Het verhaal van Maksim

Mijn naam is Maksim. Mijn verhaal gaat over scripts die ik nooit heb geleerd. Ik ben vijfenvijftig, en ik zit met een lauwe koffie te kijken naar het spektakel aan de tafel even verder in de cafetaria van het zwemcomplex waar ik op iemand wacht.
Ik denk dat ze een groepje collega’s zijn. Ze lachen om iets wat ons departementshoofd gezegd moet hebben. Eén man lacht net iets te hard, een vrouw knikt met een blik vol gespeelde instemming. Ik zie het allemaal gebeuren, als een film in een taal die ik niet spreek, en ik vraag me af wat ik al mijn hele leven vraag: hoe doen ze dat toch? Hoe weten ze dat?
Als ik de laatste jaren andere autistische mensen hoor praten, gaat het vaak over de uitputting van het dragen van een masker. Ik knik dan, omdat ik de eenzaamheid herken, maar de essentie begrijp ik niet. Ik raak al uitgeput bij de vraag hoe je zoiets überhaupt doet. Ze hebben het over het ‘optreden’ dat ze hun leven lang opvoeren, een rol gebaseerd op een script dat hen vreemd is. En terwijl ik luister, voel ik me een vreemde eend in de bijt, zelfs tussen de andere vreemde eenden. Want dat is niet mijn verhaal.
Ik heb veel scripts nooit geleerd. Ik heb nooit een masker gebouwd. Mijn leven is eerder het gevolg van de prijs die je betaalt voor een aangeboren, onbedoelde eerlijkheid – de reis van een man die zijn leven lang zonder kostuum op een groot verkleedfeest heeft rondgelopen.
Dat gevoel is zo oud als ik zelf ben. Op de speelplaats al. Ik begreep de regels van voetbal, maar niet de ongeschreven regels van het spel daarna: wie bij wie hoorde, waarom er plots ruzie was, wie de volgende dag weer beste vrienden zou zijn. Ik stond er vaker naast dan dat ik erin stond. In mijn schoolrapporten stond altijd die ene, vervloekte zin: “Maksim is een slimme jongen, maar sociaal wat onhandig.” Onhandig. Alsof het een vaardigheid was die ik kon leren, als ik maar wat beter mijn best deed.
De echte klappen kwamen later, op de werkvloer. Ik was goed in mijn job, écht goed. Geef mij een complex probleem, een berg data, en ik vind de oplossing. Ik kon me uren focussen en zag patronen die niemand anders zag. Maar dan kwam de functioneringsbeoordeling. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Mijn manager, een vriendelijke man, schoof wat ongemakkelijk op zijn stoel. “Maksim,” zei hij, “je werk is uitmuntend. Cijfermatig ben je de beste.” Ik voelde een zeldzame trots opborrelen. Maar toen kwam de ‘maar’. “Maar… het team vindt je moeilijk benaderbaar. Je gaat nooit mee lunchen. En als je feedback geeft, ben je te direct. Mensen voelen zich aangevallen.”
Ik begreep er niets van. Ik gaf toch gewoon eerlijke feedback? Dat was toch de bedoeling? Wat had lunchen te maken met de kwaliteit van mijn analyses? Anderhalf jaar later mocht ik vertrekken. Officiële reden: herstructurering. De echte reden: ik was geen ‘teamspeler’. Ik paste niet in het script.
In de liefde was het niet anders. Ik heb relaties gehad, zeker. Vrouwen die vielen voor mijn onverdeelde aandacht en mijn intense passie voor de dingen die me boeiden. Maar het liep altijd vast op hetzelfde. Op de dingen die ik niet zag. Ik herinner me een vriendin die in tranen vertelde dat haar kat was overleden. Ik was van streek voor haar, dus mijn hoofd deed wat het altijd doet: het zocht naar oplossingen. Ik vroeg of de kat verzekerd was, of ze al een afspraak had bij het crematorium. Ik probeerde haar praktisch te helpen. Wat ik niet deed, was haar vastpakken en zeggen: “Wat verschrikkelijk voor je.”
