Mijn reis door de sociale media … sociale media en autisme

Online media hebben een belangrijke plaats in mijn leven. Niet in de eerste plaats om nieuwe contacten te leggen, of bestaande contacten te onderhouden. Hoewel dat vaak een aangenaam neveneffect is. Nee, online media zijn voor mij vooral een manier om te (blijven) ontwikkelen. Ze helpen me daarnaast ook om grenzen te verleggen op vlak van kennis, vaardigheden en houding.

Dat betekent niet dat ik enkel online ‘leef’. Geenszins. Maar als ik moet kiezen tussen online en ‘lichamelijk aanwezig’, kies ik liever het eerste. Helaas is die keuze zelden mogelijk. Op een of andere manier hebben mensen liever dat ze je lichamelijk willen spreken.

Terwijl ik daar vaak niet de meerwaarde van zie. Tenzij de waarde van mijn woorden afgeleid worden uit een handdruk, en het de bedoeling is dat ik later een glas water in het gezicht van mijn gesprekspartner gooi. Heel wat verplaatsingen die ik doe om mensen te spreken, vind ik dan ook verloren moeite. Al vinden veel mensen die reis (en het gezelschap op die reis) belangrijker dan de bestemming (en de activiteit die daar doorgaat).

In die online media, hebben sociale media voor mij een speciale betekenis. Zo heb ik er mijn lief ontmoet, via msn en netlog, en kon ik later afspreken, met dank aan de Vlaamse Vereniging Autisme en moeder natuur, afdeling bos. Sociale media laten immers toe te tonen wie ik echt ben.  In het dagelijks leven is dat vaak niet mogelijk. Er is teveel wat mij daarin stoort of beangstigt. En die keren dat het toch kan, wordt het na een tijd kritisch in de kiem gesmoord.

Mijn houding tegenover sociale media is, ik zeg het er maar bij voor de volledigheid, geenszins zo bij alle mensen met autisme, of voor mensen met mijn ontwikkelingsprofiel. Er zijn best veel mensen met autisme die sociale media links laten liggen. Omdat het te intens is, te ingewikkeld, te vermoeiend of gewoon te vervelend is of hun ding niet. En dat is het af en toe ook voor mij. Dan neem ik even afstand en blijf ik onbereikbaar. Sommige mensen denken dan wel eens dat ik er niet meer ben, maar hoe goed bedoeld de bezorgdheid ook is, ze is toch wat overdreven.

De afgelopen jaren is er veel geschreven over online, en dan zeker sociale media. In sommige kringen is het bon ton om sociale media af te doen als asociaal, verwerpelijk en nefast voor alles wat goed is. Het staat voor sommige mensen blijkbaar goed om te zeggen dat ze niet bereikbaar zijn via die weg. Dat vind ik prima, er zijn nu eenmaal ook mensen zonder internet, zonder water, zonder elektriciteit, zonder televisie en zonder koelkast. Ik heb zelf trouwens ook geen smartphone, maar niet uit principe.  En ik lees nog op dezelfde wijze papieren (en digitale) boeken, zonder concentratieverlies. Meer zelfs, ik schrijf er nu vaker dan vroeger recensies over, op sociale media als Goodreads en Librarything.

De meeste stukken die geschreven zijn over sociale media lijken te benadrukken dat er andere regels gelden online dan offline, dat offline leven beter is dan online en dat online meer gevaren opduiken. Vooral omdat mensen zich online anders zouden voordoen, en vaker zouden uit zijn op misbruik. Dat is volgen mij even overdreven en veralgemeend als zou communicatie via sociale media mensen met autisme vlotter zou verlopen. Het hangt volgens mij eerder af van iemands ontwikkeling en wijze van informatie opnemen (tekst, beeld, muziek, …) dan van het al dan niet autisme hebben.

Zo kan ik het best frustrerend vinden om te wachten tot een ander de tijd heeft genomen om ‘gepast’ te reageren. Het is ook best moeilijk om uit te maken of ik nu een contact mag toelaten of niet, en nog meer wat welke info wel en welke niet online te vermelden. Om nog maar te zwijgen van het vermoeiend management van paswoorden, privacy-instellingen, uitnodigingen tot de meest bizarre groepen, vernieuwingen van gebruikersvoorwaarden en weg klikken van ‘aantrekkelijke aanbiedingen’ om ‘nog meer bezoekers met u kennis te laten maken’. Terwijl ik gewoon een profiel aanmaak om te tonen wat ik heb gezien, gelezen, gemaakt en wil delen. Niet meer of minder.

