Gul tegen een vreemde: autisme, geld en afstand … autisme en onderzoek

(c) Sam Peeters, 2026

Autistische mensen zouden minder sociaal zijn. Dat hoor je vaak. Ik zal het hier niet tegenspreken, want het hangt af van wat je als ‘sociaal’ interpreteert. Het is wel vreemd dat autistische mensen net wel sociaal zouden zijn als het over geld delen gaat. Dan zijn autistische volwassenen net guller dan anderen. Vooral tegenover mensen die ze niet kennen.

Wat de onderzoekers deden

Onderzoekers van de universiteit van Düsseldorf en University College London vroegen 37 autistische en 38 niet-autistische volwassenen om geld te verdelen. Alle autistische deelnemers hadden een officiële formele diagnose. De twee groepen waren vergelijkbaar in leeftijd, geslacht en IQ. Ze verschilden wel sterk in autistische kenmerken.

De deelnemers vulden zes keer dezelfde vragenlijst in. Telkens voor een andere persoon. Ze schoven op een balk hoeveel geld zij zelf kregen en hoeveel de ander kreeg.

Die andere persoon stond telkens op een andere afstand. Afstand 1 is de persoon die je het nauwst aan het hart ligt. Afstand 5, 10 en 20 zijn mensen die je kent, maar minder goed. Voor die vier moesten de deelnemers aan een echte persoon denken, en de beginletters van die naam opschrijven. Afstand 50 is iemand die je ooit hebt ontmoet, maar van wie je de naam niet meer weet. Afstand 100 is een volslagen vreemde.

Mensen met wie je samenwoont of een rekening deelt, mochten niet gekozen worden. Mensen waar je een slecht gevoel bij hebt ook niet. En het ging om echt geld: van alle deelnemers samen werden twaalf keuzes willekeurig uitbetaald.

Wat eruit kwam

Bijna iedereen, zowel autistisch als niet-autistisch, geeft minder naarmate iemand verder weg staat. Dat heet social discounting. Bij afstand 1 was er geen verschil tussen de twee groepen. Bij een goede vriend gaven autistische en niet-autistische deelnemers evenveel.

Daarna liepen de lijnen uit elkaar. Bij de niet-autistische deelnemers zakte de vrijgevigheid snel. Aan vreemden geef je minder geld, dat is voor hen logisch. Bij de autistische deelnemers zakte ze veel trager. Het duidelijkste verschil zat bij afstand 50, de vage bekende. Ook bij afstand 20 en bij de volslagen vreemde was er een verschil, al was dat minder hard.

Een belangrijk punt: wat betekent “beste vriend” eigenlijk?

Voor mij zit hier iets wat het onderzoek te gemakkelijk over heengaat. Vriendschap vind ik zelf een erg moeilijk begrip. Na meer dan 50 jaar in het leven ben ik er nog niet uit wat een vriend eigenlijk is, laat staan een ‘beste vriend’.

In boeken over vriendschap en cafégesprekken wordt een beste vriend zo genoemd omdat je die persoon zeer goed zou kennen. Niet alleen qua naam maar in termen van wat je van die persoon weet, hoe die reageert, wat je van hem of haar mag verwachten, of je op hem of haar kunt rekenen. Hoe dat precies wordt ingevuld, verschilt dan nog regionaal, cultureel, sociaal, religieus en geografisch.

Dat is net zo voor het begrip ‘vreemde’. Ik heb het even moeilijk met weten met wie een vreemde precies is. Voor veel mensen lijkt een vreemde het tegenovergestelde van een vriend. Van een vreemde weet je helemaal niets, die is onvoorspelbaar, onbetrouwbaar, en zonder enige houvast. Je weet niet waar die vandaan komt en waar h/zij gaat, en hoe je hem of haar moet/mag inschatten.