Ze zei later dat ze zich op dat moment nog nooit zo alleen had gevoeld. Ze dacht dat het me niets kon schelen. Terwijl mijn hoofd overuren draaide om haar pijn op te lossen, had zij alleen maar de warmte van een voorgeschreven reactie nodig. Een regel uit het script dat ik niet kende.
En dus zit ik hier. Vijfenvijftig jaar, een ontslag, een paar gebroken harten en een heel leven vol onbegrijpende blikken verder. Nu hebben ze er woorden voor. ‘Autisme’. ‘Maskeren’. Het geeft een naam aan de onhandigheid, aan de eenzaamheid, aan het gevoel altijd door de verkeerde deur naar binnen te stappen.
Mijn authenticiteit was nooit een keuze; het is mijn fabrieksinstelling. Er is geen opluchting aan het einde van de dag, er is alleen de voortdurende confrontatie met een wereld die mijn natuurlijke staat als storend, vreemd of onbeleefd ervaart. Ik heb vriendschappen zien verwateren, niet omdat ik een rol slecht speelde, maar omdat mijn ware ik als ‘te veel’ of ‘niet genoeg’ werd ervaren.
Na al die jaren ben ik tot een simpele conclusie gekomen. Het probleem ligt niet bij mij, of bij eender welke autist die wel of niet maskeert. Het probleem is een samenleving die überhaupt van iedereen een toneelstuk verwacht. Mijn ongemaskerde leven is geen protestactie; het is gewoon hoe ik besta. De wrijving die het veroorzaakt, bewijst voor mij dat het doel nooit zou moeten zijn om een autist te leren hoe hij een beter masker bouwt, maar om een wereld te creëren waarin niemand de noodzaak voelt om het script te leren.
Mijn leven is geen tragedie. Ik zie het als het verhaal van een mens die nooit heeft getwijfeld aan wie hij was, simpelweg omdat hij nooit iets anders heeft kunnen zijn. En terwijl ik naar de lachende collega’s naast me kijk, denk ik dat die eerlijkheid – hoe pijnlijk en eenzaam ook – misschien wel de enige echte winst is die er te behalen valt in het leven.
Zo echt verwoord
Bedankt
En hou je goed
Ik heb iemand gekend , die net was als Maksim.
Hij zag oplossingen voor computerproblemen die niemand anders zag.
Daarnaast had hij ook nog filosofie gestudeerd, cum laude geslaagd voor beide studies.
Hij was free lancer, een briljant denker , maar werd overal weer ontslagen, omdat hij kwam om te werken voor zijn geld en niet om een beetje slap te zitten kletsen en zijn -en andermans – tijd te verdoen.
Dus werd hij overal weggepest en werd hem het werken onmogelijk gemaakt, door hem constant te storen, hard te praten, zingen, fluiten, verkeerde info te geven, te bellen, ruzie te zoeken enz.
En waar vrijwel iedereen vindt dat zijn of haar werkkwaliteit met een ‘net voldoende’, goed genoeg is, vinden de meeste autisten toch echt dat als je iets doet, het dan ook goed moet doen.
De man waar ik het over heb, is er al 3 jaar niet meer, en ik denk eerlijk gezegd weleens dat de meeste autisten niet heel erg oud zullen worden.
De hoeveelheid stress, pesterijen, afwijzing en onbegrip die zij moeten doorstaan is niet gezond, ik denk dat er heel veel zijn die ziek zijn of worden.
Voor wie weleens duidelijk uitgelegd wil hebben hoe een autistisch brein werkt : bekijk eens een of meer interviews met Frank van de Goot op YT – hij is forensisch patholoog.
Heel herkenbaar. Op mijn blog donkiesjot.wordpress.com getuig ik geregeld over dezelfde problematiek.