Op papier een tijger, daarbuiten een zonderlinge muis

Overdag zagen ze hem soms in zichzelf mompelend, het hoofd in de handen begraven, omringd door stapels knipsels, opengeslagen blocnotes en een half afgekloven appel.

Wie was die autist? Freek de Geus was een zonderling en hij was er zich pijnlijk bewust van. Hij zou de afzondering vaker moeten doorbreken. Hij zou wat socialer in de omgang moeten zijn.

Op papier was hij misschien een tijger maar daarbuiten was hij een muis. Hij wist dat zijn tekortkoming hem werd aangerekend. Een mens wordt uiteindelijk vooral beoordeeld op zijn tekortkomingen, niet op zijn kwaliteiten. De vijand wordt gedreven door afgunst en is altijd op zoek naar je achilleshiel.

Daar had Freek staaltjes van meegemaakt, en zich vervolgens nog dieper verschanst in de loopgraaf van zijn enige kwaliteit: schrijven. Schrijven, desnoods tot in de ochtendschemer, wanneer de laatste alinea in zicht is en het lipje van een blikje bier los klikt als eenmalige triomf van een overwinning op de nacht.

Ben Haveman in Alles voor de dakgoot (Nijgh & Van Ditmar, 2011)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s