Via Tistje heb ik de afgelopen negen jaar geprobeerd een netwerkje van sociale media op te bouwen. Op dit moment ben ik bereikbaar via volgende sociale media-leveranciers:

  • Facebook: eigen bedenkingen en ervaringen, foto’s, beeld, geluid  en links naar berichtgeving rond autisme (media, activiteiten, …)
    • TistjeXL (de facebookpagina) (601 volgers)
    • Al Tistje (het facebookaccount) (548 volgers)
  • Twitter: korte berichten en links naar berichtgeving en informatie rond autisme (656 volgers)
  • Tumblr: foto’s, video’s, posters, … vanuit persoonlijke interesse en minder op autisme gericht (vooral op natuur en kleine wijsheden) (520 volgers)
  • Pinterest: inspiratiepagina, met foto’s, mindmaps, posters, citaten, natuur, kunst, curieuze vragen, … uitsluitend in beeld (67 volgers)
  • YouTube: verzameling filmpjes rond autisme en al wat daaraan gelinkt is (eigen selectie)

Het Tistjes-netwerk opbouwen vond ik behoorlijk moeilijk. Onder andere omdat ik graag wou weten waar ik aan toe was voor ik er aan begon. Op zo’n moment merk je hoe weinig gebruiks – en zeker hoe weinig autisme – onvriendelijk die websites zijn. Ook de boeken die erover verschijnen, hebben me niet veel bijgeleerd over het praktisch gebruik, de risico’s en valkuilen, en de mogelijkheden van, bijvoorbeeld, Facebook, You Tube, Instagram, Google+, Twitter, Snapchat, Pinterest en Linkedin.

Het duurt ook eventjes vooraleer je de 36 regels in het gebruik van sociale media onder de knie hebt. Al blijf ik bij alle uitleg over sociale media twijfelen of het nu geschreven is voor zakenlieden of een eenvoudige bloggende autist als mezelf. Alsof iedereen een marketeer van zijn eigen stekje wil zijn. Voor mij telt maar één ding: tevredenheid. Of ‘content’, zoals ze dat in het mooi Vlaams noemen. Dat staat bij alle sociale media van Tistje nog steeds centraal.

3 Comments »

  1. “sociale media . . .”
    Erg vaak word de term ‘sociale media’ gebruikt als het ‘commerciële media’ betreft.
    Op zich niets verkeerds aan om actief te zijn op die commerciële media. Echter het beseffen dat de knikkers/geld boven aan staan bij die bedrijven en niet het (moreel) sociale vind ik belangrijk.

    Like

    • @Erewhononline Het ‘sociale’ in sociale media had ik zelf niet direct geassocieerd met het morele (eerder in sociaal als in ‘sociale interactie’, omgang met anderen). En ik vind het maar logisch dat er een zakelijk verdienmodel zit achter die websites, en dat ook gebruikers mee betalen (met informatie over ons doen en laten bv). Ik zou ze daarom nog niet commercieel noemen, het zijn gewoon bedrijven, die een dienst aan bieden, die vrij schappelijk is qua kosten/baten. Niet-commerciële media ken ik trouwens niet meteen.

      Like

  2. @ Tistje-Sam.
    Mijn reactie op de term “sociale media” is geen negatieve kritiek op de manier hoe jij je website’s vult. ik vind dat jij je website’s op een mooie en “sociale manier” invult.
    .
    Ik vind de term ‘social media’ geen recht doen aan de ware beweegredenen van Mark Zuckerberg (facebook) en de mensen die achter Twitter zitten. Dat facebook/twitter vind ik regelrecht commerciële media, Het ‘verdienmodel’ is heus geen “toevallige bijzaak”, het gaat om de dollars/euro’s, miljarden dollars zelfs. Als ik berichten lees dat het facebook van Zuckerberg in 1 adem genoemd word met het spionage netwerk van de NSA word ik helemaal wantrouwig.

    Marcel van Dam, voormalig voorzitter van de VARA heeft het ooit mooi geformuleerd.
    De publieke omroep verdient geld om programma’s te maken
    &
    de commerciële omroep maakt programma’s om geld te verdienen

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s