Het stille kompas dat nooit voor iedereen wees … autisme en sociale regels

(c) Sam Peeters, 2026

Waarom expliciete regels geen bedreiging zijn voor onze cultuur, maar een stap naar rechtvaardigheid

Er klinkt tegenwoordig geregeld de klacht dat ‘we niets meer mogen zeggen’. Filosoof François Levrau analyseerde dit gevoel gisteren, 18 april, in de krant De Standaard, in een laat opinieartikel, naar aanleiding van Wereldautismedag. Zijn diagnose: het gedeelde culturele kompas is verzwakt. Maar als autistisch persoon lees ik dat artikel heel anders. Want voor wie wees dat kompas vroeger eigenlijk?

Een kompas dat niet voor iedereen werkte

Levrau beschrijft een herkenbaar fenomeen: mensen klagen dat er steeds meer gedragscodes, protocollen en consent-afspraken zijn. Vroeger was er een soort stilzwijgend cultureel kompas — een onzichtbare set van regels over wat je kon zeggen, welke grap mocht, hoe je je gedroeg. Je hoefde dat niet uit te leggen; iedereen ‘voelde het aan’.

Zijn verklaring voor de verdwijning van dat kompas is helder: individualisering, migratie, globalisering en internet zorgen voor meer verschillende leefwerelden, waardoor minder dingen vanzelfsprekend zijn. Het gevolg is dat we meer expliciete afspraken maken. Dat geeft duidelijkheid, maar mensen worden er ook regelmoe van.

“Voor veel autistische mensen was die onuitgesproken cultuur net de bron van dagelijks leed.”

Als autistische lezer voel ik meteen een grote spanning bij dit verhaal. Voor wie werkte dat stille kompas vroeger zo goed? Levrau kijkt nostalgisch terug naar een periode van onuitgesproken vanzelfsprekendheid. Maar voor mensen zoals ik voelde die vanzelfsprekendheid niet als een warme deken. Het was drijfzand.

Je zag anderen moeiteloos grappen maken, knipogen, subtiele hints geven. Jij probeerde dat na te doen, maar zonder de verborgen legenda. De sociale regels bestonden wel degelijk — maar ze werden pas zichtbaar op het moment dat je ze overtrad, via schaamte, boosheid, of sociale uitsluiting. Dat hij daar nostalgisch naar terugkijkt, zonder stil te staan bij de schade voor mensen die anders communiceren, is een flinke blinde vlek.

Expliciete regels als opluchting, niet als ramp

De schrijver ziet de opkomst van protocollen, consent-afspraken en gedragscodes vooral als symptoom van een verzwakte cultuur. Als autistisch persoon zie ik iets anders: een laat, maar broodnodige poging tot vertaling. Wat altijd stil, onuitgesproken en machtig was, wordt nu omgezet in woorden die je kunt bekijken en bespreken. Het is niet perfect, maar het is een begin.

Neem consent in relaties. Het idee dat je ‘gewoon voelt’ of iemand iets wil, is voor mij als autistisch persoon niet alleen onduidelijk, maar ook gevaarlijk. Je moet raden, tussen de regels lezen, non-verbale signalen interpreteren. Als er expliciete afstemming komt — vragen stellen, check-ins, duidelijke afspraken — geeft dat juist meer veiligheid en gelijkwaardigheid.

“Een gedragscode kan irritant voelen voor wie het sociale spel al vanzelf speelt. Voor iemand die moeite heeft met impliciete regels, maakt zo’n document eindelijk zichtbaar wat anders een ongrijpbaar ‘dat had je toch moeten aanvoelen’ blijft.”

Op de werkvloer is het vergelijkbaar. Waar Levrau dit wegzet als teken dat we ons kompas kwijt zijn, zie ik ook de erkenning dat dat kompas vroeger sterk gericht was op één soort brein en één soort leven. Als we het kompas van vroeger kwijt zijn, is dat misschien niet eens zo erg.

‘We mogen niets meer’ — of worden we eindelijk begrensd?