De autistische deelnemers gaven ondanks dat informatieverschil toch evenveel geld weg. Dat betekent dat ze het verschil — wat je van iemand weet, wat je mag verwachten — niet kunnen of willen maken. Voor hen lijkt vriend of vreemde van geen betekenis. En dat geeft veel niet-autistische mensen vaak een erg ongemakkelijk gevoel. Het verklaart voor een deel waarom niemand graag autistisch wordt genoemd.

Geen sleur, geen ander idee over geld

De onderzoekers wilden weten of het gedrag van de autistische deelnemers gewoon herhalingsgedrag was. Kiezen autistische mensen misschien elke keer hetzelfde, gewoon dezelfde som geld uitdelen, omdat dat nu eenmaal rustiger is?

Dat bleek niet zo. De vragenlijst was zo gemaakt dat je niet elke keer dezelfde verdeling kon aanklikken. En het aantal verschillende antwoorden was in beide groepen even groot. De onderzoekers keken even niet na of maskering een rol speelde, want dat had gekund. Sommige autistische deelnemers zijn dan wel autistisch maar vulden de vragen misschien in vanuit hun vastgeroeste ‘niet-autistische rol’ in het dagelijks leven.

De deelnemers vulden daarnaast ook in wat geld voor hen betekent: macht, vrijheid, liefde of veiligheid. Ook daar was geen verschil. Autistische en niet-autistische mensen (de maskerende en niet-maskerende) lijken dus ongeveer hetzelfde te denken over geld. Het verschil zat echt in de sociale afstand.

Drie verklaringen, geen enkele bewezen

De auteurs denken zelf aan eerlijkheid. Autistische mensen zouden een regel over eerlijk delen consequenter toepassen, ook als de ander een onbekende is. Ze verwijzen naar ander onderzoek: autistische mensen nemen vaker samenhangende beslissingen, en houden strakker vast aan morele regels. Ze zeggen er meteen bij dat ze dit niet gemeten hebben. Het is een voorstel, geen bewijs.

Een ervaringsdeskundige op Linkedin stelt dat autistische deelnemers het onderscheid in de situaties anders interpreteren. Niet omdat ze dom zijn, maar ze het onderscheid ‘beste vriend’ tegenover ‘vreemde’ anders zien. Niet-autistische deelnemers maken dat onderscheid wel — precies omdat ze weten wat je van die persoon verwacht — en houden hun geld daarom liever bij zich.

Een wetenschapper legt er een derde verklaring naast, en meent dat een lager gevoel van verbondenheid van autistische deelnemers meespeelt. Omdat ze vaak buitengesloten zijn, worden ze guller tegenover iemand die verder weg staat. Volgens hem/haar domineert wat iemand is overkomen. Wie weinig warme banden heeft, zoals autistische mensen, heeft evenveel solidariteitsgevoel met ‘de mijnen’ als met ‘de rest’. Autistische mensen delen dan geld uit als een poging om erbij te horen.

Geen van de laatste twee is in deze studie getest. De vragenlijst mat geen eenzaamheid, geen uitsluiting en geen inschatting van bedoelingen. Er liggen dus drie redelijke verhalen bij dezelfde cijfers. Wie zegt dat het antwoord al vaststaat, gaat te snel. Dat zeggen de onderzoekers zelf ook.

Het risico in het echte leven

Dit is waar het echt om gaat. In de taak gaven autistische deelnemers meer weg aan vreemden. In het echte leven betekent dat: ze geven geld weg aan mensen die hen niet kennen, die hen niet zullen helpen, die er misbruik van kunnen maken.

Dat is roekeloos. Niet omdat autistische mensen dom zijn of geen gevoel voor geld hebben, zeggen mensen. Maar omdat ze een informatieverschil missen dat in werkelijkheid levensbelangrijk is.

Als je financieel niet veel hebt — en veel autistische mensen zijn in die situatie — kan dit tot ernstige gevolgen leiden. Schulden. Je buffer opgebruiken. Afhankelijk worden van anderen. Uitgebuit worden door mensen die van die kwetsbaarheid gebruikmaken.

