‘Ik zie er in feite ouder uit dan ik eigenlijk ben’ … ontmoeting met vrouw op bus

1754721

Ik zie er in feite ouder uit dan ik eigenlijk ben. De vrouw die naast me zit op de regiolijnbus – voor mij gewoon een zoals alle andere – is op weg naar huis. Van toen ze opstapte, was duidelijk dat ze iemand zocht. Iemand die naar haar luisterde. T

Anders dan veel andere mensen, zocht ze een zitplaats naast of tegenover iemand. Iemand die eruit zag alsof hij of zij een luisterend oor had. Dat viel op dat moment nogal tegen: behalve een snurkende grijsaard, een kid met dreunende bassen om de oren, een kauwend tienermeisje en mezelf zat er niemand. Uiteraard zat de buschauffeur er ook maar die heeft alle aandacht nodig voor de weg. Bovendien luisterde deze chauffeur vooral naar zijn transistorradiootje dat berichtte over ‘de koers’. De wielerkoers, niet de beurskoers, welteverstaan.

Ik heb me bij dat luisterend oor al van alles voorgesteld. Neuzen en ogen lopen wel eens, maar dat ze ruiken of zien lijkt eerder vanzelfsprekend. Een oor dat luistert is daarentegen niet de normaalste zaak van de wereld. Oren vangen geluiden op, maar luisteren, dat lijkt steeds zeldzamer.

Zelfs mensen die zo’n oor zouden moeten hebben, lijkt het eraan te ontbreken. Dat is vooral een handicap als ze beroepshalve moeten luisteren naar anderen en op basis daarvan uitspraken doen (diagnostische of therapeutische uitspraken of beleggingsadvies). Hoewel ze soms het tegenovergestelde denken. Eigenlijk zou je bij elke ‘adviseur’ of therapeut eerst moeten checken op het luisterend oor. Merk je dat dit ontbreekt, dan kan je er best zo snel mogelijk vanonder muizen.  Is er immers iets erger of gevaarlijker dan iemand zonder luisterend oor, een tong die niet stilstaan en een handicap in kritische zelfreflectie en openheid naar andere signalen dan die van het eigen vooroordeel?

Volgens sommige mensen zou ik zo’n luisterend oor hebben. Ik blijf daar sceptisch over, maar goed, een complimentje laat ik nooit liggen. Mensen hebben er overigens zelden twee. Bij mij is mijn linkeroor het meest luisterend. Niet toevallig lig ik op mijn rechterkant in bed – het linkeroor vangt alles op uit de omgeving – en zit ik op bus of trein altijd aan de rechterkant.

De vrouw in kwestie – iets ouder dan zestig, eerder corpulent, een bruingebrand balkon dat ze lucht en licht gunde, en een obsessieve maar geforceerde glimlach – had dat blijkbaar gemerkt, en ging naast me zitten, aan mijn linkerzijde. Rechts keek ik door het raam, volgde ik de weg, op zoek naar de halte waar ik moest afstappen.

Is deze plaats vrij? De vrouw vroeg het louter pro forma, en nog voor ik knikte, vleide haar brede bips al op de veel te kleine stoel. Zo moet het dus zijn als je op een lange afstandsvlucht naast een ‘dikke madam’ zat, dacht ik. Een beetje samengeperst, gezipt, gecomprimeerd. Zodra ze zat, begon ze haar verhaal. Alsof mijn subtiele knik dat deze plaats vrij was ook meteen betekende dat ik open stond voor een gesprek. Terwijl ik nochtans een joekel van een koptelefoon op had. Die ik af en toe weliswaar eens afzette om beide oren, luisterend en horend, even te luchten, maar dan wel weer meteen opzette.

Ja, ik zie er in feite ouder ben dan ik eigenlijk ben, begon ze. Eigenlijk ben ik nog maar 63. Geen jaar ouder. En toch, je zal dat wel niet begrijpen, maar venten en honden, dat is één pot nat. Jongens toch, waar zijn we eigenlijk mee bezig? Waar gaat dat naartoe? Ja, dat begon ik me nu ook af te vragen, maakte mijn oren vrij en zette mijn oude mp3 stop.

Ik ben eigenlijk regentes huishoudkunde van opleiding. Enfin, ik heb het al die jaren graag gedaan in het volwassenen-onderwijs. Dat is niet alleen rondlopen en zeggen hoe die mensen moeten koken hé. Dat is hard werk. Ik heb er twee hernia’s van gekregen, artritis in mijn handen, mijn voeten doen pijn, mijn cholesterol en suiker zitten niet goed en om mijn kop zit er precies een strakke zweetband. Het stoort toch niet dat ik praat hé? Ik weet dat ik een babbelkous ben.

Ze keek me even aan, en zag ik dat ik haar bekeek, en iets uitstraalde dat op een luisterende houding leek. Passief luisteren noemen ze dat, denk ik, en het is volgens mij mijn beste sociale vaardigheid.  Actief luisteren – laten merken dat ik mee ben in wat de ander zegt – lukt ook nog net, maar alles wat daarna komt, dat hangt sterk af van de situatie en de afstand van mijn wereld en die van de andere. De situatie verkennen, door vragen te stellen (open of gesloten, met of zonder plug-ins) en concretiseren, daar zuig ik behoorlijk in. Om maar te zwijgen over meningen poneren, initiatieven nemen om gesprekken op gang te houden of assertief reageren.

Ik zag dat ik de volgende halte eraf moest. Of liever: mocht. Niet dat de vrouw aanvoelde wat ik dacht, waar ik mee bezig was. De meeste mensen hebben een empathisch vermogen dat ze op aan of uit kunnen zetten, naargelang het hun lust verhoogt of last verlaagt.  De vrouw ratelde intussen rustig verder haar man de volgens haar een relatie had met een van de vorige poetsvrouwen. Over haar zoon die in Vietnam op reis was, en gisteren vermist was, maar vanmorgen opgedoken was met een pak geld.  Ook dat niemand meer wist hoe ze een huis moesten poetsen. Dat zij alles alleen moest doen, dat ze overal tegen aan liep (figuurlijk dan) en overal pijn had. Dat niemand wist wat die pijn voorstelde. En hoe ik daarover dacht?

Nog een meter of vijftig was ik verwijderd van de halte waar ik moest afstappen. Nu had ik alleen nog een goede pointe nodig, dacht ik. Ik kan me dat inderdaad niet voorstellen, zei ik. Niets is zo persoonlijk als pijn, en wat erger is, je kan het ook zo moeilijk in woorden omzetten. De bus vertraagde en kwam tot stilstand. Precies wat ik denk, zei de vrouw.  Haar woorden waren nog niet koud, of ik was al recht en stond bij de deur om van de bus te stappen. Hier moet ik gaan, waren mijn laatste woorden. Het ga u goed in het leven, mevrouw met de vele smarten, die verder rijdt met de bus. Toen de bus wegreed, wuifde de vrouw heel hartelijk, en met zo’n glimlach waaruit ik niets kan opmaken. Met gezwinde stap en muziek zette ik mijn weg voort. Met mijn luisterend oor.

1 Comment »

  1. Je hebt toch wel terug gewuifd en geglimlacht hè ? 🙂
    Mooi toch als mensen je in vertrouwen nemen, dat is leuker dan elkaar zo veel mogelijk proberen te negeren en net doen of je niets ziet en hoort en met andere dingen bezig bent.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s