Alles behalve een telefoontje … autisme en telefoneren

Alles behalve telefonisch, laat ik vaak weten als een contact, een dienst of organisatie mij vraagt hoe ik het best bereikbaar ben. En als het dan toch telefonisch moet, het liefst met een sms’je vooraf om te laten weten dat ik binnen x minuten gebeld wordt.

Soms krijg ik de keuze om aan te geven hoe ik het liefst gecontacteerd wordt, maar dat gebeurt zelden. Meestal kiest de dienst of organisatie voor mij, en lijkt ze telefoneren of langskomen als de beste optie te beschouwen, gevolgd door communicatie per brief.

Dat laatste, een brief, vind ik trouwens al even spannend als een telefoontje krijgen. Alleen al het logo van een organisatie op een enveloppe in mijn brievenbus zien, kan mij zo beroeren dat mijn dag voor de rest onleefbaar wordt van de stress. Meestal duurt het enkele uren vooraleer ik heb kunnen lezen wat erin staat, en soms dagen vooraleer ik het begrepen heb. Het helpt me soms om de brief te scannen en lijn per lijn te ontcijferen, maar soms ben ik zo opgefokt voor de inhoud ervan dat ik het door iemand anders moet laten lezen.

Het is opvallend, vind ik, dat er daar weinig onderzoek over bestaat. Het lijkt of veel mensen, bedrijven, diensten, organisaties nog niet op de hoogte zijn om te communiceren via kanalen die veel doelmatiger zijn en minder angst oproepen dan telefoneren of een gesprek onder vier ogen.

Wie er wel van alles over denkt te weten, verkondigt een overweldigend negatief verhaal over scherm – en internetgebruik en de verarming van sociaal contact door sociale media. Over de (onaangename) psychologische impact van telefoneren of face-to-face communicatie wordt meestal met geen woord gerept.

Mijn ervaring is voornamelijk andersom, namelijk dat sociale media en gebruik van schriftelijke communicatie eerder meer geluk en vriendschapskwaliteit brengen. Als je je tenminste niet blindstaart op mensen die zich op sociale media wegstoppen achter hun ideaalbeeld. Bij de mensen die ik volg op sociale media, valt dat goed mee. Zij laten ook al eens weten dat het niet goed gaat, of dat ze weer eens tegen dezelfde muur aanlopen.

Telefonische contacten daarentegen staan voor mij in de eerste plaats synoniem voor angst. Ik heb een smartphone, maar gebruik het ding amper om te telefoneren. Voor een stuk komt dat door het onverwachte karakter, maar ook door de moeilijker interpretatie en de snelheid van de communicatie. Zelfs als ik het gesprek voorbereid, gebeurt het nog vaak dat het op een of andere manier verkeerd loopt. Het gebeurt vaak al bij de aanspreking dat ik niet meer uit mijn woorden raak. Ook al heb ik in meerdere vormingen en opleidingen geleerd ‘professioneel’ en ‘assertief’ te telefoneren.

Jammer genoeg volgt de andere kant niet altijd even goed mijn telefoonscript. Op een of andere manier valt iemand mij tijdens een gesprek lastig, besluit iets in mijn huis net op dat moment van een kast of muur te vallen, er van alles pijn begint te doen, of belt net op dat moment de buurvrouw aan, moet ik precies in het midden van het gesprek hoognodig plassen. Aan de andere kant kan het zijn dat de lijn plots wegvalt, er een bijna eindeloos wachtmuziekje speelt, dat ik meerdere keren word doorverbonden en dan terug bij de onthaalbediende belandt.

Er zijn uiteraard mensen waar ik wel graag mee aan de telefoon hang, of een gesprek voer. Omdat ze goed kunnen telefoneren, een aangename stem hebben, of omdat we een goed gemeenschappelijk ritme vinden. Net zoals ik ook graag sommige mensen in levenden lijve zie, ‘in het echt’. Maar als het even kan, probeer ik, zeker als het gaat om mensen die mij niet goed kennen, probeer ik dus een telefonisch contact te vermijden.

Zo maak ik mijn afspraken (bij diensten of artsen) digitaal en probeer ik zoveel mogelijk via chat in contact te komen met anderen, bedrijven of organisaties. Als het echt niet anders kan, ga ik langs, maar het liefst van al zou ik alles online regelen. Met een echte mens weliswaar, geen kunstmatig intelligent softwarewezen dat in rondjes blijft draaien, zoals bij veel online verkopers. Net daarin wil ik liever terug naar vroeger, toen er nog echte mensen met kennis van zaken en communicatie bereikbaar waren. Hoewel vroeger altijd wel een beetje vandaag en zelfs morgen is.

6 Comments »

  1. Al ben ik 81 jaar geworden, hoor ik heel slecht, en maak gebruik van hoorapparaten. Dat verklaart niet de hekel en tegenzin om te telefoneren. Een klassieke mail gebruik ik het liefst als communicatie middel.Dat is en was altijd zo.

    Geliked door 1 persoon

  2. Wat herkenbaar! Ik heb een hekel aan telefoon en ook geen smartphone. Ik had een ouderwetse nokia 3310 maar die kan ik niet meer gebruiken en dus moest ik een wat meer geavanceerde.
    Vroeger heb ik telefoon gedaan op het werk. Op een grote afdeling. Dat was voor mijn diagnose. Dan zat ik met een hand over mijn oor en de andere met een hoorn van de telefoon te proberen een telefoongesprek te voeren. En dat script kwam natuurlijk nooit uit de verf. Ik werkte voor een zorgverzekeringsmaatschappij en moest altijd eerst de gegevens noteren, de klacht, het vervolgens opzoeken en narekenen – ik kan niet hoofdrekenen in gezelschap of aan de telefoon -, uitschrijven en dat oplezen terwijl ik terugbelde naar de klant. Niet te doen en ik had ook heel veel last van ziekmeldingen en uitvallen.
    Ik hoefde godzijdank geen telefoon meer te doen maar er is nog veel meer om als autistische werknemer tussen ‘normale’ mensen je nek over te breken want ik zit na 3 jaar weer thuis…
    Maar dit is zeer herkenbaar!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.