Naïef te zijn of niet

Naïef lijkt, jammer genoeg, in deze tijden veelal negatief. Zeker als ze de sociale vorm betreft. Traditioneel bestaan er immers nog andere vormen, waaronder de zinrijke eenvoud, de onbezonnen omgang, de hartstochtelijke impulsiviteit en de speelse of zorgeloze ernst. Naïviteit hoort voor de meeste mensen niet goed onthaald te worden. Integendeel zelfs. Mensen die naïef zijn moeten tegen zichzelf, en anderen als het even kan tegen hen, beschermd worden.

Niet voorgevormd

Nochtans betekent naïef zijn in wezen slechts dat je niet ‘voorgevormd’ bent, dat je een bepaalde kennis niet hebt. Op veel, eigenlijk op de meeste vlakken, zijn wij allen – hoe oud en hoe wijs we ons ook noemen – dus zeer naïef. En dat bepaalt ons handelen, evenveel en zelfs meer dan onze kennis.

Welke kennis iemand niet heeft, hangt volgens mij af van de beperkingen in iemands wijze van informatieverwerking. Een persoon met autisme zal op een andere wijze naïef zijn dan mensen met een typische ontwikkeling, hoogbegaafden, mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een persoonlijkheidsstoornis of mensen met een psychotisch brein. Een wetenschapper zal even veel maar op een andere wijze naïef zijn dan een dichter, die dan weer anders naïef als een historicus of een filosoof.

Van die laatste zei een zekere mijnheer Adorno, filosoof van beroep en schrijver van enkele fraaie boekjes, iets interessants: “Filosofie is eigenlijk heel paradoxaal. In eerste instantie maakt ze toch aanspraak op niet-naïviteit tegenover de verschijning. Terwijl ze aan de andere kant ook aanspraak maakt op naïviteit, in die zin dat je je niet dom laat maken, dat je van de wereld niet gelooft wat ze zegt. Maar je houdt tegelijk ook vast aan, je blijft staan – ik zou bijna willen zeggen: als een kind – bij dat wat je nu eenmaal gezien hebt.”

Onherroepelijk niet meer naïef

Tot een bepaalde leeftijd lijkt het niet goed te zijn die kennis te hebben, en de naïviteit te zijn verloren. Als dat wel zo is, wordt dit vaak als een fout van de omgeving (ouders, opvoeders) gezien. Omdat zij hun kind ‘sneller dan gezond is’ in contact zouden gebracht hebben met allerlei maatschappelijke fenomenen die ‘slechts voor volwassenen’ zijn geschikt.

Een kind moet vooral kind kunnen zijn en daar lijkt naïviteit onlosmakelijk bij te horen. Al moet het kind zichzelf natuurlijk ook voorbereiden of voorbereid worden op het maatschappelijk functioneren. Op voorwaarde dat het niet te snel gaat natuurlijk.

Tot een bepaalde leeftijd. Al discussiëren pedagogen en sociaal werkers wellicht nog vele jaren rustig verder over de ‘exacte grens’ waarop het gezond en toelaatbaar is de naïviteit te verliezen.

In elk geval, vanaf die grens wordt naïviteit plots problematische onschuld, onwetendheid, kwetsbaarheid, … tegenover een ‘slechte’ maatschappelijke realiteit vol bijbedoelingen en verborgen agenda’s.

Eenmaal de naïviteit verloren, is dat onomkeerbaar. ‘Ze worden groot, mijnheer’. Het wordt met gemengde gevoelens bekeken. Soms positief, met fierheid. Soms iets minder, omdat het toch net iets te vlug gaat. En soms wordt het gezien als de vlucht uit de tuin van Eden. Het heeft natuurlijk ook gevolgen van rechtswege. Hoe onnozel een contractant ook, hij moet genomen worden zoals hij is.

Zoektocht naar verloren naïviteit

In elk geval, wie steeds meer kennis verwerft, verliest steeds meer zijn naïviteit. Sommige mensen vinden dat heel erg en doen alle moeite om weer op te klimmen naar de hoogste trap van natuurlijke eenvoud. Hoewel ik geen kunst – en literatuurkenner ben, houdt een belangrijk deel van de kunstenaars, schrijvers, dichters, muzikanten zich daarmee bezig.

Een mooi voorbeeld vind ik de evolutie die de Portugese dichter en schrijver Fernando Pessoa doormaakt in zijn werk. Om terug onbevangen, zonder steeds te moeten overdenken, de wereld te aanzien, ging hij op zoek naar manieren om te ontsnappen aan dat denken (en de slapeloosheid die daaruit voortvloeit).

