‘Jullie zijn goede mensen’ … omgaan met goede doelen

goede doelen

Jullie zijn goede mensen, zei de jonge vrouw nog. Ze had net een minuut of tien van haar ongetwijfeld boeiende leven besteed om ons uit te leggen dat een doorlopende opdracht op onze bankrekening richting UNICEF de wereld zou verbeteren.

Telkens ik mensen van het goede doel voor de supermarkt zie post vatten, heb ik doorgaans de neiging rechtsomkeer te maken. Net zoals ik me tijdens mijn supermarktbezoek in bochten wring om toch maar niet bij een of andere kraampje of standje met staaltjes uit te komen.  Zeker als er een dame of heer bij staat. Ze doen natuurlijk ook maar hun werk, maar ik heb er een hekel aan. Zeker als ze iets aanbieden om te eten (en om te kopen). Om een of andere reden maakt het me misselijk. Eten doe je niet in een winkel, en zeker niet in de supermarkt.

Dit keer waren we echter niet snel genoeg. Dus begon ik aan de kassa al te bedenken hoe ik de confrontatie zou kunnen omzeilen. Mijn vriendin maakt zich daar minder druk om. Ze maakt zelfs tijd voor een praatje. Voornamelijk uit interesse, maar ook om achteraf triomfantelijk te zeggen: Zie je wel dat ik me niet om de tuin laat leiden, en dan maar zeggen dat mensen met autisme goedgelovig zijn. Ze lijkt ook de campagnes van elk goed doel beter te kennen dan het team zelf, dus kunnen ze haar weinig of niets wijsmaken.  Zelf val ik steevast uit de lucht.

Meestal doet mijn vriendin op zo’n moment het woord. Op zo’n momenten is zij verbaal het sterkst, en ze kent blijkbaar ook de meeste campagnes. Ik kom meestal pas aan het woord als er moet beslist worden. Helaas, zeg ik dan, met een Jeroen Dijsselbloem-blik, wij moeten besparen, en bovendien hebben we een strikt budget. Als dat niet lukt, zeg ik wel dat we budgetbegeleiding hebben. Wat bovendien niet gelogen is. Dan is het gesprek meestal snel afgelopen. Mijn vriendin kan ook langer volhouden dat het lijkt of ze luistert. Ik heb het daar moeilijker mee. Ik let meer op opvallende details, het silhouet van het ronselmeisje of van het materiaal dat ze toont, of bepaalde woorden of klanken roepen beelden op waar ik in verzink.

Zo gebeurt er dat dezelfde mensen voor meerdere organisaties postvatten.  Korte tijd voordien stond er een groepje voor het WWF. Met onder andere dezelfde jonge vrouw. Al herinnerde ze mij natuurlijk niet meer. Ik herinnerde haar daarentegen wel, en liet haar dat ook weten. Tot grote verbazing, en met enige verkleuring van haar gezicht. Gewoon details, en u bent wat aangekomen, maar het staat u goed, probeerde ik haar een beetje stuntelig maar vriendelijk gerust te stellen. Nu werd ze helemaal rood, dus ik liet het maar blauw-blauw. Temeer omdat ze mijn aandacht probeerde af te leiden met de vraag hoe ik over het thema van de campagne dacht.

Natuurlijk heb ik een visie op het oplossen van wereldproblemen, zoals bevolkingsoverschot, hongersnood en voedseltekort, maar de drukke en vaak koude uitgang van een supermarkt is volgens mij niet de juiste plaats om die uit te leggen. Sommige mensen lijken daar minder problemen mee te hebben. Met dat verkondigen, bedoel ik. Ze moeten alleen nog een eigen, doordachte visie ontwikkelen.

Het is wel fascinerend hoe vriendelijk de mensen die ons op zo’n moment voorbijlopen ons aankijken. Ze zijn duidelijk dankbaar dat ze weer eens ontsnapt zijn aan dat vervelend gedoe. Ongewild krijg ik een schouderklop links, een vriendelijke groet rechts, een bijna onhoorbare dankjewel van iemand die net voorbijkomt. Wellicht omdat ze zo zelf niet meer snel snel een strategie moeten bedenken om eronderuit te muizen.

Toch komt er ook aan onze goedheid een einde, en moeten we de enthousiaste jonge vrouw met lege handen achterlaten. Dit keer volstaat een beleefdheidsformule en hoef ik niet te beginnen over budgetteren. Een ‘jammer, maar het zit er niet in, ons budget weet u wel’, volstond. Geen handtekening, maar toch een vriendelijk afscheid. Wie weet lukt het mij toch ooit nog, lijkt ze te denken. Al is dat veeleer, denken wij dan weer, wishful thinking.

Waarop ik onze karig gevulde winkelkar richting uitgang duwde, en haar nog veel moed wenste. Met in gedachten massa’s boze kindjes uit verre landen met protestborden met daarop boterhammetjes met pindapasta, en joelende mondjes. Boeh, krenterige Sam,  boeh, gierige Belg. Ja, mijn geweten doet op zo’n moment wel eens extreem. Anderzijds, het zit er nog, en dat kan lang niet iedereen meer zeggen tegenwoordig.

1 Comment »

  1. Sinds ik de salarissen van de Goede Doelen directeuren weet heb ik geen enkele moeite meer met nee zeggen tegen dit soort bedelarij.
    Net als collecteren aan de deur – ik geef zelden meer .
    Ten eerste vind ik het ouderwets, als ik een goed doel wil steunen doe ik dat via mijn bankrekening.
    Ten tweede weet je niet wat er met het geld wat je in een collectebus gooit, gebeurt . Bovendien gaat ook een (groot) deel daarvan richting directeur, heb ik ergens gelezen of gehoord.
    Misschien helpt deze link je om geen gewetensbezwaren meer te hebben : https://www.deondernemer.nl/nieuwsbericht/3399/dit-zijn-de-salarissen-van-directeurs-bij-goede-doelen 🙂

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s