Mijnheer Verrek en de (on)tevredenheid van anderen

Op het laatst van hun leven kennen mensen maar één woord meer. Dat woord zou veel meer over hen zeggen dan alle woorden in hun hele leven samen. In welke mate die theorie klopt, weet ik niet. Wel dat ik tijdens mijn periode als verzorger van ouderen een aantal mensen kende die telkens één woord blijven herhalen.

Vereenzelvigd tot hun expressie

Tot het verzorgend personeel hen er zo mee associeerde dat hun familienaam erdoor vervangen werd. Ze werden mevrouw ‘Koffie’, mijnheer ‘Halleluja’ of mevrouw ‘Icarus’.

Zoals sommige mensen met autisme vereenzelvigd worden met hun autisme, en ‘de autist’ worden genoemd. Of met hun dossier. Zoals mensen in een ziekenhuis soms met hun ziekte worden geassocieerd. Of met hun dossiernummer. ‘Nummer 150 ligt op kamer 351’. Zoiets.

Mijnheer ‘Verrek’

In die tijd kwam ik het meest met mijnheer ‘Verrek’ in contact. Te pas en te onpas uitte hij zich immers met ‘Verrek’.

Niet alleen als uitroep of uiting van afkeer of verwensing. Ook als hij iets leek te waarderen. Toen ik hem bijvoorbeeld vroeg ‘Mijnheer, heeft het eten gesmaakt?’ of ‘Mijnheer, mooi weertje vandaag hé?’. Om het even wat ik vroeg, steeds antwoordde hij, met zijn diepe stem, ‘Verrek!’.

Theorieën waar dat laatste woord vandaan kwam

Er gingen allerlei theorieën de ronde waar dat laatste woord vandaan kwam.

Patricia, de sociaal assistente, dacht dat hij dit herinnerde uit zijn kindertijd. Vader of moeder, wist ze uit zijn dossier, waren landbouwers en vloekten zich te pletter. ‘Verrek’ zal wellicht een van die vloeken geweest zijn die hem het sterkst zijn bijgebleven. Stel je voor dat je woorden ‘Oh My God’ waren, wat zou Patricia dan denken?

Leanne, de logistieke kracht, wist dat mijnheer al in verschillende voorzieningen was geweest, en dat niemand hem er wilde. Misschien was hij langzamerhand afgetakeld en was de woede toegenomen, en was het laatste woord dat hij maar bleef herhalen ‘verrek’ geweest. Uit haar uitleg onthield ik dat ik op het laatste van mijn zelfstandig leven best niet teveel ‘Shit’ herhaal. Of ik moet het tot op mijn sterfbed herhalen.

Martijn, de verpleger, vond al die oorzaken zoeken voor dat woord onzin. Hij vond het eigenlijk wel grappig en antwoordde soms ‘Verrek, je hebt gelijk’. Waarop mijnheer ‘Verrek’ soms hard begon te lachen. Maar dat mocht hij niet meer doen, want het leidde tot hoestbuien en verslikken.

Een laatste woord dat te vroeg kwam

Elsie, de hoofdverpleegster, verklaarde, dat iedereen een laatste woord heeft, vlak voor we de pijp aan Maarten geven. Bij mijnheer Vanden Peereboom, zoals we hem moesten noemen volgens haar, kwam dat gewoon vroeger.

Mensen van wie de grijze cellen het eerder begeven, waren volgens haar geneigd te zwijgen of dat laatste woord voortdurend te herhalen. Volgens haar moest het wel een straf zijn begaan voor misdaden tijdens het leven.

Zoals in ‘Misdaad en Straf’ van Dostojewski. Zoals stijve armen krijgen in het hiernamaals, en gevoed moeten worden door je tafelgenoot. Of zoals in een van de zondaars in de kringen van Dante’s Inferno. Hoeft het gezegd dat ik toen in een rooms-katholiek geïnspireerde instelling werkte?

Vervuld van zonden, maar welke?

Wie zijn laatste dagen vervloekte, zoals mijnheer ‘Verrek’, moet dus wel vervuld zijn met zonden. Maar welke zonden had mijnheer ‘Verrek’ dan gedaan? Bij die gedachte sloeg mijn verbeelding meteen op hol. Het schilderij van Jeroen Bosch over de zeven hoofdzonden, eind 15e eeuw, uit het Prado dook meteen op.

