‘Werkt schrijven voor jou therapeutisch?’ … autisme en schrijven

Foto van Kaitlyn Baker op Unsplash

Het is druk in mijn mailbox als het gaat over vragen, zowel praktisch als meer filosofisch. Het kan dus zijn dat het iets langer duurt vooraleer je antwoord krijgt als je een mail stuurt. Toch hou ik eraan iedereen die mij mailt een betekenisvol antwoord te sturen.

Marthe stuurt me de vraag of schrijven voor mij therapeutisch werkt, en of dat al dan niet een vervanging zou zijn voor traditionele psychotherapie. Het is een vraag die ik vaak krijg, en ik vind het een interessante vraag. Ik merk dat sommige autistische schrijvers deze vraag vervelend vinden. Misschien zegt dat meer over hun houding tegenover therapie. Ik denk dat het ervan afhangt, van wat je bedoelt met therapie, en wat je bedoelt met ‘werken’. Schrijven is voor mij een activiteit, een soort werk dat leidt tot een eindresultaat, dat ik vervolgens via een of andere weg publiceer. Als iets therapeutisch werkt voor mij, dan geeft me dat een goed gevoel, een gevoel van tevredenheid of een geluksgevoel.

Schrijven op zich kan therapeutisch zijn, maar beslist niet alle facetten van schrijven geven evenveel voldoening. Zo is het bedenken, verkennen, formuleren en op punt stellen van een tekst zeker iets dat ik graag doe. Het kan goed doen om iets dat in mij broedt op papier te krijgen. Ik kan weliswaar gefrustreerd zijn dat wat op papier staat slechts een extract is van wat ik in gedachten had, maar toch lucht het wel eens op een tekst te schrijven.

Er zijn natuurlijk ook minder therapeutische elementen van het schrijven. Zo heb ik niet altijd even goede ervaringen met het delen van mijn teksten. Soms geeft dat energie, maar soms is dat veel minder positief. Als schrijver moet je ermee om kunnen dat niet iedereen je tekst kan lezen, verstaan of begrijpen. Er zijn altijd wel mensen die het liever anders geformuleerd zien, die vinden dat er een bepaald woord teveel of te weinig voorkomt in mijn tekst, die vallen over bepaalde termen, of een bepaalde alinea. Sommige reacties doen mij wel eens van mijn stoel vallen, in schaterlach uitbarsten of geven mij zin om een messcherpe reactie terug te sturen. Dat laatste probeer ik te vermijden. Dat leidt alleen maar tot zinloze polemieken, heb ik gemerkt.  

Net zoals andere activiteiten kan ook schrijven minder leuke neveneffecten geven. Zo krijg ik er wel eens hoofdpijn, buikpijn en koude vingers van. Zeker als ik schrijf met bepaalde voorwaarden, zoals een beperking op vlak van woorden of een bepaald thema. Waarschijnlijk komt dat omdat ik graag heb dat een tekst perfect is. Dan voelt een tekst af hebben wel eens alsof ik een marathon heb gelopen of een berg heb beklommen.

Schrijven zie ik alvast niet als therapie op zich, of vervanging van andere therapieën die ik volg, zoals psychotherapie. Het is zeker niet omdat ik regelmatig psychotherapeutische gesprekken voer met een psychiater dat ik minder of meer geïnspireerd of geneigd zou zijn om te schrijven. Misschien zou dat anders zijn mocht ik een schrijfatelier of therapeutische schrijfgroep volgen. Wat mij wel beïnvloedt om te schrijven, zijn hevige emoties, zoals blijdschap, boosheid of hevig verdriet. In geval van die emoties ligt mijn schrijven, zeker om te publiceren, stil. Voor mij zijn deze emoties immers te overweldigend om nog in staat te zijn verder te schrijven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.