De klacht ‘we mogen niks meer zeggen’ wordt meestal gelezen als teken van regelmoeheid en cultuurverlies. Vanuit mijn perspectief hoor ik iets anders: “Ik word begrensd op dingen die vroeger zonder gevolgen bleven.”

Veel van de nieuwe regels gaan over het beperken van gedrag dat anderen schaadt: seksisme, racisme, pesterijen, misbruik van macht, ‘grapjes’ die voor de ontvanger geen grap waren maar kleinerend en ongewenst. Die vormen van schade waren vroeger ook al problematisch, maar mensen uit minderheidsgroepen — onder wie veel autistische en andere neurodivergente personen — kregen minder gehoor.

Pas nu er meer stemmen opstaan, komen er expliciete afspraken. Voor wie altijd in het centrum stond, voelt dat snel als vrijheidsverlies. Voor wie altijd aan de rand stond, kan het voelen als de eerste vorm van bescherming.

“Dat perspectief ontbreekt grotendeels in het artikel. Het gaat over machtsverhoudingen: wie bepaalde vroeger wat ‘normaal’ was, en wie betaalde de prijs als hij of zij afweek?”

Autisme als metafoor: waarom dat schuurt

Voor Levrau is Wereldautismedag een gelegenheid om een vergelijking te trekken: autistische mensen hebben vaak duidelijke taal nodig, en tegenwoordig lijken ook niet-autisten meer expliciete uitleg te vereisen. Daarmee gebruikt hij autisme als metafoor voor een algemene communicatiecrisis — een beeld, geen realiteit die je serieus hoeft te onderzoeken.

De suggestie ‘we zijn nu allemaal een beetje autistisch’ doet alsof autisme vooral een gebrek aan intuïtief lezen is. Terwijl autisme een breed en complex geheel van verschillen is in informatieverwerking, zintuiglijke prikkelverwerking, energiehuishouding, emotie en communicatie. Bovendien is de samenleving helemaal niet ‘te expliciet’ geworden voor mij. Er zijn nog steeds bergen onuitgesproken verwachtingen, dubbelzinnige grappen en sociale scripts die ik maar half begrijp.

Dat niet-autistische mensen nu ook soms onzeker zijn over wat kan en niet kan, betekent niet dat hun ervaring ineens op die van autisten gaat lijken. Als je autisme serieus wilt betrekken, moet je vragen: hoe bouwen we structuren waarin expliciete duidelijkheid geen tijdelijke irritatie is, maar een basis waarop mensen zoals ik vanaf het begin kunnen meedoen?

Impliciet en expliciet: geen valse keuze

De auteur schetst een keuze: óf een sterke impliciete cultuur met weinig regels, óf een zwakke cultuur met veel expliciete afspraken. Vanuit mijn perspectief is dat een valse tegenstelling. In werkelijkheid leven we altijd in een mix. Ook nu zijn veel sociale betekenissen impliciet, en vroeger bestonden er ook al heel duidelijke, strenge voorschriften en zichtbare sancties.

“Impliciete cultuur verandert juist doordat mensen dingen expliciet maken. Zonder duidelijke woorden over racisme, seksisme en neuronormativiteit zouden de intuïties van de meerderheid nooit verschuiven.”

Wat vandaag aanvoelt als een overdaad aan regels, kan morgen de basis zijn van nieuwe, meer inclusieve vanzelfsprekendheid. Explicietheid is dan geen teken van verval, maar een fase in het leren samenleven met meer verschil.

Hierbij kunnen we denken aan ‘universal design’: regels en structuren zo vormgeven dat ze voor iedereen duidelijk zijn, niet alleen voor wie sociale hints toch al moeiteloos leest. Dat betekent heldere verwachtingen, voorspelbare processen en ruimte om vragen te stellen zonder meteen als lastig of dom te worden gezien.

dubbelzinnigheid verdragen: niet voor iedereen even veilig

Levrau pleit voor het beter verdragen van ambiguïteit: niet alles hoeft meteen vastgelegd, we moeten leren leven met onduidelijkheid. Dat klinkt wijs, maar ambiguïteit is vaak de plek waar het misgaat, ook voor mensen die niet autistisch zijn. Dubbele bodems, ironie, onderhuidse spanning: voor veel mensen zijn dat geen leuke spelletjes, maar bronnen van stress en misverstanden.