Toch liep dat niet van een leien dakje. Zowel eenvoudig leven (‘alles zien alsof het de eerste keer is’), leven in de geest van de Stoa (‘Doe afstand en wees koning van jezelf’ – er zijn wel deuren maar ik zit op de drempel en laat ze) als futuristisch ervaren (‘alle deuren openen, alles willen voelen, op alle wijzen’), strandt op een meesterlijke mislukking. Hoewel mislukking natuurlijk relatief is, als je Pessoa’s oeuvre bekijkt. En als je het proces van zoeken meer op waarde schat dan een resultaat.

In een (absurde) vergelijking met het sprookje ‘Het meisje met de zwavelstokjes’ van Hans Christian Andersen zou je kunnen zeggen dat het drie zwavelstokjes, drie dromen waren die een mensenleven warmte geven om het denken stop te zetten.

Uiteindelijk blijft bij Pessoa (en wellicht ook bij mezelf) een gevoel van verbijstering tegenover de absurditeit van het leven, de onmogelijkheid van de werkelijkheid, de angst voor het mysterie en een nog grotere angst dat dit mysterie ooit verwoord of verbeeld zou worden. Zijn zoektocht spreekt mij nog steeds erg aan. Net als de zin in zijn gedicht Tabacaria (Sigarenwinkel): “Ik ben niets / Ik zal nooit iets zijn / Ik kan ook niet iets willen zijn / Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld”.

Conflicten met de niet-naïeven

Zij verlangen terug naar die (deels of geheel) verloren natuurlijke, ongekunstelde en oorspronkelijke uitdrukking van een argeloos en onbevangen gemoed. Zij wensen zich hetzij in woord hetzij in gebaar of handeling, hetzij door creatie van kunst, uitspreken zonder zich angstvallig te binden aan wat ‘behoorlijk’ of ‘onbehoorlijk’ heet. Dat leidt dan vaak tot conflicten met de meer ‘burgerlijken’, vervreemd van de natuurlijke argeloosheid en eenvoud, en angstig voor kinderlijke, ongekunstelde eenvoud, die ze ofwel gevaarlijk dom ofwel onbetamelijk onzedelijk opvatten.

Moeten mensen met autisme beschermd worden tegen hun naïviteit?

Mensen die bepaalde kennis ‘van volwassenen’ niet verwerven, door contextblindheid of door verstandelijke beperkingen (wat trouwens twee verschillende begrippen zijn), worden naïef genoemd. Als het ware ‘pseudo-volwassen’ en dus te beschermen (of af te schermen, al naargelang de mate van de naïviteit). Omdat zij niet de kennis hebben om zich aan de regels te houden en die (zouden kunnen) doorbreken. En wie zal dat betalen? Juist ja, de hoeders van het (staats)huishouden.

Moeten mensen met autisme beschermd worden tegen hun (sociale) naïviteit? Dat is een vraag die het tijdschrift van Autisme Centraal mij stelde. Zoals elke veralgemening vind ik ook de veronderstelling dat autisme altijd samen gaat met naïviteit uitermate naïef. Vermengd met het autisme spelen immers ook karakter en persoonlijkheid, omgeving (opvoeding en netwerk), samenleving (wetten en regels), en bepaalde genetische gevoeligheid voor naïviteit een rol.

Sommige mensen met autisme verdienen inderdaad bescherming

Sommige mensen met autisme lijken door hun autistisch denken, hun contextblindheid, hun ethisch aanvoelen inderdaad meer geneigd om goedgelovig te zijn en bepaalde normen en waarden te absoluut te interpreteren. Zij vertrekken, net als een minderheid mensen met een typische ontwikkeling, vanuit een basisvertrouwen tegenover anderen, ‘vreemden’, en geloven dat alle mensen goed zijn, in bedoeling en in handelen.

De contextvreemde sociale en maatschappelijke verwachtingen die daaruit volgen, waar ze hun gedrag op afstemmen, leiden tot het overschrijden van grenzen waarvoor ze blind zijn. Met alle nefaste gevolgen zoals misbruik, armoede, maar ook verongelijktheid, verontwaardiging, teleurstelling en cynisme achteraf.

Andere mensen met autisme zijn dan weer zodanig wereldvreemd dat ze kwetsbaarheid uitstralen, zich niet bewust zijn van bepaalde valkuilen van systemen en gebruiken, en zo meer risico hebben om slachtoffer te worden van bepaalde misbruiken.

Niet-autistische mensen lopen uiteraard ook risico om slachtoffer te worden en zijn dat vaak ook. Behalve door ‘te goed’ zijn is dat vaak door tekort aan begaafdheid, impulsiviteit, idealisme, tekort aan inzicht in stelsels en systemen, hebberigheid, ambitie en hoogmoed.

