aan. Zoals het eenvoudiger is geworden je gender of je naam te veranderen, zal het in de toekomst ook voor meer en meer mensen mogelijk worden een leeftijd te kiezen die dichter bij de realiteit ligt. Voor sommigen is die biologisch, voor anderen is die psychologisch en dan zijn er natuurlijk altijd wel mensen voor wie leeftijd louter esthetisch is.

Voorlopig hebben media dus alleen nog een rigide houding als het gaat over foto’s. In het beste geval wordt daar een fotograaf voor ingehuurd. Of iemand die minstens wat kent van fotografie. Jammer genoeg blijft het vaker bij een smartphone van een goedkoper merk. Die mij dan snel even voor mijn boekenrek duwt en een kiekje trekt.

Gelukkig zijn er media die geld over hebben voor een fotograaf die zijn of haar vak kent. Soms vragen die dan naar mijn beste kant. Dat zou mijn linkerkant moeten zijn, zoals bij de meeste mensen. Ook al ben ik daar zelf nog niet uit. Mijn beste kant, dat wisselt volgens mij sterk, zelfs naargelang het moment.

Ik twijfel dan ook heel erg als ik de vraag krijg naar mijn sterke kant. Soms is het mijn linkerkant, maar soms ook mijn rechterkant. Soms mijn boven -, en af en toe ook mijn onderkant. Soms mijn buiten – maar wellicht vaker mijn binnenkant. En als die beste kant binnenin is, is het dan die kant van recht door zee en (te) eerlijk, of net die kant van beleefd en tactvol, over eieren lopen om geen potten te breken. Is het de zwijg – of net de spraakzame kant? Nee, ik ben er nog lang niet uit.

Wat ik wel weet, is dat mijn beste kant zich, om een of andere reden, in sociale omgevingen verstopt. Ik probeer die dan zo goed en zo kwaad mogelijk te simuleren, maar ergens binnenin lacht mijn beste kant dat het nergens op lijkt. Pas in stilte en in opperste concentratie, ongestoord en zonder bemoeienis, toont zich mijn beste kant. In alle andere gevallen toon ik in het beste geval een afkooksel, en anders gewoon mijn onhebbelijkheden, al de andere kanten.

1 Comment »

  1. Het menselijk lichaam is inderdaad niet symmetrisch. De ene kant is wat meer ontwikkeld – breder – dan de andere.
    Meestal toont men mensen licht in profiel, zodat men de “brede” kant naar achter kan zetten en optisch een symmetrisch gezicht krijgt.
    Uw fotografisch beste kant is dus de smalste. Zo maakt men van jou dat meer flatterend is.

    Over je andere beste kant, tja je talenten hou je beter verborgen voor anderen. Als jij die zelf kent, en op tijd en stond weet te gebruiken wanneer het jou best past, heb je al een heel groot talent op zich. Immers, als anderen ook kennis hebben van jouw talent, zouden ze daar maar al te graag gebruik van maken wanneer het jou niet past, en dan wordt gebruiken eigenlijk misbruiken.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.