Als we roepen dat we ‘meer impliciet durven zijn’, moeten we erbij zeggen voor wie dat veilig is. Wie de impliciete regels als vanzelf aanvoelt, kan prima spelen met dubbelzinnigheid. Wie die regels telkens mist, loopt het risico op afwijzing, pesten of burn-out. Elke keer dat ik een onuitgesproken sociale norm mis, ben ik het die de pijn draagt, niet ‘de cultuur’.

Dubbelzinnigheid kan alleen eerlijk zijn als je tegelijk basiszekerheid biedt: duidelijke kernregels, ruimte om door te vragen, mildheid voor sociale fouten en echte bereidheid om verschillende manieren van lezen en voelen te respecteren. Dan pas wordt ambiguïteit een keuze, geen hindernisbaan die je móet lopen om erbij te horen.

Een andere lezing van hetzelfde verhaal

Wat mis ik als autistisch persoon in het oorspronkelijke artikel? Ten eerste een blik op macht: wie heeft vroeger het culturele kompas afgestemd, en wie werd als ‘afwijkend’ gezien als hij of zij het niet volgde? Ten tweede de ervaringen van minderheden: autisten, andere neurodivergente mensen, migranten, queer personen, mensen met een andere taal of achtergrond. Voor hen voelde de ‘gedeelde’ cultuur vaak als een strak en onzichtbaar keurslijf.

Ten derde de positieve kant van explicietheid. Levrau ziet regels en codes bijna alleen als teken van verlies. Voor mij zijn ze ook een eerste, onvolmaakte maar echte poging tot gelijkwaardigheid. In plaats van heimwee naar een tijd waarin alles zogenaamd vanzelf ging, zie ik dat we nu midden in een verschuiving zitten. De cultuur wordt minder vanzelfsprekend voor wie vroeger in het centrum stond, en soms iets veiliger voor wie altijd moest raden.

“Ik koester voorzichtig elk nieuw stukje wereld dat durft te zeggen wat het bedoelt, en dat bereid is te luisteren naar mensen voor wie het oude, stille kompas nooit heeft gewerkt.”

Als autistische lezer ben ik zeker kritisch op het nu. Er is nog steeds veel mis, er zijn nog steeds te veel verborgen verwachtingen en te weinig échte ruimte voor anders-zijn. Maar ik ben allerminst nostalgisch naar ‘vroeger’. Want dat kompas van vroeger? Dat wees nooit naar mij.

6 Comments »

  1. Ja, ik ben inderdaad moe, en al lang heel moe door al mijn problemen en die van mijn gezin. En dat heeft zeker impact op mijn perceptie van de maatschappij.
    En ik moet oppassen dat ik niet teveel veralgemeen. Ik kan niet weten wat anderen voelen. Maar eenzaamheid en al de problemen die ik ervaar, creëren een drang om jezelf te overtuigen dat je niet alleen bent met je problemen en dat verleidt me inderdaad om onterecht te veralgemenen. Dat zegt dus inderdaad meer over hoe ik me voel dan over die anderen.
    Dat zijn zeker 2 terechte opmerkingen en het is goed dat je me daarop wijst.

    Ben ik fatalistisch? Misschien, maar ik heb ervaren dat de problemen zich blijven opstapelen en ondraaglijk worden indien ik ze niet onder ogen zie. en dan wordt de grens tussen realisme vanuit mijn beleving en fatalisme dun.