Anderzijds: mensen met autisme met overdosis basiswantrouwen en scepsis

Even goed zijn er ook mensen met autisme, zoals mezelf, die vertrekken vanuit een basiswantrouwen tegenover mensen, de veronderstelling dat mensen ‘slecht’ zijn, en dat vertrouwen en respect niet vanzelfsprekend is. Sommigen onder hen hebben een gezonde achterdocht, maar piekeren zich soms suf over ware intenties, de ‘waarheid’ achter boodschappen en mogelijke sporen van bedrog.

Een teveel van die bescherming tegen misbruik door naïviteit leidt dan soms tot (blootstellings)angst, ongemak, drempelvrees om sociale contacten te hebben en zich opsluiten in de eigen woning, We zijn al zodanig veel gezegd ons te beschermen tegen naïviteit dat de enige mogelijkheid nog een vorm van hikkikomori blijft. De keuze voor de niet-confrontatie en wegblijven van de zogenaamd ‘rotte samenleving’.

De media: een rijk aanbod aan casussen van fratsen van naïeve neurotypicals

In de media (krant, televisie, radio, internet ) komen bovendien duizend-en-een voorbeelden van naïeve mensen met een typische ontwikkeling die zich hebben verbrand. Wat zij allemaal uitvreten, het tart telkens mijn verbeelding. Een kleine greep uit de media van de laatste weken.

Het ‘doodnormale echtpaar’ dat hun hele pensioen kwijt is in een of andere failliete internetbank. De kleine zelfstandige, die in een vastgoedproject van een malafide Maleisiër had geïnvesteerd maar per sms vernam dat hij zijn geld kwijt was. Of neem nu die arme huisvrouw met haar vier schatten van kinderen (man gevlucht naar buitenland), die de helft van haar spaarboekje in een achtergestelde bedrijfsobligatie (‘junkstatus’) in Turkse lyra heeft vergokt. Tot slot is er ook nog de ambitieuze broker van 33 die geen graten zag in de investering van een vastgoedproject op Malweika, drie sterrenstelsels verder, ruimteshuttle in 2020 inbegrepen.

Om nog maar te zwijgen over die mensen die bij een veel te dure energieleverancier blijven, hun kredietkaart mismeesteren of via de televisie een ‘genees uw schoonzoon van zijn Disorder Addiction Disorder‘-kuur te bestellen. En uiteindelijk veel meer schulden opstapelen, maar niet beschermd lijken te moeten worden.

Fouten mogen maken is een burger – en mensenrecht, maar vooral een plicht

Mensen met autisme, volwassen en verlengd minderjarig, moeten volgens mij kansen krijgen om fouten te maken. Anders wordt leren, evolueren, ontwikkelen en groeien naar minder afhankelijkheid wel erg moeilijk. Zoals alle mensen die kansen krijgen, rekening houdend met hun mogelijkheden, begaafdheid, ontwikkelingsleeftijd en leerkwaliteiten.

Op beperkte schaal eerst, en vervolgens zo dicht mogelijk bij de verantwoordelijkheid die iemand wenst. De beste bescherming tegen sociale naïviteit is immers blijvend kansen krijgen om in een veilige situatie te experimenteren, grenzen te verkennen en daar, elk op ieders eigen niveau, van te leren.

Bewustzijn van de eigen grenzen is belangrijk, maar kansen om die te leren kennen dus nog veel meer. Bescherming kan in de mate dat dit aangepast is aan de leermogelijkheden van iemand met autisme en de omgeving.

Tot slot: naïef zijn of niet

Om af te sluiten moeten we ons de vraag durven stellen of naïviteit wel zo negatief is. We botsen er door op regels die anderen hebben opgesteld, soms zonder veel na te denken, en leren erdoor. We kunnen erdoor buiten de hokjes denken. Het maakt broodnodige innovatie mogelijk maar ook fouten opsporen in het vanzelfsprekende. Naïviteit is dus immens belangrijk voor de relance van onze Zeitgeist.

Voor mensen die zich gespecialiseerd hebben, zich expert of deskundige of consultant noemen, of in die waan leven, is naïviteit immers onmogelijk geworden. Vooral als zij zich te ernstig nemen, zoals experten meestal doen (al zijn er uitzonderingen, gelukkig), kunnen zij elke nieuwe situatie niet meer ‘as such’ beoordelen. Waardoor hun hun expertise dus waarde – en zinloos, mogelijks zelfs gevaarlijk. Naast elke expert, deskundige, specialist zou er dus een naïeve moeten staan. Niet om aan ‘kwaliteitscontrole’ te doen maar om luisteren en meedenken vanuit onderbouwde onwetendheid te stimuleren.

Toch is naïviteit vooral essentieel voor al wat ons menselijk maakt: verliefd worden/blijven, waarachtig leven, en vooral: niet denken dat we iets weten, blasé zijn of cynisch worden. De vraag is dus niet ‘beschermen we mensen die naïef zijn?’ maar ‘zijn we naïef of zijn we niet?’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s