‘Je kunt neurotypische mensen altijd naar hun werk vragen’

In mijn jeugd moest ik cursussen volgen om te leren met normale mensen om te gaan. Hoe ik de geluiden die jullie doen moet interpreteren. Lachen bijvoorbeeld. Medisch en klinisch gezien heb ik geen gevoel voor humor.

Mensen zeggen vaak dat ik als een robot klink. Zelf kan ik dat niet beoordelen. Een dan heb ik nog een blindheidssyndroom als het gaat om het herkennen van gezichten. Met andere woorden: als mensen lachende geluiden maken, moet ik mezelf influisteren dat ik niet bang hoef te worden.

Ik heb meer dan één ding. Ik heb een stoornis in het autistische spectrum. Ik heb problemen met remmingen en ongeremdheid, en een milde vorm van ocs. Qua ordenen zit ik in het bovenste halve percentiel. Ik kan pi benoemen tot meer dan duizend cijfers achter de komma.

Bij de normaalheidstraining heb ik een serie vragen geleerd om emotioneel extreme situaties te neutraliseren. Je kunt neurotypische mensen altijd naar hun werk vragen. Of wat ze dankzij hun werk geleerd hebben.

Douglas Coupland in Speler 1 (Meulenhoff Boekerij B.V., 2012)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s