    Mijn belangrijkste punt in mijn commentaar is in elk geval dat ik het er niet mee eens ben dat de maatschappij gemakkelijker wordt voor ons omdat er regels geformaliseerd worden. De maatschappij wordt steeds ingewikkelder en verandert steeds sneller. En die geformaliseerde regels komen telkens achterop om de nadelige neveneffecten van die snelle evolutie in te perken. Maar dat gaat telkens ten koste van iets. De privacyregels bijvoorbeeld dienen om ons te beschermen en beperken in theorie onze vrijheid niet omdat je voor alles wat je nodig hebt toestemming kan vragen. Maar in de praktijk beperkt het ons wel. Want ik zie dat mensen die anderen ondersteunen dat minder goed kunnen, omdat niet alle informatie mag gedeeld worden die daarvoor nuttig of zelfs nodig is.
    Wanneer alles mag, maar alles steeds omslachtiger (en onoverzichtelijker) wordt door alle formaliteiten, dan wordt je eigen beperkte energie en tijd steeds meer beperkend, ook wanneer je anderen wil helpen. En dat voelt voor mij als een bedreiging en een inperking van mijn mogelijkheden.

    En de metafoor van het kanariepietje vind ik zelf ook confronterend, maar ik vind hem niet fout en dus ga ik hem niet uit de weg. Elke metafoor heeft zijn beperkingen. Deze legt de nadruk op een aspect dat we niet zo graag zien, een kwetsbaarheid die we liever verstoppen. Maar eigenlijk zit dat zelfde aspect ook verstopt in de metafoor van de speedboot TINA die iedereen wel een mooie metafoor vind. Er kan gediscussieerd worden over het feit of “de boot” wel of niet te snel gaat. Maar het feit dat er meer en meer mensen afvallen, en niet enkel mensen met autisme, is voor mij toch een belangrijk signaal (en dat komt overeen met wat de metafoor van het kanariepietje zegt, maar reduceert ons niet tot een signaalgever, want we zijn inderdaad veel meer dan dat). Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat meer en meer mensen al op jonge leeftijd het mentaal moeilijk krijgen. Dirk De Wachter, die speedboot TINA bedacht, gebruikte trouwens ook al de metafoor van het kanariepietje wanneer hij het over mensen met psychische kwetsbaarheden had.

    Like

  2. Wellicht sta ik deels buiten de wereld, ik ben dan ook een randburger, maar veel meer verandering dan vroeger (als midden vijftiger) zie ik echt niet. Misschien ligt het eraan dat ik meer trage media volg dan snelle media.
    Ik vind het best wel vreemd dat je als verstandige mens de rode draad niet lijkt te zien tussen de strijd voor veilige toiletten (die niet zozeer gescheiden hoefden te zijn, wel veilig), en wat er stigmatiserend is aan categoriaal sanitair. Net zoals de strijd voor toilet voor mensen met een handicap, die nu nog als baby’s worden behandeld (omdat de gehandicaptentoiletten vaak in de babyverzorging zijn). Als mensen die blind zijn voor eigen privileges en voor het onrecht van anderen, zoals jij en ik, dat zelf niet kunnen, kunnen er niet anders dan nieuwe regels komen. Het beste wat we kunnen doen is luisteren, en niet zeuren dat we zo het zo moeilijk vinden. Voor anderen (waartoe wij ook behoren) is het nog onbegrijpelijk veel moeilijker.
    En dat Mr. Bean wordt toegejuicht, is omdat zijn sociale onhandigheid binnen een veilig komisch kader valt, terwijl de humor van een autistisch persoon in de realiteit vaak verwarring oproept omdat de omgeving het gebrek aan sociale conventies aanvoelen niet direct als grap herkent (is ook vaak niet grappig).