Was het hoogmoed die deze mijnheer hier gebracht had? Was die lieve mijnheer Verrek in zijn leven een menselijke Lucifer geweest? Hadden we hier te doen met een ouder wordende narcist? Het ‘verrek’ zou symbool kunnen staan voor de woedende oudere narcist. Woede om het verlies van waardigheid, door de confrontatie met beperkingen die ze heel hun leven hebben ontkend of uit de weg zijn gegaan.

Was hij hebzuchtig geweest, en gunde hij zichzelf en anderen niets? Was hij zoals Gordon Gekko in de film Wall Street en Adam Smith van mening dat hebzucht goed is? Hongerig zijn naar leven, naar geld, naar liefde, naar kennis? Misschien was het daarom dat hij nu amper nog bezoek kreeg maar zich wel meer dan anderen een uitstapje met een privé-taxi kon veroorloven?

Of was hij onkuis geweest, vervuld met lust? Wie nog bij hem langs kwam op visite, sprak daar in elk geval in geuren en kleuren over. Hij was een echte vrouwengek geweest. En als je de ‘boekjes’ in zijn kamer zag, die af en toe binnengesmokkeld werden, was hij nog steeds ‘een hete bok’. Terwijl de andere bewoners na achten gingen slapen, verdacht het personeel hem van het betere handwerk. Maar ze lieten hem begaan, anders was hij de volgende dag onhandelbaar.

Was hij ook jaloers of afgunstig geweest? Op wie en/of op wat dan? Als je hem bezig zag, leek dat haast niet mogelijk. Je kon hem ten hoogste verdenken van enige Schadenfreude. Als andere bewoners onhandig iets lieten vallen, of zelf vielen, of hij kon anderen iets aandoen, dan kwam er een brede grijns op zijn gezicht.

Vraatzuchtig, dat was hij zeker. Zijn bord was nog niet helemaal leeg geschrokt of hij begon al ‘Verrek’ te roepen dat horen en zien vergingen. Van wraak kon je bij hem moeilijk spreken, tenzij dan op zijn lot, dat hij op alle manieren probeerde te verslaan. En lui, dat was hij zeker niet, hij dacht en reageerde sneller dan alle bewoners samen. Alleen leidde dat altijd weer tot een heleboel keer ‘Verrek’.

Was hij tevreden of vervuld van angst?

Of hij een tevreden bewoner was, zoals iedereen hier graag dacht, kon ik moeilijk zien. Mijn vermogen om mimiek te lezen is nooit echt goed geweest. Meer dan negen op tien keer zat ik ernaast. Voor mij kwam zijn expressie eerder over als een roep om hulp. Samen met kreten vervuld van angst.

Toen ik dat tijdens een van de pauzes eens voorzichtig opperde, reageerden mijn collega’s verbaasd. Was niet dat vooral een projectie van mij? Beeldde ik mij niet gewoon in dat ze negatieve gevoelens hadden?

‘Dat is namelijk een beginnersfout’, kreeg ik te horen. ‘De mensen lijken hier soms vervuld van angst, pijn en verdriet. Niets is minder waar. Ze zijn hier zielsgelukkig. Ze weten van niet beter.’ Of het de bewoners waren die van niet beter wisten, of het personeel, ik heb het nooit geweten.

Tot slot: niet te veel voorbarige conclusies trekken over anderen

Wat ik wel wist, was dat ik vanaf dat moment me de vraag begon te stellen naar andermans ontevredenheid. Misschien beeld ik het me maar in dat anderen ontevreden zijn, dat ik sommige mensen moet helpen.

Misschien zijn ze best tevreden, maar is het vooral goed aandachtig te observeren, te luisteren, te kijken en geduldig te zijn … en niet te snel conclusies te trekken vanuit een eigen visie op tevredenheid.

Misschien zijn ze ontevreden, maar niet op de manier dat ik denk. Jaren later zou dat verwoord worden in de wijsheid: probeer niet te vermaken wat niet kapot is volgens de persoon zelf.

2 Comments »

  1. Leuke tekst. Je lijkt veel empathie te vertonen met oudere mensen, dat is zeldzaam tegenwoordig. Vast ook niet gemakkelijk, want ouderen/bejaarden zijn tegenwoordig niet het gemakkelijkste publiek. Een beetje verwend naar mijn gedacht.

    Like

    • Dankjewel Marianne. Ik blijf bescheiden wat betreft die empathie, ik voel dat eerder als een van mijn beperkingen aan. En inderdaad, het gepamperd zijn behoort tot alle generaties.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s