Als een druppel zo helder

Als ik je ergens mee kan helpen, moet je het laten weten hé? Het was een hele poos geleden dat ze het mij had gezegd. Alleen een beeld van het moment is me bijgebleven. Een beeld van al wat concreet is: opvallende, soms minuscule details van voorwerpen, grappig in hun surrealisme. Al het andere, zoals de woorden, de sfeer, de gevoelens, de context … drong pas veel later tot me door. Of helemaal niet.

Fris van geest

Ergens las ik dat je maar ervaart wat je doet met die ervaring. Dat een leven niet zozeer de moeite waard wordt door zoveel mogelijk ervaringen op te doen, maar de tijd te nemen om ze op te nemen.

In het verlengde daarvan stond er in het boek dat de meeste mensen steeds maar ‘ongeleefde’ ervaringen opstapelen, steeds minder ‘zin’ weten te maken van hun leven, daardoor gefrustreerd of zelfs woedend raken (zonder te weten waarom), en uiteindelijk een ‘memory almost full’ (geheugen bijna vol)-gevoel krijgen.

Af en toe tijd nemen om bewust te herinneren, en indien mogelijk concreet te maken, zou een mens helpen om langer ‘fris van geest’ te blijven. Dat die tijd ontbreekt, dat kan mij dan weer geïrriteerd maken. ‘Daar heb je tijd genoeg voor als je op pensioen bent’, klinkt het bij de meeste mensen. Zij nemen dan maar elke dag een koude douche (letterlijk of figuurlijk) om fris van geest te blijven.

System shut down

Zelf moet ik noodgedwongen tijd maken. Mijn systeem heeft zo weinig ervaringen nodig om verzadigd te geraken dat het al na enkele dagen overbelast raakt. Waarna het onherroepelijk stil valt. Niet zomaar met een griepje of wat koorts, maar volledig plat. De wereld draait eerst tegen wijzerzin, het wordt zwart voor mijn ogen, er volgt een horizontaal en verticaal toiletbezoek en verder is rust het enige wat helpt. En hopen dat je die rust gegund wordt.

Dat wordt toegeschreven aan het doorzettingsvermogen maar ook de bijziendheid tot blindheid van de grenzen van de eigen inzet. Ik vind het zowel moeilijk van mezelf te zeggen dat ik me inzet, als van iemand anders te zeggen dat die zich niet voldoende inzet.

Zijn er luie, ‘zielige’, ‘gepamperde’, ‘in zelfmedelijden badende’ mensen? Ik denk het niet. Wie goed naar hen luistert, merkt wel dat ook zij grote inzet tonen. Al is die vaak niet goed georiënteerd, gedoseerd of gewaardeerd.

Overprikkeld

Het uitvallen van het systeem om informatie te verwerken, noemen sommige mensen ‘overprikkeld’ zijn. Naar mijn gevoel overstijgt dit het zintuiglijke. Door te rusten in een prikkelarme kamer kan het verbeteren, maar het is me al overkomen dat dit niet volstaat. De overdosis informatie moet er op een of andere manier uit. Afkoeling van de hersenen is de meest voor de hand liggende mogelijkheid maar niet zo eenvoudig.

Via meditatie en volledige afzondering in zogenaamde ‘buffer’-momenten tracht ik de voorbije periode op me af te laten komen. Het is zeker niet eenvoudig om zowel zelf de discipline op te brengen om dit in te plannen als de ruimte/tijd af te dwingen van anderen in mijn omgeving. Er is immers altijd wel iets dat dringend moet of gewild moet of kan, of een kans die als niet te missen wordt bestempeld.

Als er iemand is die niet graag kansen mist, verlekkerd is om de eigen grenzen te verleggen of verleid kan worden om iets ‘unieks’ te beleven … dan ben ik het wel. In een wereld waar vanuit de kleinste hoek ‘activerende impulsen’ komen, is het erg moeilijk leven voor wie zichzelf al volledig geeft. Vaak is het ook niet zichtbaar dat iemand zich al volledig geeft.