    Like

  3. De wereld is inderdaad wel fel aan het veranderen. Je moet kunnen smalltalken of je bent een zonderling. En als je dan smalltalkt, kijken ze je met grote ogen aan alsof je van een andere planeet komt. Droog zal mijn humor wel zijn. Ik ben geen Gaston Berghmans en ook geen Benny Hill. Eerder een Mr Bean wellicht. Alleen, van Mr Bean pikken ze de humor wel. Waarom van mij dan niet?
    En anderzijds, niets meer mogen. Ook ik vind dat de woke slinger toch wel heel fel aan het doorslaan is. Je moet weten dat er decenia lang betoogd en gestreden is, met bloedige betogingen zelfs, voor bijv. gescheiden sanitair M/V, want vrouwen voelden zich niet veilig. En nu dat er allemaal is, is gescheiden sanitair M/V stigmatiserend? Ik heb alle begrip voor mensen die anders zijn, maar met iets of wat wederzijds respect en begrip, moet al veel kunnen.
    Al die nieuwe regels, dat maakt het allemaal zeer ingewikkeld en verwarrend !

    Like

  4. Dat je moe bent, komt zeker het duidelijkst uit je reactie naar voor. Maar ik denk dat je het een en ander verwart met elkaar. Ik kan me dan ook niet echt vinden in je reactie.

    Vooreerst denk ik zeker niet dat ’we’ (wie dat ook moge zijn) niets meer mogen. Integendeel, er mag meer dan ooit, gedaan en gezegd. Er is in bepaalde contexten minder vertrouwen, meer controledrang, dat klopt wel, maar zeker niet in alle contexten. Misschien kan je wel zeggen: we denken, herinneren, spelen, dansen, … minder dan ooit, maar dat gaat het hier niet om.
    Misschien zijn mensen ook minder dan ooit frisdenker, dat kan ook, maar dat komt vooral door te veel willen reageren op van alles, en daardoor te snel willen gaan. Maar dan nog, ik ken niet alle mensen, dus dat zijn onterechte veralgemeningen.

    Verder lees ik niet graag die kanariepietjesmetafoor opduiken. Ik voel me geen waarschuwingssysteem voor maatschappelijk ongemak. Mijn ervaring heeft intrinsieke waarde, niet enkel omdat ze anderen iets zou leren over hun grenzen. Ik kan me niet vinden in het slachtoffertaalgebruik dat in bepaalde autismekringen (o.a. door de double empathy theorie aangewakkerd) heerst.

    Ik denk evenmin dat anderen iets voelen wat autistische mensen voelen. Dat proberen we hard, maar dat lukt niet zo goed. In dat geval zouden immers hun radar voor lichaamstaal en impliciete hiërarchieën moeten verliezen, en dat zie ik nog niet snel gebeuren. Ik denk ook niet dat mensen zo vermoeid zijn. Als anderen zeggen ‘ik ben moe’, bedoelen ze eerder ‘ik zal binnen afzienbare, onbepaalde tijd ooit moe zijn’. Bij autistische mensen betekent dat meer ‘ik ben al voor onbepaalde tijd moe en nu kan ik niet meer’.

    Als ik hun gedrag dan al zou willen labelen (wat ik niet wil), zou ik eerder zeggen dat ze richting antisociaal gedrag dan autistisch ervaren evolueren. Dat zou ook de zogenaamde regelmoeheid en weerstand tegen alles wat grensoverschrijdend gedrag probeert te beperken, het dichtst benaderen.

    Tegelijk doe je geschreven regels onterecht af als louter ‘dweilen met de kraan open’. Ik denk dat de weinige geformaliseerde afspraken die er tegenwoordig bestaan, net de samenleving toegankelijker maken, diverse vormen van willekeur wegnemen en cognitieve energie besparen. Ze lossen natuurlijk niet alles op, maar zijn wel een begin. Op voorwaarde dat ze in vertrouwen worden gezien en als een vangnet. Dat is soms moeilijk als mensen die hun macht moeten inleveren hysterisch beginnen reageren dat ze regelmoe worden.

    Ik merk in je reactie behalve vermoeidheid ook wat fatalisme. Ik ben het ermee eens dat we bepaalde dingen lijdzaam moeten ondergaan, maar dat geldt zeker niet voor alles.