Dit is niet theoretisch. Dit gebeurt.

De studie meet wat autistische deelnemers doen in een kunstmatige situatie. Maar wat ze in die situatie doen — evenveel geven aan vreemden als aan bekenden — wijst erop dat ze in het echte leven kwetsbaar zijn voor financieel misbruik. Volgens sommigen is dat omdat ze naïef zijn of denken dat vreemden goed met hun geld omgaan. Volgens de onderzoekers is het veeleer omdat ze het basis-onderscheid niet maken: wat je van iemand weet bepaalt wat je van hem verwacht, en bepaalt of je hem je geld geeft.

Zegt dit iets over omgaan met geld?

De studie meet een voorkeur in een kunstmatige taak, niet hoe autistische mensen in werkelijkheid met hun geld omgaan.

Er zat geen goed of fout antwoord in de taak. Geen budget, geen factuur, geen termijn, geen gevolg voor de maand erna. Wie consequent voor een bepaalde verdeling kiest, beheert daarmee zijn geld niet slecht. Die persoon volgt gewoon een regel.

Twee resultaten wijzen zelfs de andere kant op. De houding tegenover geld verschilde niet tussen de groepen. En de autistische deelnemers antwoordden niet stereotieper. Er is in deze cijfers dus geen enkele aanwijzing dat autistische mensen geld minder goed begrijpen of minder doordacht verdelen.

Maar wat mensen in het dagelijks leven écht lastig vinden, komt in de studie niet voor. Onduidelijke facturen. Overgaan tot betalen. Overzicht houden over wat er op het einde van de maand nog is. Sparen, wat inzicht in tijd vraagt. Daar zegt deze vragenlijst niets over.

Tegen die achtergrond

Geld is een heel abstract en sociaal ding. Leg maar eens uit wat vijf euro betekent. In onze samenleving gaat geld vooral over status en waardering. Veel autistische mensen hebben daar minder voeling mee.

De omgeving vertrekt vaak van het idee dat een autistische volwassene elke maand opnieuw moet bewijzen dat hij met geld kan omgaan. Er blijft wantrouwen hangen. Ouders en begeleiders zoeken moeizaam een evenwicht tussen beschermen en zelf laten beslissen.

Dit onderzoek toont iets waar je voorzichtig mee moet zijn. Het zegt niet dat autistische mensen dom zijn met geld of geen gevoel hebben voor waardes. Maar het wijst erop dat autistische mensen geld weggeven op manieren die hen financieel schaden. Ze kunnen worden uitgebuit. Ze kunnen in schulden terechtkomen, hun buffer opgebruiken, afhankelijk worden.

Dit vraagt geen beheerovername. Dit vraagt iemand aan de zijde: iemand die meekijkt, die zegt “wacht, ken je deze persoon echt?”, iemand die niet oordeelt maar die helpt inschatten wat verstandig is. Iemand om mee af te toetsen voordat je iets weggeeft of tekent.

Twee kanttekeningen

Er zijn nu drie studies, uit Japan, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, die hetzelfde vinden. Dat is stevig.

Maar alle drie gingen ze over autistische volwassenen in rijke landen, met spraak en met weinig ondersteuningsnood. Of dit ook opgaat voor de rest van de autistische gemeenschap, weet niemand. De onderzoekers zeggen dat zelf. En bij jongeren is ooit het omgekeerde gevonden: minder gul tegenover naaste mensen.

Geld blijft bovendien een van de onderwerpen waar bij autisme zelden over gepraat wordt, samen met seks, woede, verslaving en misbruik. Precies daarom is dit onderzoek nuttig. Het gaat over volwassenen. En over iets heel gewoons.

Forbes, P. A., Hughes, G., Schilbach, L., White, S., & Kalenscher, T. (2026). Increased prosocial value orientation in autistic adults. Autism, 30(2), 538-543. https://doi.org/10.1177/13623613251385029

Geef een reactie