In elk geval: op zo’n moment tracht ik zodanig te verstillen dat mijn brein de kans krijgt opgeslagen informatie te sorteren en op te lossen (of te integreren in vroegere kennis). Soms helpt het om stukken op papier te zetten, om een schilderij of tekening te maken of er een lied over te zingen in mijn bad. De pijnlijkste ervaringen zijn helaas moeilijker te plaatsen, daarvoor is een klankbord, een andere persoon nodig. Ik probeer daar dan ook niet te veel tijd aan te besteden.

Veel van wat we waarnemen lijkt maar veel later tot me door te dringen. Vaak heb ik de indruk dat hetgeen we meemaken is als de sterren die we zien, ze zijn er misschien al niet meer maar toch zien we ze. Zo is het ook met wie ik ben: ik herinner me hoe ik was, maar eigenlijk ben ik er niet meer. Hoewel ik best gelukkig ben in die onvoltooid verleden tijd. Waarvan de onvoltooidheid volgens mij maar beperkte rekbaarheid heeft.

In vertraging gesproken

Het zou me helpen als je deze maand even van leven zou kunnen wisselen. Dat zei ik tot haar, in vertraging. Zoals ik met bijna iedereen in vertraging spreek. Zo is mijn leven een opeenvolging van dialogen met mensen die in een andere tijd leven. Vaker vanuit terugblikken dan vooruitkijken. Het is wellicht een kwestie van traagheid in zowel bewustwording als in snelheid van informatie verwerken. Meestal leef en communiceer ik in de onvoltooid verleden tijd. Soms in het voltooid verleden. Af en toe in de toekomst. Zelden in de tegenwoordige tijd. In elk geval altijd in een andere tijd.

Dat is om allerlei redenen niet erg handig. Zeker niet als iemand die enkele weken geleden iets tegen je gezegd hebt, nu op een andere plaats is of het al is vergeten. Het gebeurt wel eens dat ik er bij onze volgende ontmoeting over begin, en de ander dan uit de lucht valt. Mensen die me kennen weten het intussen: ik leef in verschillende tijden.

Onlijmbare breuken

Bovendien gebeurt het dat ik pas weken later iets besef. Zeker als dat onduidelijk gecommuniceerd werd. Gelukkig krijg ik niet zoveel dubbelzinnige huwelijksaanzoeken of retorische vragen of vragen als ‘heb je zin in een koekje?’. Maar het kan evengoed iets zijn dat ik zelf gezegd heb. Iets ongepast, ongehoord, zonder dat ik het zo bedoelde, en dat pas veel later doorheb. En me plots bedenk hoe erg dat wel moest geweest zijn. Op het midden van de markt, tijdens het oversteken van een straat, bij het lezen op de trein. Waarop ik in de lach schiet, of me tegen het hoofd sla. Of als een gek iets noteer. Het lastigste daarvan zijn de vaak gemiste kansen of onlijmbare breuken.

Het gebeurt ook dat ik weken of zelfs maanden op een bepaald moment, in een bepaald beeld, blijf haken. Dat als het ware het bureaublad van mijn innerlijk (ont)siert. In het beste geval mij lange tijd op een roze wolk door het leven brengt.

De fractie van de knipoog van het buurmeisje dat net uit de lift stapte. Mijn eerste kus op het strand. De wit weg draaiende ogen van de waanzinnige die vannacht op het druk kruispunt op de grond rollend luid om zijn moeder riep. De prik in mijn voet, waarbij een straal van pus en bloed ontstond, vlak voor het uithalen van een wrat bij de huisarts.

Spreekwoordelijke ticketjes lezen

Soms flitsen al deze momenten samen langs mijn ogen. Op het moment dat er een (te) moeilijke vraag wordt gesteld. Dan lijkt het of ik nadenk. Mijn computer is dan gewoon aan het rekenen. Om dan een ticketje te produceren met het antwoord op de vraag. Dat lees ik dan af. Eigenlijk doe ik dus niet meer dan spreekwoordelijke ticketjes aflezen.

Misschien ben ik daarom zo gefascineerd door dikke boeken waarin alle antwoorden zouden staan. De gigantische bibliotheek waar ik ’s nachts in mijn dromen in rondzwerf, het Boek van Sinterklaas en van God, en natuurlijk ook het zwarte ‘Boek met Alle Antwoorden’ van Carol Bolt.

Het Boek met Alle Antwoorden

Als ik weer eens loop te tobben langs straat, stap ik soms een van de twee boekwinkels in onze stad binnen. De boekhandelaar kent me al. ‘Is het weer tijd om het zwarte boek in te kijken? Zit je met een vraag? Als ik je ergens mee kan helpen, moet je het zeggen hé?.

Ik lees nog eens de handleiding van het boek – met antwoorden mag je geen risico’s nemen. Dan mompel ik mijn vraag in mezelf en wacht vijftien seconden. Vervolgens leg ik één hand op het boek, strijk met twee vingers van mijn andere hand van onder naar boven langs de zijkant van de bladzijden. Intussen zeg ik mezelf het gedicht Geologie van Paul Van Ostayen en de onvolledigheidsstellig van Gödel. Of, in een minder goede dag, het principe van de volledige inductie. Ik wacht op het gevoel dat alle sterren en planeten op de juiste lijn staan, sla het boek open en zie het antwoord.

Het is merkwaardig dat het boek er telkens vlak op zit. Zo antwoordt Het Boek ‘Wat moet ik doen om het te maken in de politiek?’ logischerwijze ‘Wees niet onpartijdig’. Op de vraag ‘Kan ik ooit even rijk worden als Paus Franciscus I?’ kwam er onlangs ‘Drijf het niet op de spits’. Op ‘Zal ik hier straks iedereen onderkotsen?’ kwam er dan weer ‘zonder enige twijfel’. Gelukkig had ik die dag niets gegeten en bleef het bij een kleine walging. Vragen waar ik echt het antwoord op wil weten durf ik niet stellen. Je weet maar nooit.

Tot slot: geen gevangene van mijn gedachten

Zoals ik het gevoel heb dat andere mensen in een andere tijd leven, en dit de communicatie bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt, heb ik dat idee ook bij mezelf. Het is wellicht een teken van ontwikkeling, maar steeds meer heb ik het gevoel dat de kennis die ik denk te hebben eigenlijk als een ster aan het firmament is. Een illusie uit een verleden tijd waarin ik nog niet bestond. Dat maakt het wel moeilijk om keuzes te maken.

Aan de andere kant ben ik ook blij verrast dat ik geen kennis meer heb of zelfs nooit heb gehad. Ik ben geen gevangene meer van mijn eigen gedachten en kan nu vrij leven. Bovendien is het opmaken van een schema nu nog meer een plezier geworden, waar ik me elke vrijdag tussen 10 en 11 bij een kop biologische soep op stort, terwijl huishoudhulp Liesa mijn nest op orde brengt.

Bij het opmaken van dat schema bedenk ik hoe ik zowel mijn tijd van vroeger indeel als wat komt voorbereid.

Wat komt bereid ik zo gedetailleerd voor dat ik het in absolute ontspanning kan beleven. Bijna niets hoeft nog voor angst te zorgen. Door de goede voorbereiding kan ik als een blinde danser open staan voor elke mogelijke verandering. Al wat mij zal ontgaan, zal ik later terug oppikken. Al wat ik later niet meer herinner, zal voor mij nooit gebeurd zijn, en niet voor mij bestemd zijn.

Wat voorbij is, kan ik bovendien herbeleven aan de hand van wat er gebeurd is, en wat ik noteerde toen het gebeurde. Van herinneringen aan de vreugde van de voorbereiding tot de tevredenheid toen het net voorbij was.

Hoe de man die beneden over het trottoir loopt achterstevoren naar de volgende straathoek loopt, en daar terug binnen stapt bij prostitué Bibis. Hoe de wind naar het Oosten waait. Dat de regendruppels andersom bewogen. Hoe de plas water eerst omhoog sijpelt, druppel voor druppel. Hoe de plas weer tot naaldjes, met z’n honderden tegelijk omhoog zouden gaan. Naar de plek waar niemand ooit kwam. Waar het water zou stilstaan in een reusachtig zwevend meer. Als een waterdruppel zo helder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s