    Like

  5. Interessant artikel, maar ik denk dat je foute veronderstellingen maakt wanneer je zegt dat al die geschreven regels de maatschappij voor ons beter maken.

    Er komen steeds meer geschreven regels omdat zelfs wie geen autisme heeft het allemaal niet meer kan volgen. Maar die toenemende hoeveelheid regels zie ik niet als een opluchting. Ik zie dat eerder als een gevolg van iets wat ook de oorzaak is waarom mensen met autisme het steeds moeilijker krijgen.

    Er komen steeds meer geschreven regels omdat er steeds meer en sneller ingewikkeldere ongeschreven regels komen. Zelfs mensen die geen autisme hebben verliezen het overzicht en dus probeert men wat wij ook doen, regels formaliseren. Maar ook die geformaliseerde regels worden op verschillende manieren geïnterpreteerd en toegepast wat voor nieuwe onduidelijkheden zorgt. Die bijkomende regels zorgen er dus niet voor dat er meer duidelijkheid komt, maar beginnen er meer en meer uit te zien als dweilen tegen een steeds verder openstaande kraan.

    We mogen niets meer. we worden regelmoe. Die opmerkingen zijn een teken dat meer en meer mensen niet meer kunnen volgen, niet alleen mensen met autisme.
    De snelle evolutie maakt dat iedereen het overzicht en de controle verliest, die wij eigenlijk al lang kwijt zijn. Anderen beginnen ook te voelen wat aan ons, het kanarapietje in de koolmijn, al langer te zien was. Maar men legt de link nog niet.

    Het toont aan dat de oorzaak van veel problemen niet enkel bij de autisten (het zieke kanarapietje) te vinden zijn, maar in de omgeving die wij mensen samen gecreëerd hebben.

    Het is ook geen kwestie van keuze, maar een kwestie van evolutie en ons zo goed mogelijk daaraan aanpassen. En de vraag die ik dan stel is, hoe snel het aantal mensen groeit waarvoor dat niet meer haalbaar is.

    Like

  6. Hoi sam

    Ik kom uit een dorp waar vroeger het kompas, de bijbel was.

    En daarnaast waren er volop religieuze regels bijvoorbeeld op zondag mocht je niet fietsen.

    De hervormden en gereformeerden gingen niet met elkaar om, ze zaten op een andere school en andere verengingen.

    En dan waren er nog de openbaren.

    Je mocht enkel trouwen met mensen uit je eigen gemeenschap.

    Met verjaardagen werd er stevig gediscussieerd maar ook grapjes gemaakt en verhalen verteld over vroeger.

    Maar dat is er niet meer. Er worden bijna geen verjaardagen meer gevierd en zeken niet gediscussieerd.

    Met een andere kijk op dingen wordt er gelijk een of ander label opgeplakt waardoor er niet meer met mij gesproken hoeft te worden.

    Pas was ik ergens waar dat nog wel kon het ging over pfas in scharreleieren wat erin komt doordat kippen regenwormen eten.

    Ik heb zelf kipjes en die zitten met de schemer voordat de wormen weer boven de grond komen op stok en overdag zitten de wormen dieper in de grond waardoor kippen er niet bij kunnen. Kipjes trappelen niet zoals een merel de wormen naar boven en hebben ook geen lange snavel zoals een gruto.

    Wat ik wel zie is dat kippen veel gronddeeltjes lijken te eten. Tuurlijk komen we daar, al koffiedrinkend, met elkaar niet uit maar er was nog wel ruimte om mijn gedachten te uiten en werd ik niet geblokt als wetenshapontkenner oid.

    De nieuwe regels over wat mijn nu mening moet zijn en hoe ik mij moet gedragen is voor mij heel herkenbaar met vroeger alleen zijn de normen nu andersom wat nu fout is was in mijn jeugd goed. Alleen weet ik nooit wie ouderwets is en wie van deze tijd. Het is nog steeds (te) moeilijk.

    Dank je wel voor je schrijven sam het geeft mij weer wat moois om te overdenken.

    Grtjs arie

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *